,

10 dagen alleen maar mediteren – Deel 4: Back to the real world…

Ondertussen zijn we alweer dik een maand verder na deze tiendaagse meditatie, maar voor mij lijkt het al langer geleden. Met verschillende mensen heb ik gepraat over deze ervaring en ik krijg verschillende reacties op dit avontuur. ‘Oh dat is niks voor mij tien dagen niet praten’, ‘Dat zou ik echt niet kunnen, tien dagen alleen met mijn eigen gedachten, dat lijkt me eng.’ Tja, dat praten, daar dacht ik eerst ook over: Hoe ga ik tien dagen niet praten? Maar als je iets echt wilt, dan lukt het. En uiteindelijk valt dat tien dagen niet praten hartstikke mee. En ik had zoiets van: het zijn maar tien dagen. Dat is prima te overzien.

Er waren ook mensen die het hartstikke eng leek, tien dagen met hun eigen hoofd. Hoe je het went of keert, je zal je hele leven met je eigen hoofd moeten dealen. Nu kan ik natuurlijk niet in iemands hoofd kijken en je moet dit vooral doen als je je er goed bij voelt, maar naar mijn ervaring denk ik dat als je hier bang voor bent, je er juist na deze ervaring beter mee kan omgaan (ik denk dat je je eigen gedachten soms niet al te serieus moet nemen, kijk maar naar blog 1 van deze reeks).

Weer terug naar de laatste paar dagen van de meditatie. Want na de laatste meditatie ’s avonds, was er nog tijd om vragen te stellen aan de teacher (alleen dan mocht je praten). De meeste leerlingen gingen weg, omdat ze geen vragen hadden. Maar – ik weet niet hoe ik het ontdekte – door naar de vragen van andere leerlingen te luisteren en vervolgens de antwoorden van de teacher, leerde ik ook veel. Dus de laatste paar avonden bleef ik zitten tot de laatste vraag was beantwoord.

Dan lag ik rond 22.00 uur in mijn bed, maar kon niet slapen omdat mijn lichaam en hoofd zo gevoelig waren. Vooral die laatste paar dagen merkte ik dat. (Ik ga hier niet te veel over zeggen voor mensen die dit graag zelf nog een keer willen doen 😉 ).

De negende dag mochten we weer voorzichtig praten. Na de ochtendmeditatie liep ik naar buiten en ik zag iedereen druk praten op het grasveld. ‘Who, wil ik dit eigenlijk wel?’, dacht ik. Maar ik zag iedereen van mijn kamer zo blij en uitbundig doen, dat ik er toch bij ging staan.

Knuffels en gedachten werden gewisseld en ik merkte dat ik het ontzettend intens vond. Ik kan het me nu ook niet meer voorstellen, maar ik weet nog dat ik dacht: ‘Jeetje dat geluid, een gezicht dat praat, al die mensen die zo bewegen, wat heftig!’, haha ja nu lach ik mezelf ook uit. Als je het ervaren hebt, dan snap je het denk ik pas. We gingen met onze kamer ontbijten en de zaal die altijd zo stil was, was nu een kippenhok vol met vrouwen. Ik praatte natuurlijk ook, maar al snel merkte ik dat ik weg wilde uit dit kippenhok, wat een kabaal! Ik at mijn ontbijt op en zei dat ik lekker ging douchen, even weer de stilte opzoeken waar ik zo gewend aan was geraakt.

Die negende dag dat je weer mag praten, heb je trouwens wel echt nodig. Want aan het einde van de negende dag was ik al iets meer gewend aan het gepraat. Als je op de dag dat je weer naar huis mag, pas gaat praten dan is dat veel te heftig. Ook mochten we op dag 10 weer onze telefoon. Robin kwam me ophalen, dus ik dacht, ik stuur hem even snel een appje.

Ik zet mijn telefoon aan en allemaal lichtjes en kleuren komen er op mijn scherm. Who wat heftig! Ik strekte mijn arm uit om mijn mobiel niet te dicht bij mijn hoofd te houden (ik leek wel een junglevrouw die nog nooit een telefoon had gezien!) Snel typte ik een appje, maar het voelde zo onwennig. Ik zag allemaal berichtjes binnenkomen maar drukte het snel weg. Nu (nog) even niet!

Vriendin M. zag mij klooien met mijn telefoon en moest lachen. ‘Haha, ik heb hier helemaal geen last van!’ en ze was alweer druk aan het appen en voiceberichten. Zo grappig hoe iedereen dat ervaart! Ik kan sowieso al minder goed tegen veel prikkels, vooral geluid, dus denk dat het daarmee te maken heeft.

Het napraten met mijn kamergenoten voelde zo fijn! Twee kamergenootjes vertelden me dat ze een paar momenten dachten dat ik ook naar huis ging, omdat ik veel in mijn tas aan het rommelen was (haha lekkere rommelkont). En dan vertelde ik weer dat ik hier geen moment serieus over na had gedacht. Ik bedoel, echt mijn tas inpakken etc. Zo zie je ook maar weer dat iedereen de hele dag door oordeelt en denkt, zonder te weten wie die persoon is of wat die persoon meemaakt. Dat is een leuke om over na te denken. Even een simpel voorbeeld: ‘Oh, die persoon is dik dus zal wel heel veel eten.’ Misschien heeft diegene wel een ziekte. Of ‘Oh die persoon is dun, die moet meer eten’, de een komt nu eenmaal sneller aan dan de ander. En ga zo maar door.

Op de laatste dag is het de bedoeling dat iedereen meehelpt om op te ruimen. Je kan je vrijwillig opgeven, maar toch wordt er wel een beetje vanuit gegaan dat je meehelpt. Ik heb me opgegeven om buiten te helpen. Het is vooral veel sjouwwerk, maar het is zo lekker om je lichaam te bewegen en buiten te zijn. Als ik de zoveelste paal aan het sjouwen ben, komt daar opeens een lekker ding het pad oplopen. Hij heeft een glimlach van oor tot oor en de jongen waarmee ik de paal aan het sjouwen ben, zien dat wij elkaar kennen. ‘Laat maar los Anouk’, zegt hij. ‘Dat til ik ‘m zelf wel.’

Ik loop naar Robin en het voelt gek en ook heel vertrouwd om elkaar weer te zien. Het is heel vreemd omdat je elkaar tien dagen niet hebt gesproken, dat is nog nooit gebeurd! Robin vertelt dat hij ook een beetje zenuwachtig was, want wat voor Anouk zou eruit komen? Stiekem had hij gehoopt dat ik wat minder zou praten na deze ervaring (wat minder van die onzin vrouwenpraat, je weet wel) maar helaaspindakaas, daar ben je nu eenmaal vrouw voor ;).

Ik voel me zo rustig en relaxed als ik Robin weer zie en ben zo blij dat ik weer fysiek werk kan doen. We wachten even met het bijpraten en sjouwen samen een paar planken. Ondertussen komt de zon op en zien we een mooie roze/oranje lucht. Als we klaar zijn met het opruimen, wisselen we nummers uit met de meiden van onze kamer. Die dag ervoor heb ik veel gepraat met N. uit mijn kamer en zij woont ook dichtbij mij! Wat een toeval. Ze rijdt met ons mee naar huis en ook leuk om alvast te vertellen: ik zie en spreek haar nu nog regelmatig en we hebben samen yogalesjes! Fijn om deze mooie en bijzondere ervaring met iemand te kunnen delen!

De eerste dagen in Amsterdam, voel ik me niet zo fijn. Ik ben een beetje bangig voor de stad en erg moe dus ik slaap veel. Na die eerste dagen begin ik pas echt te zien wat deze meditatie voor mij heeft gedaan. Ik heb er zo ontzettend veel geleerd!

De eerste twee weken mediteer ik nog heel veel, maar ik moet zeggen dat ik nu twee drukke weken heb gehad en het er bijna niet van komt. Daar baal ik een beetje van. En dan is het juist de bedoeling om dit alleen op te merken en dus niet te oordelen (dus niet te balen, het is nu eenmaal hoe het is. Morgen een nieuwe dag om te mediteren). 

Ik heb het er hier met iemand over en ze vertelt me dat ik meditatie als een tool kan zien die mooie dingen voor mij oplevert. Maar dat ik het niet moet zien als iets dat MOET, want iets dat moet, is niet fijn. Niemand houdt van het woord ‘moet’, dan gaat het juist tegenwerken en dat is niet de bedoeling (ook al ben ik wel van mening dat het heel goed is om iedere dag te doen, maar alles blijft een proces ;)) Ik mediteer nu zo’n vier jaar en dat gaat met ups en downs. Er zijn tijden dat ik het iedere ochtend en avond braaf 20 minuten doe en nu weer 2 weken bijna niet. Dat is ook oke.

Twee weken na mijn terugkomst vraag ik aan Robin:
‘Ben ik veranderd door de meditatie?’
‘Je bent wel iets chiller’, antwoordt hij.
‘Iets?!’, zeg ik.
‘Oke, je bent wel chiller, rustiger.’
Ik blijf hem aankijken, wachtend op het vervolg. Maar die komt er niet.
‘Oke, ik wacht… maar volgens mij komt er geen vervolg’, dan moeten we allebei lachen. Dat ik chiller ben geworden omvat denk ik wel het geheel.
‘En hoe vind jij dat je veranderd bent dan?’, vraagt hij op zijn beurt.
‘Ik heb meer rust in mijn hoofd. Dus ook meer rust in mijn lijf.’

,

10 dagen alleen maar mediteren – Deel 3: Waar zijn mijn billen?

‘Let it snow, let it snow, let it snow’ en ‘Walking in a winter wonderland’, ze speelden in mijn hoofd af terwijl ik buiten wandelde (heeft gewerkt zoals jullie de week erna zagen). Uit het niets komen deze liedjes in mijn hoofd, geen idee waarom juiste deze nummer. Want al een paar dagen heb ik geen muziek gehoord, het sneeuwt niet en ik luister deze nummers thuis niet. Ik moet een beetje lachen om mezelf en mijn hoofd.

Ook speelt het nummer ‘Circle of Life’ in mijn hoofd af. Ja, dat is het nummer van de Lion King. Nu maak ik er geen geheim van dat ik fan ben van Disney, dus dit lied vind ik wat minder toevallig. Ik loop het nummer af in mijn hoofd en denk, ‘Jeetje wat een goede tekst en vooral zo toepasselijk nu’. Want in de dagen die volgen, wordt er tijdens de lezingen hier dieper op in gegaan en het lijkt wel of ik iedere dag de tekst beter begrijp. Er iedere dag een andere code wordt gekraakt in mijn hoofd.

Nu ik toch al bezig ben met het lied Circle of Life, dompel ik jullie er ook helemaal in onder, ik heb de tekst even opgezocht.

Versie van de film
From the day we arrive on the planet

And blinking, step into the sun
There’s more to see than can ever be seen
More to do than can ever be done

There’s far too much to take in here
More to find than can ever be found

Versie van Elton John
From the day we arrive on the planet

And blinking, step into the Sun
There’s more to be seen than can ever be seen
More to do than can ever be done
Some say eat or be eaten
Some say live and let live
But all are agreed as they join the stampede
You should never take more than you give

Vooral de laatste versie, die door Elton John wordt gezongen, vind ik echt top. Want de laatste vier zinnen van het eerste couplet zijn hier anders en juist die zinnen geven net dat beetje extra, vooral die allerlaatste.

Refrein
It’s the circle of life
And it moves us all
Through despair and hope
Through faith and love
Till we find our place
On the path unwinding
In the circle
The circle of life

Langzamerhand begin ik te begrijpen waarom juist dit nummer constant voorbijkomt in mijn hoofd. Misschien lijkt het een beetje ver gedacht, maar voor mij klopt het (dat is wat telt, toch 😉 ?

  • Alles komt en gaat in het leven. Alles wordt geboren en gaat dood. Alle mensen met wie jij leeft, van wie je houdt, gaan een keer dood. Misschien klinkt dit wat negatief of wil je hier niet over nadenken, maar het is de waarheid. Natuurlijk hoef je niet iedere dag te bedenken dat iedereen een keer doodgaat, maar het is goed om te beseffen dat dat ooit gebeurd. Dat je je niet teveel vasthoudt aan situaties, omdat één ding zeker is, en dat is dat alles een keer komt en gaat. De waarheid dat alles wordt geboren en ooit sterft, dat is iets normaals. Natuurlijk is het moeilijk maar hierdoor heb ik wel het idee dat ik in mijn rouwproces weer een stapje verder ben. Niet dat ik nu over de dood van mijn vader zeg: ‘Ja, alles wordt geboren en gaat dood, zo is het nu eenmaal.’ Nee natuurlijk niet, ik ben ook een mens en heb gevoelens. Maar dit nummer en het besef dat leven en dood voor alles en iedereen geldt, helpt mij.
  • De laatste jaren en vooral het laatste jaar ben ik me meer bewust gaan worden van de voetdruk die ik op de aarde achterlaat. Of ook wel cool ‘The Footprint’ genoemd. Hier ben ik me steeds meer in aan het verdiepen. Zo ben ik vegetariër en ben me veel meer bewust van wat ik koop en waarom ik iets koop. Ik bedenk me nu dat ik hier zoveel over wil delen, dat ik hier binnenkort maar een blog over ga schrijven 😉 Geen verwijtend blog over dat je nu ook vegetariër moet worden, maar een gezellig en inspirerend blog, promise! Voor vandaag houd ik het bij het nummer plus theorie van de tiendaagse meditatie. Want momenteel verbruiken wij als mens de aarde en gebruiken we haar niet zoals het zou horen. Wij als mens, stellen onszelf centraal in deze wereld. De natuur en de dieren zijn er voor ons, het wordt vanzelfsprekend gezien en gebruikt alsof het nooit op gaat. We gebruiken wat we willen, wanneer wij vinden dat we het nodig hebben. Het samenleven met de natuur en dieren is er niet (meer) of nauwelijks. We vinden onszelf superieur als mens. Als bomen gekapt worden, geven zij geen verweer, dus we gaan gewoon door. Toch geeft het klimaat in zijn algemeen verweer door de opwarming van de aarde. Simpelweg omdat wij niet zo netjes meer met de aarde omgaan. ‘You should never take more than you give’, die laatste zin. Want wat geven wij aan de aarde?

Dit stukje hierboven is niet om je als mens schuldig te laten voelen, maar om na te denken wat jij (als individu) kan doen voor de natuur. Nu hoor ik jullie denken: ‘Ja, hoe dan?’ Ik ga hier binnenkort een blog over schrijven, zodat ik het wat uitgebreider kan toelichten (van beautyproducten, tot voeding, kleding en boeken die mij hebben geïnspireerd). Be patient 😉

Om weer het bruggetje te slaan naar de meditatie, het is je ego dat zoveel nodig heeft. Het is mijn ego die de eerste dag riep dat ik hier echt weg moest, dat ik dit echt niet nodig had. ‘Phoe, doe even normaal joh. Hier ga je toch niet tussen zitten?’ En het is grappig als je dat stemmetje dat voortdurend klinkt in je hoofd, gaat herkennen. Want, dat stemmetje in je hoofd ben jij niet. Het is je innerlijke criticus. Het zijn opvattingen die je hebt die jij als waarheid ziet en daarmee alles bekritiseerd. Door in deze dagen stil te staan en het stemmetje te observeren, kom je een stukje dieper bij jezelf.

Wat een geklets allemaal he ;), maar ik ga ook deze weer even toelichten. Want in het normale leven krijg je heel veel informatie binnen, waar je ook weer met mensen over praat en zo je mening vormt over iets. Tijdens deze tien dagen krijg je veel informatie en die mag je zelf verwerken zonder de mening van iemand anders omdat je tien dagen niet met iemand praat en waarbij je mediteert zodat dat opdringerige stemmetje in je hoofd wat rustiger wordt.

Ik vond het dan ook juist heel fijn dat ik geen contact mocht hebben met anderen (oke oke min die 1 keer praten), niet mocht lezen en niet mocht schrijven. Je mag alles in die tien dagen alles oplossen in je eigen hoofd. En het verbaasde me hoe goed dat ging.

Waar zijn mijn billen?
Zoals de titel al zei: Waar zijn mijn billen? Want op dag 6 of 7 lig ik in bed en glijd ik met mijn hand langs mijn been. ‘Hu? Weinig been’, bedenk ik me. Dan voel ik aan mijn billen. ‘Waar zijn die nou gebleven? Dat zal Robin leuk vinden, not’, lach ik in mezelf. Want omdat je praktisch de hele dag zit, gaan je spieren snel weg. Ook merk ik dat ik op dag 1 – 3, drie scheppen havermout s’ ochtends opschepte en nu nog maar twee of één. Je verbruikt minder energie, dus je hebt ook minder energie nodig. Zelfs een broek die aan het begin van de week een beetje losjes zat zit nu een stuk wijder. Dat gaat snel!

Halverwege de week ga ik een paar keer de fout in met mijn eetlust. Ik neem een schaaltje salade en schep een bord vol met warm eten (want na de lunch, die om 11 begint) eet je alleen nog een stuk fruit om 17.00 uur. Maar na het schaaltje salade zit ik eigenlijk al vol. Ik probeer toch de helft van het bord leeg te eten, dat lukt bijna en uiteindelijk gooi ik de helft weg met een loodzware buik. De meditatie gaat niet lekker door de volle buik. Weer een leermomentje: niet jezelf volproppen. Uiteindelijk ben ik 3 kilo afgevallen, best veel voor tien dagen en mijn gewicht. En ik heb mezelf daarna niet meer gewogen, maar ik heb het idee dat als je weer je normale leven gaat leven, je dit er ook snel weer aan eet en sport.

Twee weken terug werd mij een docu aangeraden door een van mijn meditatiematties. In mijn blog van vorige week, zei ik dat ik deze docu in dit blog met jullie zou delen. Het is een inspirerende docu en laat een beetje zien wat ik in deze tien dagen heb gedaan. Het gaat ook over onze footprint, dus twee vliegen in één klap, kan ik wel zeggen 😉

Ik ben al bij blog 3 en nog steeds niet uitgepraat/getypt, dus ik denk dat volgende week het laatste blog van deze reeks komt. Daarin vertel ik:

  • Hoe is het om weer te praten?
  • Eindelijk Robin weer zien!
  • Wat is er nu veranderd?
,

10 dagen alleen maar mediteren – Deel 2: Oeps. Toch gepraat.

Allereerst wil ik even laten weten hoe leuk het is om al jullie positieve reacties te ontvangen en zelfs vragen wanneer ik de volgende delen ga plaatsen! Want eerlijk is eerlijk, soms voel ik me een beetje een gekkie met deze verhalen omdat het een bijzondere ervaring was, die je bijna niet kan beschrijven. Maar ik doe mijn best 😉

Als je deel 1 nog niet hebt gelezen, kan je die hier vinden. 

Verder naar dag 4, die dag gaat prima. Ik ben blij met mijn ruggensteuntje en ik begin steeds meer in het ritme te komen. Tijdens de lezingen wordt ook verteld dat je het beste situaties kan observeren. Dus als iemand boos tegen je doet, observeer deze situatie en ga niet meteen over op een reactie. Maar ook als iemand leuk tegen je doet, observeer deze situatie. Kijk, dat van dat boze snap ik wel (ik ga zo een voorbeeld geven om het beter uit te leggen) maar als je iedere situatie alleen maar aan het observeren bent, wanneer ben je dan blij, enthousiast, vrolijk? Ik wil geen persoon worden zonder emoties, toch!?

Op dag 5 en 6 heb ik het hier een beetje moeilijk mee. ‘Wat heb je dan voor leven als je continue alles aan het observeren bent? Ik vind het leuk om blij te zijn. Wie niet!?’

Voorbeeld
Een paar weken voordat ik de meditatieweek in ging, hadden wij een oppashond. Ik heb zelf nooit een hond gehad, dus niet zoveel ervaring met honden. Het was zaterdagmiddag, erg druk op straat en ik wandelde buiten met de hond. Ook had ik een tas bij me en een paar brieven in mijn hand die ik in de brievenbus wilde doen dus het liep wat onhandig. Door de drukte op de stoep, liep ik ook een stukje op het fietspad. Op dat moment komt er een man voorbij en hij roept in mijn gezicht; ‘MUTS!’ Ook goedemiddag, dacht ik, want ik reageer daar niet op, maar het was niet zo’n leuke situatie. Dus het advies tijdens deze meditatiedagen is: Observeer deze situatie. Deze man zegt MUTS tegen mij. Oke. Dit zegt meer over de man dan over mij. Ik kan reageren, door bijvoorbeeld: ‘PAARDEZWENGEL’ te roepen (dit woord heb ik van mijn vader geleerd, haha) maar dan reageer ik dus op zijn boosheid. Ik kan ook zijn boosheid/irritatie lekker bij hem laten door hem te laten roepen en de eer aan mezelf houden en erom glimlachen.

Dus, eerstvolgende keer dat iemand boos op je wordt, laat het lekker bij diegene. Stop er geen energie in. Maar hoe moet dit dan met blijheid? Dat snap ik nog even niet en het verwart me. Oke prima, laat het me maar even verwarren. Misschien snap ik het later deze week wel. Ik kan erover gaan piekeren, maar laat het nu maar even voor wat het is.

Toch voel ik me er iets minder door. Als ik voor de lunch mijn kamer binnenloop, zie ik dat mijn mattie R haar slaapzak heeft ingepakt. Hu? Zie ik dat nou goed? Gaat ze weg? Ik laat het even bezinken en de bel gaat voor de lunch. Als ik na de lunch bovenkom, zie ik haar op het matras tegen de muur zitten en haar spullen zijn ingepakt. Ik kan het niet laten en eigenlijk gaat het ook een beetje vanzelf: ik begin zachtjes te praten tegen haar. ‘Ga je weg?’, vraag ik. Ze vertelt kort iets over haar situatie en dat deze cursus op dit moment in haar leven nog te zwaar is. Ik luister naar haar verhaal, en ik zeg dat iedereen het zwaar heeft en dat ze al op de helft is. En of het goed is om nog even met de teacher te praten. Ze vertelt me dat ze dat ze dat zo gaat doen, maar dat ze haar beslissing al heeft genomen. Ik merk dat dit gesprek heel intens is als je al vijf dagen niet tegen iemand hebt gepraat. Als ze na het gesprek met de teacher terugkomt, zie ik een opluchting. Ze schrijft haar naam op een briefje en geeft het aan me. Ik ben blij voor haar dat ze de goede beslissing heeft genomen.

Nadat R weg is, blik ik terug op het gesprek en op mijn actie. Want je mag niet praten met je medeleerlingen en toch doe ik het. Omdat ik die twee minuten praten met haar belangrijker vond dan de regel om niet te praten. Om haar te helpen en misschien dacht ik nog wel dat ik haar kon overtuigen om te blijven, omdat ze al zover is gekomen. Bijzonder dat dat helpen vorig jaar een groot ding topic in mijn leven was ‘Eerst voor jezelf zorgen, om voor anderen te kunnen zorgen.’ En dat het helpen nu terugkomt en ik het meteen zie.

‘s Avonds hebben we een interessante lezing. Halverwege die lezing gaat het (misschien maar 1 minuut) over zelfmoord. Dat zelfmoord niet de oplossing is in het leven, en er worden nog meer dingen over gezegd. Oef die paar zinnen raken me zo hard. ‘JA DAT SNAP IK OOK WEL!’ wil ik schreeuwen.

Mijn eerste impuls is om de kamer uit te lopen en de deur dicht te slaan(?) Maar ik blijf stil zitten, ik laat mijn tranen over mijn wangen glijden zonder geluid te maken. Ik laat het gaan, in plaats van mijn vader (in mijn hoofd) te verdedigen, willen schreeuwen dat ze het niet snappen en dat je niet zo snel moet oordelen. Dat ze lekker hun kop moeten dichthouden.

Maar wat ik tijdens deze lezing leer en besef is dat wat er met mijn vader is gebeurd, geen stempel op mij hoeft te drukken. Het heeft niets met mij als persoon te maken, trouwens ook niet met mijn vader. Het is zo oneerlijk om iemands hele leven te beoordelen op die ene, cruciale, actie. Ik hoef hem niet op een voetstuk te zetten, ik hoef niet boos op hem te zijn omdat dit is gebeurd. Het is en blijft mijn vader, ik hou van hem en voor mij blijft hij de geweldigste vader. Daar staat zijn einde helemaal buiten.

Ik maak nog een bruggetje naar het observeergedeelte in combinatie met mijn vader.
‘Toen dacht ik; ik kan mezelf maar beter van kant maken’, ja dat wordt weleens gezegd door mensen op een soort van grappige manier. Ik denk dan: je hebt echt geen idee waar je het over hebt. Het doet me pijn. Maar wat diegene zegt heeft niets met mijn vader te maken en niets met mij. Ik merkte echt tijdens die dagen dat ik er zelf voor kan kiezen of zulke opmerkingen mij pijn doen (makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch). Toevallig maakte iemand vlak na de tiendaagse meditatie zo’n opmerking, eerst schrok ik een beetje en daarna ging ik de situatie observeren: ‘Oke, deze persoon zegt dat. Dat mag deze persoon zelf weten. Dit heeft niks met mij te maken en deze persoon zegt dat ook niet om mij pijn te doen en ik hoef mezelf met deze opmerking ook geen pijn te doen.’ Ik moet zeggen dat het echt al een stuk beter ging dan voorheen. Ik verwacht niet dat dit van de 1 op andere dag over gaat. Het is oefenen, want dat is met alles in het leven. Maar de eerste keer dat ik dit oefende na de meditatie, voelde ik me al een stuk beter. Ik ben ook van mening dat, nadat er meer tijd overheen gaat, het minder pijn gaat doen

Toen ik nog ziek was, ging het echt door merg en been als iemand met het woord ‘kanker’ voor de grap schelde. Heel mijn lichaam deed dan pijn. ‘Je moest eens weten’, dacht ik dan. ‘Probeer zelf eens een potje kanker, dan praat je wel anders.’ Anyway, nu ik niet dagelijks meer aan kanker denk en me lichamelijk goed voel, verdwijnt het langzaam naar de achtergrond en kan ik ook sneller mijn schouders ophalen als iemand ermee scheldt.

Het zegt iets over die persoon, niet over mij. Want ik bén geen kanker, ik heb deze ziekte alleen gehad.

Zo jongens, dat was een heftig stuk. Terug naar dag 5.

Die avond dat R weg is, loopt er een meisje een paar keer in en uit onze kamer. Ik lig nog niet te slapen en merkt dat ze een lange tijd niet in onze kamer is. Na een half uur komt ze onze kamer binnen en ze zegt: ‘Is er nog iemand wakker?’ ‘Ja’, zeg ik (oeps weer gepraat). ‘Is het goed dat ik even het licht aan doe? Ik moet mijn spullen pakken want het gaat niet goed met me’, ze klinkt een beetje paniekerig en in de war. ‘Is goed’, ik probeer zo min mogelijk te zeggen. Dan bedenk ik me dat het al 22.30 uur is. ‘Komt iemand je ophalen?’, vraag ik. ‘Ja volgens mij wel’, zegt ze. Als ze haar spullen heeft gepakt roept ze gedag. Wat een gekke dag was dit, bedenk ik me als ik in slaap val.

De volgende dag, is dag 6. Dag 2 en 6 schijnen het zwaarst te zijn, dus als ik deze heb gehad, zitten de moeilijke dagen erop. En ik zit er toch een beetje mee, met dat observeren. Alles maar observeren, wanneer heb je dan emoties? Ik besluit mijn naam op de lijst te zetten zodat ik met de teacher kan praten. Ik heb sterk de drang dat ik even moet ventileren.

Als ik naar binnen mag, begin ik met mijn observatie vraag. De teacher legt het duidelijk en rustig uit zodat ik het beter begreep. Natuurlijk mag je wel blij zijn, alleen wat ze tijdens de lezing zeggen is dat je er niet teveel aan vast moet klampen omdat alles een keer komt en gaat.

Voorbeeld
Stel jij haalt iedere woensdag een roze koek bij de bakker. Alleen op woensdag mag je die roze koek en die vind je ge-wel-dig. Maar op een dag kom je daar en de bakker is op vakantie, of de roze koeken zijn op. Dan kan je ontzettend balen (reactie), want nu heb je jouw roze koek niet en dat is ondertussen zo’n gewenning geworden. Of je kan de situatie observeren: ‘oke ik heb vandaag geen roze koek van de bakker.’ En je kan overgaan in actie: je gaat naar de supermarkt en haalt daar een roze koek of je gaat naar een andere bakker. Of je denkt: dan kom ik volgende week terug en haal ik dan de roze koek. Je haalt je schouders erbij op. Het is nu eenmaal zoals het is (met dit roze koek voorbeeld is dat natuurlijk wat makkelijker dan met complexere situaties).

Daarna vertel ik dat ik gisteren even heb gepraat met R, ‘Je bent in ieder geval eerlijk erover’, zegt ze met een knipoog. En ik vertel dat ik het best heftig vind dat er gisteren twee meiden uit onze kamer zijn vertrokken. Ik ben lekker op dreef en blijf maar praten voor mijn gevoel. Dan pluk ik een beetje aan mijn trui en kijk ik de andere kant op en vertel ik over mijn vader en over de lezing van gisteren en hoe dat ging. Dat ik even boos was op de lezing. Ze stelt me gerust en vertelt dat dit heel begrijpelijk is.

Ondertussen ben ik aan het huilen en dat lucht ook al een stuk op. Na zo’n vijf minuten loop ik haar kamer weer uit, naar buiten. Als ik buiten kom, denk ik; zo even een potje janken. Maar er komt niets. Oke, ook prima, denk ik.

Dan wil ik nog één voorbeeld geven over ‘alles komt en alles gaat’. Want, zo leerden wij, dat gaat ook over het veranderen van mensen.

Voorbeeld 2
Stel: Iemand heeft je een paar jaar geleden iets pijnlijks aangedaan en je vindt die persoon niet leuk. Als je deze persoon nu weer ziet, denk je waarschijnlijk: ‘Daar heb je dat varken weer (om het maar even netjes te zeggen)’, en je wordt boos vanbinnen. Maar dat boos zijn creëer je zelf. Ja die persoon deed stom, maar misschien is die persoon nu wel veranderd. Het advies is dan dus om de situatie te observeren. Want dat boos of agressief zijn op die persoon, is alleen vervelend voor jezelf, die ander maakt dat toch niet uit (als ie nog steeds stom is al helemaal). Als ik dit zou lezen zonder deze cursus, zou ik het lastig vinden om te begrijpen, in de zin van: ‘Ja die persoon deed toch stom, ik haat diegene, ik ga echt niet aardig doen, die persoon verandert toch nooit!’, zulk soort gedachtes. Nu heb ik geen intense haat voor iemand maar er zijn wel personen die ik liever niet zie. Dus wie weet zeg ik ze een volgende keer wel gewoon gedag zonder boosheid te voelen? Want die boosheid gun ik mezelf niet. Het gaat er dus ook echt om, om voor jezelf te kiezen.

Vorig blog vertelde ik dit avontuur in drie delen zou schrijven. Maar als ik zie hoeveel ik vandaag weer heb geschreven en hoeveel ik nog wil schrijven… Misschien worden het er wel vier (als jullie het nog steeds zo leuk vinden als het eerste deel 😉 )

De volgende keer:

  • Deel ik een documentaire met jullie waarin ik veel herkenning zag met wat ik heb geleerd en gedaan tijdens de meditatie.
  • Vertel ik welk nummer er continue in mijn hoofd zat en waarom ik daar zoveel aan had.
  • Beschrijf ik hoe de laatste dagen waren en wat ik deed om nog meer te leren.
,

10 dagen alleen maar mediteren – Dag 1: ‘Wat doe ik hier? Dit is helemaal niks voor mij!’

Tien dagen niet schrijven, praten en lezen. Wat dan wel? Mediteren. Heel veel mediteren. Die uitdaging ging ik aan.

De dag voor de cursus brengt Sven mij met de auto naar de locatie, dit is vlakbij Amersfoort. Het is een oud, maar netjes gebouw en we lopen naar de inschrijfbalie. We zetten mijn spullen neer en Sven zegt:

‘Nou, succes he zus’, hij heeft een grijns van oor tot oor want hij ziet aan mijn gezicht dat ik het liefste mee terug wil. ‘Waar ben ik aan begonnen? Laat me hier niet aaachteeeer’, denk ik.

We omhelzen elkaar en daarna gaat hij weg. Ik adem diep in, oke laat ik het dan toch maar gaan doen. Ik ben één van de eersten, pak een inschrijfformulier en vul die in. Daarna ga ik in de rij staan om het formulier in te leveren. Achter me komt een meisje/jonge vrouw/chick te staan (ik ben er nog niet uit hoe ik dat het best verwoord). We raken aan de praat en ze blijkt een paar straten verder te wonen dan ik, wat een kleine wereld. Ik noem haar voor dit verhaal, M. Na mijn aanmelding, mag ik helemaal naar boven lopen. Ik kom bij een grote zolderkamer waar negen bedden op de grond liggen. Er is nog een kamer naast die van mij, daar liggen zeven bedden. Ik ben als eerste, dus ik kies de fijnste plek uit (vind ik zelf) lekker achterin de hoek. M komt ook boven. ‘He! Jij ligt zeker ook in deze kamer?’, maar nee M ligt in de kamer ernaast. Al snel blijkt dat het op leeftijd is ingedeeld en M valt net niet in onze kamer. De kamer waar ik in lig, liggen de jongste, vrouwelijke, nieuwelingen.

Als ik mijn spulletjes aan het uitruimen ben, komt M binnen en zegt: ‘Hé je bent nog alleen! Je moet even kijken wat voor matras je hebt want daar zit verschil in. Ik heb mijn matras net geruild!’, en ze lacht. Ik kijk naar mijn matras, oja best een dunnetje, dus M en ik wisselen mijn matras om. De grootste lol hebben we, net alsof we op een tienerkamp zijn.

Even later komt R binnen, ze zet haar spullen bij het bed dat tegenover me staat en ook wij zijn snel aan het kletsen. Daarna gaat we met z’n drietjes op pad. We checken de douches, wc’s en praten met oud-studenten die nog een keer meedoen aan deze cursus en we stellen ze heel veel vragen. Als we terugkomen na ons rondje, is onze kamer voller. Uiteindelijk blijven er 2 bedden leeg, dus liggen we met z’n zevenen op de kamer. We leren elkaar kennen en daarna is het tijd om te eten. We eten erwtensoep. En nu gaan mama, Sven (en papa van boven) lachen want mijn hele leven eet ik al geen erwtensoep. Ik besluit het toch maar te eten, en het is eigenlijk best lekker.

Daarna volgt de eerste groepsmeditatie. Als iedereen stil zit, klinkt uit het niets een mannenstem die aan het chanten is (*chanten is het zingen van Boedistische teksten) nu ik dit hoor, herinner ik me dat Sven ooit heeft gezegd dat hij de eerste keer om moest lachen en best ongemakkelijk is.

Met moeite houd ik mijn lach in, om mij heen hoor ik niemand lachen en ik vraag me af of ik de enige ben. Aan het eind van de meditatie klinkt het opnieuw, maar gaat het al iets beter. Waarschijnlijk raak je hier ook wel aan gewend.

Vanaf nu geldt stilte voor de komende dagen. Je kan alleen met de manager of de teacher praten als je iets wilt vragen. De volgende dag begint de eerste, echte meditatiedag. En wat een dag is dit…

Om nog even terug te komen op wat de bedoeling is, want ik kreeg veel vragen over wat ik dan eigenlijk de hele dag heb gedaan, hierbij het strakke schema:

Om 4.00 uur word je gewekt
4.30 start de eerste meditatie, in zaal of kamer.
Om 6.30 staat het ontbijt klaar en heb je vrije tijd
Van 8.00 tot 9.00 heb je groepsmeditatie (bij groepsmeditaties is iedereen in de zaal en mag je de zaal tijdens de meditatie niet verlaten)
9.15 – 11.00 Mediteren in zaal of kamer
11.00 – Lunch en vrije tijd
13.00 – 14.15 Meditatie op kamer of zaal
14.30 – 15.30 Groepsmeditatie
15.45 – 17.00 Meditatie op kamer of zaal
17.00 – 18.00 Fruit eten en vrije tijd
18.00 – 19.00 Groepsmeditatie
19.15 – 20.15 Lezing
20.30 – 21.00 Mediteren in de zaal
21.00 – 21.30 gelegenheid om vragen te stellen
BEDTIJD!

Oke, verder met dag 1. Als ik tijdens de eerste meditatie in de zaal zit, hoor ik halverwege een BOEM en ik hoor iemand een klein gilletje maken. Ik open mijn ogen niet, maar ik hoor dat er iets aan de hand is. Even later ga ik naar de wc en ik voel me lekker rustig van de meditatie. Als ik uit de wc loop, komt een vrouw kotsend mijn wc binnen rennen.

Met grote ogen kijk ik naar haar. ‘Waar ben ik nu weer beland!?’, denk ik. ‘Hoort dit bij de meditatie? Ik hoef dit niet hoor.’

Als om 8 uur de groepsmeditatie begint, merk ik dat ik halverwege moet plassen. Ik sta stilletjes op en loop de zaal uit richting de wc. Als ik van het toilet kom, staat de vrouwelijke manager om de hoek. ‘Gaat het goed?’, vraagt ze. ‘Uh… ja? Ik moest plassen.’ ‘Oke’, ze kijkt me aan. ‘Is dat niet toegestaan?’, vraag ik want ik voel dat er iets niet klopt. ‘Tijdens de groepsmeditatie is het eigenlijk de bedoeling dat je het hele uur blijft zitten.’ ‘Oh, oke. Sorry dat wist ik niet’, zeg ik en ik loop weer met haar naar de zaal. ‘Eerst die kotsende vrouw en nu al die regeltjes, ik ben toch geen kleuter! Dit is helemaal niks voor mij’, gaat er door mijn hoofd. ‘Wat doe ik hier!’ Ik ga weer in de zaal zitten en tegen de tijd dat we middagpauze hebben, doet heel mijn lichaam pijn. ‘Dit is toch niet normaal! Als ik zoveel pijn heb, is dit toch helemaal niet goed voor me?’ Ik ga naar de manager en vraag of ik misschien op een stoel kan zitten oid. Ze zegt dat ik dit met de teacher moet bespreken en dat kan toevallig rond dit tijdstip dus ze zet me op de wachtlijst. Als ik aan de buurt ben, vertel ik over mijn pijn aan de teacher. Ze antwoordt met een glimlach dat het heel logisch is dat ik de eerste dag pijn heb, en dat het de komende dagen minder wordt. Ik knik en als ik weer buiten loop, bedenk ik me dat ik beter naar huis kan gaan. Ik bepaal toch zeker zelf wel of ik pijn heb en of ik daar iets aan wil doen! Wat stom hier allemaal! Dan bedenk ik me dat Sven dit ook tien dagen heeft volgehouden en ik wil natuurlijk niet al op dag 1 naar huis. Laat ik het nog heel even volhouden, bedenk ik me. Ik kan altijd nog naar huis gaan als ik dat echt wil.

Tijdens de lezing ’s avonds, moet ik lachen om mezelf. Er wordt verteld dat je lichaam en hoofd flink protesteren de eerste dag, ze vinden het allebei belachelijk wat je aan het doen bent. Ik herken mezelf ontzettend hierin en besluit mijn zeurende ego even links te laten liggen. Ook hoor ik die avond dat dag 2 voor de meesten nog zwaarder is dan dag 1: KOM MAAR OP, denk ik.

De twee dagen daarna gaan mentaal goed. Af en toe heb ik een dipje, maar eigenlijk ben ik er ook snel weer uit, omdat ik me besef dat ik zelf dat dipje maak! Doordat je nauwelijks prikkels van buiten krijgt, word je ontzettend bewust van je eigen gedachten, wat er in je hoofd gebeurt. Je denkt namelijk dat je dipje met omstandigheden te maken heeft, maar vaak ligt het aan jezelf. Toen mij dit werd verteld, vond ik dit stom, maar langzamerhand begon ik dit te snappen tijdens te meditatie. Ook werd er verteld dat alles continue verandert. Niets blijft hetzelfde. Dus klamp je niet teveel aan iets vast (want vroeg of laat is het er niet meer) en maak je ook niet te druk om dingen (want, ook hierbij: vroeg of laat is het er niet meer). Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, maar omdat je het tijdens deze tien dagen als theorie krijgt, maar ook in de praktijk brengt, dringt het echt tot je door. Ik geef 2 voorbeelden, want dat is makkelijker.

Voorbeeld 1
Op dag 1 had ik pijn in mijn hele lichaam. Ik kan me super gefrustreerd voelen door die pijn, of ik kan die pijn observeren. ‘Oke, de pijn is er. Maar dit is tijdelijk, dit gaat weg.’ (Waarschijnlijk klinkt dit voor 90% van de lezers heel raar, ik had het voor de meditatie ook vaag gevonden, maar toch wil ik deze ervaring delen.) En dat is natuurlijk met alles.

Je kan je irriteren aan een automobilist die voor je heel langzaam rijdt (tumdudum, dit zeg ik vooral tegen mezelf), aan een lange rij bij de Albert Heijn, of aan iemand die naast je zit en smakt.

Voorbeeld 2
Jawel, want op de tweede dag komt er een vrouw naast mij zitten tijdens de lunch en ze smakt en maakt een kabaal met haar bestek, ik weet niet hoe ze het doet. Eerst begin ik me te ergeren, ‘Eet eens normaal, je bent toch geen varken!?’. Dan denk ik: ‘Oké dit is een test. Ik heb ooit zelf bedacht dat ik me hieraan erger, even kijken of ik dit kan observeren.’ Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik blijf zitten op mijn plek en ik probeer het.

De volgende dag komt ze weer naast me zitten. ‘NEEHEE’, denk ik eerst. Ik adem een keer diep in en denk: oke, we gaan het weer proberen. En stukje bij beetje gaat het steeds wat beter. Maar ik moet ook zeggen, als zij eerder aan tafel zit dan ik, ga ik toch een ander plekje zoeken.

Ik merk dat ik hier heel veel over kan schrijven dus ik ga hier nog een blog (of misschien wel 2) aan wijden.

Nog even verder over dag 3. Tijdens de ochtendmeditatie moet ik weer plassen (oeps) en ik merk dat ik moet huilen. Oke, leuk die regels van niet tijdens de groepsmeditatie de deur uit, maar ik ga toch weer. Na het toiletbezoek, kijk ik in de spiegel en ik voel het eerste beetje huil eruit komen. Dan komt de manager en vraagt of het gaat. ‘Ja het gaat wel. Laat me maar even, het moet er even uit.’ ‘Oke. Want als je een gesprek wilt met de teacher over hoe je met emoties kan omgaan, dan kan je jezelf op de lijst zetten.’ ‘Ja, oke, dankjewel. Laat me maar even.’ Soms moet wat huil er even uit, laat me dan maar even en dan is het daarna oké. Dus ik even huilen en als ik naar de zaal wil teruglopen, staat de manager met een stift in haar hand. ‘Zal ik je naam erbij zetten?’, vraagt ze. ‘Uh, nee hoeft niet. Doe ik zelf wel als ik daar behoefte aan heb.’ Ze knikt en vertelt me dat het uur bijna voorbij is dus dat ik alvast naar mijn kamer kan als ik dat wil.

Ze bedoelt het ontzettend lief, maar ik zit zo in mijn eigen bubbel dat ik even geen hulp wil en in mijn eigen hoofd wil blijven (om het zo maar even te zeggen). Om even duidelijk te maken: de mensen die tijdens die dagen vrijwillig helpen, zijn lief. Ze hebben alles in de gaten en helpen wanneer het kan. In de middag komt de manager weer naar me toe. Ze vertelt dat de teacher heeft gezien dat ik erg mijn best doe, maar veel beweeg en of ik ergens last heb. En jep, dan zeg ik het ook maar meteen. Sinds Peru (dus een klein jaartje) heb ik last van mijn rib. Niet altijd, dus daarom ben ik er nog niet achteraan gegaan. Toen ik vorig jaar bij de Sjamaan langsging, vroeg hij me of ik een ernstig ongeluk heb gehad waardoor mijn linkerkant is beschadigd. Ik vond het toen echt bizar dat hij dat kon voelen door aan mijn voet te voelen (lees het verhaal hier terug), want ik had nog niemand hierover verteld!

Maar goed, de rib liet ook nu van zich horen en zo kreeg ik een steun in mijn rug. Echt mijn redding! Want ik weet niet of ik het lichamelijk had uitgehouden zonder de steun in mijn rug. Alsnog had ik bij bepaalde posities last maar het was een stuk minder.

De volgende keer:

  • Vertel ik waarom ik toch een regel heb gebroken… wat zal het zijn, schrijven, praten of lezen?
  • Waarom je niet in het verleden moet blijven hangen. En hoe je dat doet. Ook dit heb ik geleerd en ik geef een paar voorbeelden van.
  • Heb je vragen over deze meditatie of over mijn verhaal, let me know!

Tien dagen geen internet, niet praten, niet lezen en… niet schrijven!

 

‘Wat gaat ze nu weer doen?’, hoor ik jullie denken. Ja, dat heb ik me de afgelopen tijd ook weleens afgevraagd. Begin september schreef ik me in en toen leek het allemaal nog heel ver weg, dus hoefde ik er niet zo over na te denken. Ik had een schema bedacht zodat ik iedere dag ging oefenen en het zo rustig kon opbouwen. Maar in de praktijk ging dat toch iets anders dan hoe ik me het had voorgesteld. En toen was het opeens’ kerst en dacht ik: ‘Oeps, het is al bijna zover!’

Wat ik ga doen? Tien dagen Vipassana meditatie beoefenen. Dit doe ik niet thuis, ergens intern met meerdere personen. Wat houdt het precies in? Uh nou eigenlijk de hele dag mediteren, zou ik nu zeggen. Want je mag niet praten, niet lezen, geen internet (en dus geen telefoon) gebruiken en… niet schrijven. En dat laatste is voor mij het moeilijkste, denk ik nu.

Je mag ook geen (oog)contact hebben met andere deelnemers. Los van audiolessen, is het echt de hele dag stil om je heen, dus het wordt ook stiller in je hoofd (dat is de bedoeling). Waarom ik dit ga doen? Drie jaar geleden heeft mijn broertje dit gedaan in Nepal. ‘Dat moet je echt een keer doen Anouk, ik kan het wel uitleggen maar het is bijna niet uit te leggen’, vertelde hij me toen hij kort daarna weer thuis was. En ik denk ook dat het iets is dat je zelf moet ervaren omdat het in principe ook allemaal in jezelf gebeurd, en dat is voor iedereen anders. Het stond al een tijdje op mijn denkbeeldige lijstje in mijn hoofd, maar niet per se bovenaan. Na onze reis ging het wat hoger op mijn denkbeeldige lijstje staan, en toen ik zag dat het in januari in Nederland werd georganiseerd, dacht ik: ‘BINGO!’ Want wat moet je anders in januari ;)?

Gisteren lagen we in bed en zei ik: ‘Dan hebben we dus ook tien dagen geen contact.’
‘Oja, dat is raar. Je ziet elkaar wel vaker een paar dagen niet, maar dan kan je wel altijd appen ofzo.’ Hij vindt het tof dat ik dit ga doen en hij hoopt stiekem dat ik daarna wat vaker mijn mond houd, hahaha.

Ik heb geen idee wat ik kan verwachten en tegelijk wil ik ook geen verwachtingen hebben en er open ingaan. Maar hoe dichterbij het komt, hoe spannender ik het begin te vinden. Ik ben heel benieuwd hoe ik het ga ervaren. Eind januari zal ik jullie laten weten hoe het was!

,

Voorproefje: tien dagen zonder Instagram en Facebook

Een paar weken geleden verwijderde ik mijn Instagram- en Facebookapp 10 dagen van mijn telefoon. De eerste 2 dagen ging mijn duim automatisch naar de plek van Instagram en Facebook, als ik op mijn telefoon bezig was.

De dagen daarna dacht ik er niet eens meer over na en raakte ik mijn telefoon ook veel minder aan. Na tien dagen zette ik de Instagramapp er weer op en was het weer zo makkelijk om te gebruiken, het lijkt wel een automatisme. Ik vind mezelf niet heel erg verslaafd aan Instagram, maar ik vond het stiekem wel een opluchting dat ik het ook makkelijk tien dagen zonder kan. De Facebookapp heb ik er niet meer opgezet, en dat bevalt tot nu toe heel erg goed. Want zo kijk ik er veel minder op.

In het nieuwe jaar ga ik weer 10 dagen zonder Instagram en Facebook. Ook 10 dagen zonder telefoon, internet, praten, lezen en schrijven! Say whuuuut!? In 2019 meer hierover…

Voor nu hele fijne feestdagen, met of zonder Instagram, Facebook en al die andere leuke maar toch ook wel onbelangrijke dingen. Want het samen zijn met familie en vrienden blijft zoveel belangrijker dan het perfecte plaatje te creëren op internet voor mensen die je soms nauwelijks kent.

,

Welcome to the jungle

Na een paar maanden gereisd te hebben, en op allerlei soorten plaatsen te zijn geweest, ben ik eruit. Ik houd van een jungle omgeving en van het strand. Bergen vind ik wat minder interessant (klinkt zo verwend…). Vandaar dat ik waarschijnlijk helemaal onder de indruk van Brazilië was en ook van deze jungle experience…je kan er maar achter komen he 😉

Dan nog iets: Ik merk dat de tijd voor mezelf me goed heeft gedaan. Ik merk dat als ik alleen ben, ik veel meer tijd neem om de dood van papa te verwerken. En als je beide in een relatie door een moeilijke tijd gaat is het lastig om elkaar te helpen. Eerst jezelf helpen is dan belangrijker zodat je er daarna weer voor elkaar kan zijn. (Ook al ben ik heel blij dat we samen naar de jungle zijn gegaan want dat was ontzettend leuk!)

We hebben nog een vlucht naar Iquitos staan (de jungle) en daarna een vlucht naar Colombia. We besluiten om in Colombia opnieuw even alleen te reizen en te kijken hoe dat gaat. En dan nog iets leuks: de eerste 1,5 week in Colombia komt Shannon langs. Daarover volgende x meer want dat is ook nog een leuk verhaal.

Nog een oja: vrijdagavond is mijn telefoon gestolen. We waren uit geweest (Shannon en ik), alles ging dicht en we stonden buiten nog even te kletsen. Er stonden een paar verkopers om ons heen en hoogstwaarschijnlijk hebben ze mijn telefoon uit mijn tasje gehaald. Verder heb ik er gelukkig niets van gemerkt (je hoort weleens van die horror verhalen) en mijn pasjes etc heb ik ook nog. Natuurlijk is het ontzettend balen, maar er zijn ergere dingen in de wereld. Na even wikken en wegen heb ik besloten om geen nieuwe (tijdelijke) telefoon hier te kopen omdat dit uiteindelijk maar voor 4 weken zou zijn. Ik heb mijn laptop bij me en eigenlijk vind ik het wel een avontuur om even zonder telefoon te reizen… ben benieuwd!

Tijdens het verblijf in de Jungle ben ik weer eens gaan schrijven in mijn boekje. Eigenlijk zijn dat de beste momenten: schrijven op het moment dat je er bent, en niet 3 weken laten (OEPS). Dus ik ga even stukjes ervan overschrijven.

Dagboek in de jungle

30 april, 7.30 u ‘s ochtends

“Ik voel me eigenlijk best op mijn plek in de jungle. Ik had verwacht dat ik het wat meer wennen zou zijn maar ik dat is niet zo. Alleen de muggen zijn meer dan irritant.

Vanochtend werd ik wakker met de geluiden van de jungle. Alle dieren worden wakker, vooral de vogels en aapjes hoor je… Het geluid is eigenlijk niet te beschrijven, maar het is zo ontzettend mooi en fijn om zo wakker te worden. Vannacht zijn we op zoek gegaan naar krokodillen. In een klein bootje, op elkaar gepropt ga je het donker in. Echt heeeel donker. We hebben geen grote krokodil gezien (die houden zich goed verstopt) Maar de tourguide had een kleintje gepakt en die mochten we vasthouden maar dat vond ik maar niks dus dat heb ik niet gedaan (vond het een beetje zielig).

Overdag ook op de boot gezeten en pink dolphins gezien. Daar stel je je iets heel moois en romantisch bij voor maar eigenlijk zijn ze best lelijk, haha! Oh en: aapjes gezien! Dat was zooo leuk! We kregen allemaal een stukje banaan en we gingen dichter aan de kant met de boot en opeens lopen er 3 apen de boot op. Op dat moment vond ik het best spannend: durfde echt die banaan niet te geven. Even de kat (of beter gezegd: aap) uit de boom kijken en toen durfde ik wel. Uiteindelijk had ik een wild aapje vast zo ontzettend schattig, als een baby lag ie in mijn armen. Maar toen werd er een andere aap jaloers en sprong op mijn hoofd/schouder. Daar heeft Robin een paar leuke foto’s van genomen, haha! (Overigens zijn de aapjes hier heel anders dan in Azie want ik hoor dat ze daar niet zo leuk zijn en alles afpakken omdat ze het willen ruilen voor eten, maar daar heb ik dus geen ervaring mee 😉 ).

Ook merk ik dat 1 dag jungle je al zoveel rust geeft. Geen WIFI, geen andere afleidingen en ’s avonds doen we fanatiek het spel : Weerwolven. Voor wie dit nog nooit heeft gedaan: ga dit een keer doen. Eigenlijk heb je alleen een groepje mensen nodig en een paar kaarten en spelen maar. Ik was de eerste avond dus continue de wolf en dat zag je vaak aan mijn hoofd (vooral Robin natuurlijk), maar de dag erna ging het steeds beter en lukte me het om steeds beter het spel te spelen (eigenlijk een partijtje bluffen en liegen als je de wolf bent, haha).

Echt tof ook om dit met vreemde mensen te spelen, maakt het nog moeilijker ook. En goed ook dat er geen wifi was want dan hadden we nooit zulke leuke avonden gehad als deze!

De vlucht van Lima naar Iquitos zat ik… (3 x raden) niet naast Robin maar naast een opaatje! Haha, kon ook niet anders. Het was een Canadese opa en hij had gevochten in de oorlog en in Duitsland, Vietnam en weet ik veel waar allemaal gewoond. Het was zo’n poepie! En hij zei dat hij jarenlang alcoholist was geweest en dat hij in die periode ook  zijn huidige vrouw had leren kennen maar het op dat moment niet werkte. Daarna is hij gestopt met alcohol drinken en 1,5 jaar daarna kwam hij haar opeens weer tegen op straat. ‘When it is meant to be, it is meant to be’, zei hij toen. Ahhhh mijn hartje stroomde over van liefde. (Zijn vrouw zat trouwens weer naast hem tijdens dit gesprek, ook al zo’n schat).”

30 april 14.00 u ’s middags

“We komen net uit een wandeltocht door de jungle. Echt geweldig, maar VOL MET MUGGEN, niet normaal. Na een paar uur was ik er wel weer klaar mee want ik zit helemaal onder. Maar het was zo interessant. Even een paar dingetjes die we gedaan hebben

– We kwamen bij een boom aan en daar liepen termieten op. De tourguide plaatste zijn hand op de boom en de termieten liepen zo zijn hand op, bijna vol was zijn hand! Daarna haalde hij zijn hand eraf en scrubt hij als het ware met zijn andere hand, de termieten over beide handen. En dan heb je dus een natuurlijke muggenspray want de termieten ruiken naar lemon! Dat wilden wij ook wel met al die muggen (jammer dat dit een beetje op het einde was want het had wel eerder van pas gekomen, haha).
– Robin at een worm die smaakt naar cashew (volgens Robin). Volgens mij werden ze Coco wormen genoemd? Onze guide vertelde dat als mensen dagen door de jungle lopen en ze hebben honger, ze een stuk of 10 van die wormen eten en dat voldoet aan een volledige lunch!
-En Robin had de eerste avond een thee op met een plant erin, waarvan je diarree overgaat. En ook nog een andere plant hadden we in de jungle gedronken (de guide hakt een beetje schors van een boom en dan knijpt hij erin en krijg je een soort sap) dat schijnt heel gezond te zijn en ook voor diarree. (Best handig)
-Oja en schors van een boom dat je kan koken en dan kan drinken als je het koud hebt want daar krijg je het weer warm van.

Ik vind dit allemaal zo bijzonder! Na een paar uur in de jungle denk je toch echt: er is veel meer dan wij denken. Wij maar naar de apotheek en dan werkt het soms nog niet, of is het niet goed voor je. Na zo’n dag denk je echt: wij gebruiken en waarderen te natuur veel te weinig! Ik bedoel, in Nederland kan je niet schors van een boom afhalen en opdrinken, dat snap ik ook wel. Maar ik denk dat we de natuur te weinig waarderen. Hier leven ze echt samen met de natuur en dat is heel mooi om te zien.

Voor mij is het nu echt zo dat als je in de jungle bent, even weg van alles, ‘back to basics’ je weer tot jezelf komt en weer snapt waar het leven allemaal over gaat en wat ertoe doet in het leven. En ik ben pas 24 uur hier, kan je nagaan. Ik denk dat het iets is dat je echt zelf moet ervaren, want misschien klink ik nu veel te ‘ver’ met mijn ‘back to basics’ verhaal.

Ook net gezwommen in de Amazone. Ulgh ik dacht eerst: ga ik echt niet doen (het is zegmaar bruin water). Maar gewoon badpak aan (er is nog geen nieuwe bikini) en zwemmen en niet denken wat voor beesten er allemaal in leven. Daarna lekker lunchen en een uurtje chillen.

In Nederland is alles zo gehaast. Begrijp me niet verkeerd, ik ben Nederland ook echt wel meer gaan waarderen na die maanden reizen, maar ik denk dat het best een tandje minder kan. We werken hard en voor ons werk doen we heel veel, maar hierdoor eten we achter onze computer? Als we zoveel voor ons werk of voor anderen kunnen doen, dan kunnen we toch ook beter voor onszelf zorgen of meer tijd voor onszelf nemen? Iets dat we soms best wel vergeten. Het is leuk om hierover na te denken, vooral in de jungle want dan krijgt je allemaal ideeën en je creativiteit staat op 100%. Ook leuk om het hier samen met Robin over te hebben omdat we beide merken wat de tijd in de jungle met ons doet.”

1 mei 12.00 uur

Gistermiddag zijn we weer het water opgegaan. Dit keer de andere richting op en veel aapjes gezien! En een stukje op het ‘donkere’ stuk gevaren, hier zitten de gevaarlijke dieren, zoals de Anaconda. Haha ik zei altijd Alaconder, (zat nog een beetje met de vogels in m’n hoofd) toen lachte Robin me keihard uit en leerde hij mij op 26jarige leeftijd hoe die grote, dikke slang nu echt heet.

’s Avonds zouden we een tocht gaan maken door de jungle maar ik had niet zoveel zin eigenlijk. Weer al die muggen… laat maar. Maar uiteindelijk toch meegegaan en dat was toooof! Haha ik was helemaal niet bang, vond het heerlijk in de modder banjeren in het donker. Word er steeds beter in. Voelde me best op m’n gemak met mijn zaklampje. We zagen zo’n harige, donkere spin: tarantula, een slang en een mega kikker, die laatste hebben Robin en ik ook aangeraakt. Echt een mega beest is dat joh.

Daarna nog een paar potjes wolven met de club en toen naar bed. Om 4.45 ging de wekker om te varen en de ochtendgeluiden te beluisteren. Echt die geluiden… ik heb het al gezegd maar ben echt verliefd op die geluiden. Na de boottocht weer slapen, ontbijten en… VISSEN haha. Ik dacht eerst; zal ik wel meegaan, ik vind vissen echt saai en niet leuk, maar (wederom) toch meegegaan. Robin vond het helemaal geweldig, en dat vond ik dan weer leuk om te zien, die grote lach op zijn gezicht (vooral als ie een piranha aan de haak had). Maar ik had ook een belangrijke functie, namelijk: water uit de boot scheppen haha. Want die kwam langzaam onder water te staan. Op het einde heb ik ook nog even gevist, zo’n 5 minuten, maar ik had beet. Ik trok ‘m uit het water en toen ontsnapte de vis (vond ik niet erg). Robin had zo’n 5 vissen gevangen. ‘Nooit gedacht dat ik nog eens met jou zou vissen!’, zei Robin. Daarna heeft Robin de vissen ook nog schoongemaakt in de keuken. ‘Als je vis eet, moet je ze ook kunnen vangen en schoonmaken’, zei hij. En daar ben ik het ook wel mee eens 😉

Tot zo ver de verhalen uit de jungle. We hebben er 2 nachtjes geslapen en het was ontzettend leuk maar ook fijn om weer terug te gaan om een goede douche te kunnen nemen (er kwam een straaltje koud water uit de kraan, wat voor in de jungle prima is maar daarna is het wel lekker om weer iets meer luxe te hebben) en een beter bed!

Terug naar het vaste land

Die dag erna zijn we lekker aan het chillen. ’s Middags zitten we op het terras en we ontmoeten leuke mensen. Een man uit Londen die sinds 3 maanden in Iquitos woont. Hij werkt voor de protestantse kerk en hij vertelde daarover. Anders zou ik zo iemand niet zo snel spreken en het was een hele relaxte, aardige man. En daarna 2 Amerikaanse stellen, ook heel gezellig mee gehad. Dat zijn toch wel de meest bijzondere momenten aan het reizen. Een dag niks doen en dan van alles op je pad komt, en met van alles bedoel ik deze keer de mensen die we ontmoeten.

’s Avonds gaan we met de jungle groep eten. De volgende dag bezoeken we de grote markt met de jungle groep. Een bijzondere ervaring… maar zo vies. Jeetje hoe kunnen mensen hier zo leven, denk je dan. Grappig want dat denk je soms in de negatieve vorm maar ook in de positieve vorm.

Maar op zo’n markt… ik hoef vast niet te vertellen dat er allemaal dode beesten liggen op een houten plank waar allemaal vliegen op af komen… We lopen een uurtje een beetje rond en dan is het ook wel weer klaar. Ik ben ook heel gevoelig voor geur en die geuren daar… oef. Twee jongens van de groep hebben allemaal inkopen gedaan want ze gaan ’s avonds thaise curry maken, woooow en die is lekker! Jammie.

Robin heeft een fan!

Oja en dan vergeet ik nog bijna iets, als we op de markt lopen horen we opeens harde muziek. We lopen in die richting en lopen langs een dansende jongen die grote mannen heel leuk vindt. Want eerst probeert hij met een jongen van onze groep te dansen maar die duwt hem weg. Dan gaat hij naar Robin, en Robin loopt rustig door terwijl de jongen voor hem danst. Het is heel grappig om te zien. Dan gaat de jongen achter Robin lopen en springt opeens op zijn rug en doet een dansje. Ik ga erachter lopen en het is zo’n grappig gezicht. Echt net een klein aapje op Robin. En Robin loopt rustig door, haha alsof er niets aan de hand is. (Ik ging er ook achter lopen om te kijken of hij niet stiekem zijn portemonnee of iets uit zijn broekzak haalde natuurlijk;) )

Die middag gaan Robin en ik naar een restaurant met zwembad, midden op het water. Het is mooi hoe ze het allemaal hebben opgezet, zelfs het bootje naar het restaurant. Het eten vinden wij helaas wat minder, maar het is er wel erg mooi. Vooral als het de zon wat gaat zakken (en Robin foto’s maakt).

En dan komt er een einde aan ons Peru verhaal. De volgende ochtend vertrekken we naar het vliegveld voor onze vlucht naar Lima, om vervolgens van Lima naar Colombia te vliegen. Op het vliegveld willen we beide een luchtje kopen. Robin is er al snel uit: hij neemt die hij altijd had. Maar ik wil iets nieuws. En Robin vindt niets lekker ruiken. Volgens hem ruikt alles ‘alsof er een bos bloemen binnenkomt’, waarop ik met mijn ogen rol. Uiteindelijk vind ik toch een lekker luchtje, en Robin vindt het ook lekker, dit ruikt niet naar ‘een bos bloemen’. Allebei blij.

Hij noemde me Tarzan, ik zei: Nee Jane!

Robin en één van de piranha’s

De aapjes!

Robin en de worm die naar cashew smaakt

 

 

,

Travel solo

(Dus… ik dacht ik ga even mijn blog plaatsen in de jungle maar nee dat gaat niet want de WiFi is niet zo best. Nu weer wifi en we zijn ondertussen in Medellin! Dit blog is een week geleden geschreven, vandaar de link naar Koningsdag) Liefs!

Terwijl ik allemaal oranje foto’s voorbij zie komen en ik toch wel een beetje jaloers scroll door Facebook en Instagram schrijf ik dit blog vanuit Lima. Ik was zo ontzettend goed bij met blogs schrijven maar ik heb het de laatste weken even laten varen, terwijl ik er toch zat tijd voor had. Maar even geen zin. Wel aantekeningen gemaakt anders heb ik echt geen idee meer wat ik allemaal heb gedaan.

Pablo de Parasiet
Om maar eerst even iets duidelijk te maken (want hier kreeg ik vragen over) Pablo de Parasiet is ergens in Cusco achter gebleven. Of waar dan ook. Ik heb eigenlijk ook geen idee hoe zo’n parasiet verdwijnt, was ik me aan het bedenken. Valt ie zo uit je lichaam ergens in je bed? Of lost ie vanzelf op? Brrr eigenlijk wil ik er niet aan denken en ik weet ook niet of ik het antwoord wil weten. Wel weet ik dat door die geweldige spray en een paar pillen Pablo is vertrokken. De spray heb ik bewaard, want je weet maar nooit wanneer z’n neef op bezoek komt…

Verkeer in Peru…
Verder waar we zijn gebleven: want Machu Picchu was onze laatste stop en daarna gaan Robin en ik apart reizen. Ik moet zeggen dat ik na twee weken ook wel een beetje klaar ben met Cusco. Ik hoor van heel veel mensen dat ze het echt geweldig vinden maar ik vind het vooral heel druk en mega veel getoeter van het vele verkeer. En dan zal je denken: ja maar Anouk jij woont toch zelf ook in de stad. Dat klopt inderdaad, maar Cusco is echt de eerste stad voor mij die ontzettend druk aanvoelt. En dat getoeter, ja daar zijn ze in Peru ontzettend goed in. Als je gewoon op straat loopt, en een auto rijdt op de weg zonder ook maar een auto voor of achter zich, dan toetert ie? En dan kijk ik van: wat is er aan de hand? Maar dus helemaal niks. En ik schrik nogal snel van geluiden dus nouja, dat iedere dag dus 1000x haha. In het begin had ik zin om tegen die auto’s te schoppen, omdat ik me helemaal rot schrok, maar al snel heb je door dat het er gewoon bij hoort.

Ik kan dan ook niet wachten om naar Arequipa te gaan. Ik vind het een fijnere stad, wat rustiger. Hier zijn Robin en ik al 2 dagen geweest maar toen vooral gegeten, hehe en niet zoveel gezien.

Omdat de bussen in Peru niet altijd heel veilig zijn (je hoort veel verhalen over bussen waar je beroofd wordt) besluit ik met een busorganisatie te gaan die ook trips organiseren en waar vooral veel toeristen zijn. Aan de ene kant staat het me tegen maar aan de andere kant voelt het ook veilig, vooral nu ik voor het eerst alleen reis (en uiteindelijk blij dat ik het heb gedaan want van de NL’ers waar we mee hebben gereisd horen we nu dat ze beroofd zijn in een bus terwijl ze lagen te slapen). Bij de busorganisatie waarmee ik heb gereisd kon je gewoon onbezorgd slapen zonder je zorgen te maken over je spullen, en dat is toch wel een fijn gevoel.

’s Ochtends vroeg komt de bus aan in Arequipa en ik krijg meteen een bed toegewezen dus ik ga meteen even een paar uur slapen. Daarna loop ik de stad in en ga naar een klein pleintje waar ze een restaurant, antiek winkel, cafe en … chocoladewinkel hebben. En daar kan je dus zelf chocolade maken.

Nu ben ik dus echt een chocoladefan, dus dit moet ik natuurlijk een keer gedaan hebben. Ik loop naar binnen en wil me aanmelden en dan hoor ik: ‘He noukie!’, ik draai me om en daar zit Robin te lunchen. Ik draai me voor de grap om en wil weglopen. Maar natuurlijk draai ik me wee om naar hem. ‘Neeee, niet nu al!’, zeg ik. En ik kan alvast vertellen dat dit de rode draad van dit verhaal zal worden…

Chocolade maken
Maar eerst loop ik naar binnen om mijn chocolade cursus te boeken voor die middag. Daarna ga ik bij Robin zitten en gaan we samen lunchen. Ook ontmoeten we bij het restaurant een Nederlands meisje en zij en ik wisselen nummers uit. Na de lunch ga ik chocolade maken en dat is zoooo leuk. Onze leraar is ontzettend goed, echt een passie voor chocolade en les geven, heeft die man. We leren de geschiedenis van chocolade, hoe het gemaakt wordt (en dit proces doorlopen we ook zelf), en we leren hoe we echte chocolade van neppe kunnen onderscheiden. En nu ik zoveel echte, goede chocolade heb geproefd en weet te onderscheiden hoop ik dat ik die neppe zooi nooit meer hoef, haha. Want in principe zit daar dus alleen maar heel veel suiker in en weinig cacao. We maken dus zelf ook chocolade en ik stop net de laatste in mijn mond. Ik snap niet dat ik er zo lang over heb gedaan want ondertussen zijn we twee weken verder en een gedeelte zit ook bij Robin in zijn buik, maar het is echt helemaal lekker! En chocolade is dus ook heel gezond voor je, maar dan moet je dus wel de goede kopen. Want echte chocolade heeft dus maar 3 ingrediënten: cacaoboter, cacaobonen en suiker. En er was ook nog iets met vanille, maar volgens mij was dat alleen met witte chocolade. Oke kan dus best dat ik hier wat verkeerds zeg, maar wat ik ermee wil zeggen dat goede chocolade niet veel ingrediënten bevat.

Na de chocolade cursus loop ik naar de winkel en ik kan het niet laten, maar als ik ergens fan van ben, dan wil ik alles kopen. Dus ik koop lippenbalsem, zeep en bodylotion met cacaoboter erin! Ik heb altijd al een zwak voor beautyproducten gehad en vooral als je het verhaal erachter weet en dat het natuurlijke producten zijn.

Die avond ga ik pizza eten met een jongen van mijn hostel. Ik begin ook net te denken dat ik tijdens mijn reis veel mannen vrienden maak maar waar blijven die vrouwen? (min mijn grote vriendin Ellen dan he).

Colca Canyon
Nou dat komt dus die avond daarna, want het NL’se meisje die ik die vorige dag in het restaurant heb ontmoet, stelt voor om samen te eten met nog een ander meisje. We besluiten weer die heerlijke vegan sushi te eten. Echt de beste, kan er geen genoeg van krijgen. Die dag vertrek ik ook naar een ander hostel en ben ik veel aan het schrijven, lekker rustig dagje dus. Dat is maar goed ook want die nacht moet ik om 3 uur klaar staan omdat ik de Colca Canyon tour ga doen. En ik vind het best spannend want dit is dus de eerste, meerdaagse hike die ik ga doen. Maar ik heb er vertrouwen in want ik heb die knappe knieband bij me. En echt, dat heeft me veel geholpen sinds ik het heb. Anders had ik dit niet kunnen doen. En ja, als ik terug kom moet ik maar even bij een fysio langs want ik blijf er last van hebben (maar dat is weer een ander verhaal).

Na een paar uur in de bus te hebben geslapen, stappen we ergens uit om te ontbijten. Onze tourguide roept iets en wijst naar een tafel dat die alleen voor een bepaalde groep is. Ik luister er eigenlijk niet zo naar, ben ook net wakker en een paar Nederlanders schuiven aan die tafel dus ik ga er gezellig bij zitten, er is tenslotte ook nog 1 plekje over. En met deze mensen zit ik toch ook in het busje? Ik denk er niet veel over na maar als ik aan het heerlijke, uitgebreide ontbijt begin, komt onze tourguide en vraagt hij of ik bij blablaTours heb geboekt. Uuuuh, weet ik veel? Gewoon bij m’n hostel. We zitten toch allemaal bij dezelfde? Niet dus. Haha ik zit bij het luxe ontbijt en ik heb geen luxe prijs betaald. Ik moet 2 euro extra neerleggen omdat ik bij het luxe ontbijt ben gaan zitten. Haha, ik moet lachen en vind het tegelijk ook een beetje onzin maarja voor die 2 euro wil ik best wel graag een uitgebreid ontbijt hoor! Dat kan ik wel gebruiken.

Daarna stappen we uit bij een punt waar we condors spotten. De één na grootste vogel ter wereld heb ik me laten vertellen. Meteen als we uitstappen zien we er 2 vliegen. Ze zweven heel langzaam door de lucht. Ik ga bij een hek staan en we blijven kijken naar boven maar daarna komt er weinig voorbij helaas.

Opeens voel ik een hand op mijn zij, en ik weet dat dit geen condor is. Drie keer raden wie het is. Als ik me omdraai zie ik die mooie blauwgroengrijze ogen en die groene zweetpet (hahahaha hij heeft sinds Brazilië een pet en die heeft hij iedere dag op en ondertussen zie je een zweetrand op die pet en daar plaag ik hem natuurlijk mee). Jij weer hier?! En ja hoor, hij heeft dezelfde tour geboekt als ik op dezelfde dag.

Even later gaan we de bus weer in en niet veel later worden we weer ergens afgezet. De ‘luxe’ groep gaat verder met de luxe tourguide en ik en een paar andere moeten wachten op onze tourguide. Ik blijf over met een tweeling uit de buurt van Londen en een jongen uit Zwitserland. Al snel hebben we de grootste lol en ik heb meteen een klik met de tweeling. Dan komt Robin aan bij het punt, en het blijkt dat we niet bij elkaar in de groep zitten. Uiteindelijk hebben we een leuke groep en daarmee beginnen we onze wandeling naar beneden, met echt een topgids trouwens, Hubert. Naar beneden gaat het eigenlijk best prima met die knie van me. Na een tijdje moeten we stijl naar boven en dat is toch best pittig. We komen bij een klein hutje boven en ik wil een flesje water kopen bij de meneer maar hij is heel oud en kan amper praten, echt te schattig meneertje. Ook zo ongeveer 3 tanden in zijn mond. Ja ik heb een zwak voor opa’s maar dat wist iedereen al… Daarna lopen we langs zijn schuurtje en ik zie allemaal cavia’s lopen. ‘Aaaah schattig’, zeg ik. Maar een seconde later kan ik wel janken want dan bedenk ik me dat die daar niet voor de lol lopen maar dat cavia’s hier worden gegeten in Peru. Vind ik niet minder erg dan een kip, koe of varken (dat vind ik namelijk nogal hypocriet) maar het is even niet wat je gewend bent.

We lopen verder en ik praat even met mijn gids. Echt een topvent vind ik het. Echt passie voor zijn werk en hij loopt als een malle met die korte beentjes. Als hij even later mijn fles water van 2,5L draagt (dit vraag ik niet, hij bood het zelf aan, echt waar. En dan zeg ik geen nee 😉 ) vind ik hem al helemaal een schat haha. Het einde van de dag komen we helemaal beneden aan, bij hele primitieve hutjes maar zo leuk om daar een keer te slapen. Ik deel een kamer met de tweeling. Het zijn echt de slechtste bedden ooit haha, het hutje is van bamboe gemaakt met een gat in het hutje dat een raam moet voorstellen. Even wennen maar dat is toch gewoon geweldig… De douche is ook heel primitief maar ik vind het heerlijk. Niet te veel nadenken, niet naar die beesten kijken en gewoon de kraan open zetten. Echt het idee dat je aan het reizen bent. Als we daar zijn aangekomen roep ik ook 100x hoe trots ik op iedereen ben. Sommige zullen vast denken wat een idioot maar mijn hoofd is tegelijk ook bij 3 jaar geleden toen ik amper in staat was om een paar minuten te wandelen. En dat maakt het genieten nog groter voor mij. Tijdens zo’n wandeling krijg je ook veel tijd om na te denken en ik vind het dan ook heerlijk om lekker te lopen (of fietsen, ook fijn trouwens) en lekker je gedachten te laten gaan.

Die avond vertelt onze gids een verhaal over de condor. De condor is zijn of haar leven trouw aan 1 partner. Als de partner overlijdt en de ander heeft zoveel pijn en kan niet leven met het verdriet, dan gaat de achtergebleven condor naar de hoogste berg, plukt zichzelf kaal en laat zich vallen van de berg. Zelfmoord bij een condor dus. Ik moet een paar keer slikken want dit verhaal komt best wel hard aan. Vooral na zo’n hele dag inspanning en als je dus heel moe bent.

Zooooo trots
De volgende ochtend lopen we tegen 5 uur ‘s ochtends de berg op. Het is leuk maar ik vind het ook zwaar. Ik ben ook echt nul getraind voor hikes en dat voel ik wel. Ook denk ik: had ik dit nou beter gekund als ik geen chemo’s had gehad? Had ik dan beter gepresteerd? Maar aan de andere kant: wat maakt het ook uit, het gaat erom hoe het nu gaat. Als we nog 40 minuten moeten lopen tot we aan de top zijn, ben ik kapot en ik zie ezels naar boven lopen met personen erop. Ik wil echt niet het laatste stuk op een ezel, ik wil het zelf doen. Maar ik zou die tas op mijn rug toch wel graag kwijt willen. Ik houd een meneertje aan op een ezel en ik vraag of mijn tas mee kan. ’10 soles!’, begint hij. ‘Noooo’, zeg ik meteen. ‘Ok, ok, 5 soles’, zegt ie meteen. Het is echt bizar hoe je hier continue moet afdingen. Ik had het de vorige keer al verteld, maar af en toe word je er wel moe van. Dus mijn tas gaat mee op de ezel en ik voel me als een vogeltje zo licht. Ik ren bijna die berg op! (Oke de eerste minuut dan, hahah)

Uiteindelijk komen we boven en jeeeeej zo trots dat we (of nouja eigenlijk vooral ook mezelf) dit geflikt hebben. Als ik bijna boven ben zie ik Robin met zijn camera staan, hij filmt me en ik steek mijn tong uit want dit zijn niet de momenten dat ik gefilmd wil worden (opa zou dit een schande vinden, haha). We maken een groepsfoto met onze geweldige groep en natuurlijk maken Robin en ik ook samen een foto.

Volgende bestemming: Alaska 😉
Daarna gaan we met de groep ontbijten en worden de tweeling en ik in een andere bus gezet: bij de luxe mensen. Ik zit naast een Frans stel en al snel hebben we een praatje. Ze vertellen dat ze al heel lang in Alaska wonen. Ik schat ze eind 60. Ze vertellen vol trots over Alaska en ik vertel dat ik aan het reizen ben.

Uiteindelijk geven ze hun e-mailadres en zeggen ze dat ik echt een keer langs moet komen in Alaska. Ze willen me ophalen van het vliegveld, ze willen voor me koken en ik mag daar zelfs kerst vieren. Ze hebben vroeger een restaurant gehad en de man is zelf chefkok geweest. Ze benadrukken me echt drie keer dat ik wel echt moet langskomen en ze vragen of ik volgend jaar al kom. Dus jongens: volgend jaar blogs vanuit Alaska.

Nee maar even serieus: ik denk wel dat ik het ga doen maar ik weet vrij weinig over Alaska (alleen dat het koud is, toch? Weinig bevolking maar erg mooi, zo mag ik de Fransen geloven.) Nu ik het hierover heb, bedenk ik me dat ik ze even ga mailen, dus dat heb ik nu even tussendoor gedaan. Ze hebben ook hun website doorgegeven want ze organiseren nu tours voor Fransen in Alaska. Echt een heerlijk leven als ik het zo allemaal hoor. Oja en ze dachten in het begin dat ik Amerikaans was omdat ik zo goed Engels spreek. Zo steek die maar in je zak. Ik ben namelijk altijd een beetje onzeker geweest over mijn Engels maar als je het iedere dag spreekt, zoals nu, dan denk je er uiteindelijk niet meer over na en ga je Engels denken. Ja en ik weet dat dit Spaans zou moeten zijn, maar ook dat blijf ik oefenen 😉

Vervolgens gaan we met de bus naar de hotsprings, lekker warme badjes dus. En ik moet zeggen dat dat echt heerlijk is na zoveel wandelen. Wel merken de tweeling en ik dat de prive tourguide vooral heel erg op zijn groep gericht is en ons geen aandacht schenkt, en al snel noemen we onszelf de cheapies hahaha. Op het einde zegt hij nog even: ‘Jongens we hoeven geen fooi maar als je het wil geven dan mag dat natuurlijk. Maar wij zijn al rijk in ons hart en dat is het belangrijkste’, zulk geneuzel. Haha, ik denk dat dit zoiets is als: je had erbij moeten zijn want de tweeling en ik kunnen wel kotsen van hoe hij het brengt en hoe hij is.

3 koffiebonen voor 1 nachtje…
Uiteindelijk neem ik afscheid van de tweeling en ik kom doodop aan in mijn kamer. Daar vertelt het meisje uit mijn kamer, dat ik al eerder had ontmoet, dat er iemand ziek is op onze kamer. Het meisje dat ik al kende moet weg, dus of ik op het zieke meisje wil letten. Ik ben moe, heb honger en wil slapen en weet niet zo goed wat ik ermee aan moet. Er komt een dokter, ze wordt aan een infuus gelegd en ik vraag of ik iets kan doen maar dat hoeft niet dus ik weet het ook niet.

Ik duik vroeg mijn bed in en de volgende morgen vraag ik aan het zieke meisje of ik anders boodschappen voor haar zal doen. Eerst zegt ze van niet maar uiteindelijk vraagt ze toch of ik dat wil doen. Dus ik haal wat spulletjes voor haar. Daarna ga ik lunchen met een NL meisje die in mijn groep zat van de Colca Canyon en dat is heel gezellig!

Gevolgd door een tour door Arequipa, met een Italiaans meisje uit mijn kamer. En daar vertelt de beste man dat een vrouw vroeger voor 20 koffiebonen werd verkocht of 3 koffiebonen voor 1 nacht. ‘Niet zo boos kijken, dat heb ik niet verzonnen!’ roept hij meteen daarna en ik denk dat hij het ook over mijn gezicht had, haha.

Relatie man-vrouw
Je merkt ook wel dat hier de relatie tussen man en vrouw heel anders is en ik prijs me maar weer gelukkig dat ik in Nederland ben geboren. Ook merk ik dat mannen anders tegen je doen nu ik niet meer met Robin over straat wandel. Sowieso zijn de Peruanen wat flirteriger. Ik had dat juist gedacht bij de Brazilianen en ik had de Peruanen als van die schattige, lieve mannetjes verwacht maar dat neem ik maar terug.

Mijn Spaanse lerares zei trouwens ook dat Zuid-Amerikaanse mannen denken dat witte vrouwen (om het zo maar even plat te noemen) makkelijk zijn, omdat ze dat altijd op televisie zien. Maar ook in reclames of op straat op billboards bijvoorbeeld. Als je blote vrouwen ziet, zijn het bijna altijd witte vrouwen. Maar ook als je een bril wilt kopen bij een opticien, allemaal gezichten van blanke mensen als foto’s in de etalage. Daar schrik ik toch wel best van… En ik denk dat als je als vrouw alleen reist door Z-A dat dit heel goed te doen is maar je moet wel goed opletten en je grenzen kunnen en durven aangeven en dan ben ik toch wel blij dat ik nu 26 ben dat ik hier reis, in plaats van 18.

Wat ik dan wel weer grappig vind, is dat mannen iets naroepen of fluiten oid, dat ze zo klein zijn (ja sorry hoor). Dat je dan omlaag kan kijken van: wat denk je nou? En dat geeft toch wel een veiliger gevoel dan als ze een kop groter dan je zijn. Eerlijk is eerlijk.

Huacachina
Na Arequipa reis ik door naar Huacachina. Een klein dorpje midden in de woestijn. Het is een lange busrit langs de kust. Echt geweldig mooi om te zien en ik voel me helemaal happy. Die blauwgroene zee met niks. En bergen. Wel beetje eng om daar te rijden want je rijdt dus echt op bergen vlak langs de rand waar de afgrond is en je in de zee beland. En al die kruisjes langs de weg, het is niet normaal. Maar ook al voelt het een beetje spannend af en toe, ik vind het heerlijk om die lange busreis naar buiten te staren met een muziekje op. Onderweg stoppen we nog ergens om te lunchen en we stoppen bij de Nasca lijnen. We bekijken het vanuit een soort uitkijk toren. Maar vanuit daar maakt het eigenlijk niet heel veel indruk op me en daarom besluit ik het daarbij te laten. Later hoor ik dat Robin het vanuit een vliegtuig heeft gezien. Hij heeft het nog gefilmd dus die ga ik maar eens een keer bekijken.

’s Avonds komen we aan in Huacachina en daar heb ik in een hostel een soort luxe tent gehuurd. Er staan 2 tweepersoonsbedden en het is ruim, vooral in je eentje. Onze tourguide van de bus vertelde ons bij het uitstappen dat ze vanavond met z’n alle gaan eten en een drankje doen. En daar heb ik dus wel zin in. Als ik erheen loop, kom ik een Duitse jongen tegen die bij me in de bus zat. En hij heeft dezelfde bestemming als ik dus we lopen er samen heen. Als we er aankomen zijn er nog 2 andere meiden en 3 tourguides. Met z’n alle gaan we naar het restaurant en daar zitten nog 2 andere stellen en een Oostenrijkse vrouw vanuit de bus komt erbij zitten. En raad eens wie ik tegenkom in het restaurant waar we gaan eten… Inderdaad, Robin.

Salsa dansen!
Ik klets veel met de vrouw en de Duitse jongen, we worden volgepropt met shotjes en cocktails en uiteindelijk gaan we naar een ‘club’. Hhaha, waar wij de eerste zijn en waar het heel klein is maar wel gezellig. Ik dans voor het eerst in mijn leven salsa. En die Peruanen zijn goede leraren moet ik zeggen! En ja sorry maar ik moet er weer op terugkomen maar het is wel echt grappig dat die mannen 3 turven hoog zijn en dat je daarmee aan het dansen bent, ik voel me echt laaang. Maar goed. De Duitse jongen heeft ook salsa lessen gehad en hij leert me als eerst dat je je als dame moet laten leiden. Ik heb geen idee hoe ik salsa moet dansen dus ik zou ook niet weten hoe ik zelf moet leiden. Maar hij maakt het een paar keer goed duidelijk. ‘Ooooh moet ik me laten leiden, dat had je nog niet verteld joh!’. Maar er schijnen dus ook flink wat vrouwen te zijn die zelf willen leiden en dan gaat het natuurlijk niet goed. Het salsa dansen vind ik mega ontzettend leuk en er wordt me gevraagd of ik ook lessen heb gehad. Zo die kan ik dus ook in mijn zak steken want ik doe ook maar wat maar blijkbaar lijkt het ergens op. En van iedere man krijg je weer andere tips en iedere man danst weer anders dus het is handig om dat te oefenen. Wel moet je een beetje op je hoede zijn, want die Latino’s weten wel van aanpakken. Ik neem het met een korrel zout en vind het grappig om te zien. Ik vind het wel interessant om te zien hoe deze cultuur vrouwen probeert te versieren, echt totaal anders dan Nederlanders. Voor mij komt het over als een beetje sneaky en ik denk dat zij dat afstoten heel interessant vinden. Misschien dat ze daarom ‘nee’ niet snappen. Gelukkig heb ik de Duitse jongen als mijn bodyguard aangesteld en ik bedenk me dat dat voor een volgende keer dansen wel makkelijk is om iemand bij je te hebben die je enigszins vertrouwd, man of vrouw maakt dan ook niet uit.

Met ski’s door de woestijn (of niet…)
Gelukkig heb ik (ook) veel water gedronken die avond en voel ik me de volgende dag prima. We gaan naar een pisco tour en daarna in een buggy over de duinen. Echt zo geweldig leuk. Zelfs de mannen zijn schoor van het schreeuwen na dit ritje. De Oostenrijkse en ik huren ski’s, de rest een board om naar beneden te gaan op de buik en de Duitse jongen snowboard. Even wennen maar heel leuk. Alleen gaan mijn ski’s lastig aan en als ik nog 2 afdalingen moet, lukt het gewoon niet meer. De Duitse jongen en ik zijn wel een half uur bezig om mijn ski’s aan te krijgen, als het niet langer is, maar het lukt niet. Uiteindelijk loop ik de eerste berg af en dan probeert de Oostenrijkse vrouw me nog te helpen maar 1 ski gaat gewoon niet.

Uiteindelijk gaan zij naar beneden om te vragen of onze chauffeer naar boven wil rijden om me op te halen maar dat wil hij niet. Er wordt naar me geroepen dat ik moet lopen. SERIEUS? Zeg ik. Ja echt. Oke oke. Dan ga ik lopen. En eigenlijk is dat best grappig want ik heb skischoenen aan en daarmee glijd je zo het zand in en lijkt het alsof je op de maan loopt. Heb ik nog nooit gedaan hoor, maar zo’n gevoel krijg ik en het is eigenlijk hartstikke leuk.

Als ik eenmaal bij de auto ben aangekomen vertelt de Oostenrijkse vrouw dat ze heel boos op de chauffeur is geworden omdat hij helemaal geen aanstalten maakt om mij maar op een dergelijke manier te helpen. Het kon hem grof gezegd geen reet schelen, zo vertelde ze het. Maar agh, uiteindelijk was het veel leuker om te lopen, denk ik. Als ik bij de ski shop aankom, vertel ik het verhaal en krijg ik mijn geld terug. Best chill. De groep vertrekt meteen naar de volgende bestemming, maar ik besluit nog 2 nachtjes te blijven want dat hostel bevalt me wel. Mijn tourguide vraagt of ik echt niet meega, dat er hier niet veel te doen valt maar ik vind het heerlijk. En ik besef me weer dat iedereen op zijn of haar eigen manier reist. Want die 2 dagen chillen aan het zwembad en lekker lezen heb ik echt nodig. Moet er niet aan denken om iedere dag weer mijn tas te pakken. Na 2 dagen chillen vertrek ik naar Paracas. Oja. Voordat ik de bus instap, spring ik nog snel onder de douche en kijk ik naar mezelf in de spiegel. Die bikini ziet er echt niet meer uit. Veel te groot geworden of ik te klein voor de bikini. Toen Robin me pas in het water gooide in het zwembad vloog m’n broekje ook al naar beneden dus ik besluit mijn bikini maar weg te gooien. Zelfs Robin zei dat m’n bikini te groot was en als een man dat zegt dan weet je dat het ook niet meer staat. Dus dat wordt zoeken naar een nieuwe!

Fietsen door het National park van Paracas
In Paracas meeten Robin en ik om naar het National park te fietsen. En dat is heel tof om te doen. We zien overal bussen met bosjes toeristen langskomen en ook al voel ik mezelf ook weleens zo’n toerist, ik ben blij dat wij of ik vaak voor de andere weg kiezen en lekker gaan fietsen bijvoorbeeld. Ik word ook steeds beter in heuvels fietsen heb ik het idee.

Als we bijna zijn aangekomen bij Playa Roja komt er een scooter op ons af en hij stopt voor Robin. Hij geeft hem een kaartje van een restaurant waar hij werkt en of we daar komen eten. Robin kijkt me aan. ‘Ja priem’, zeg ik maar eigenlijk vind ik dit niks. Ik heb potver een stuk gefietst even tranquillo (dat betekent: rustig aan) we bekijken het zo lekker zelf wel.

En dat doet me denken aan mijn moeder want ik denk dat zij hetzelfde zou reageren, haha. Het is grappig want ik merk steeds meer waarin je op je ouders lijkt. Misschien ook dat ik er nu juist veel mee bezig ben door wat er allemaal is gebeurd. En dat ik merk dat ik echt een mix ben (ja dat is iedereen natuurlijk) maar ook met mijn gedrag en uiterlijk. Zo zeg ik van die zinnen waarvan ik denk: dit zegt mijn moeder ook altijd!?

Waar gaan we eten??
Als we aankomen bij het strandje komen er letterlijk 4 mannen op ons afrennen. Of we bij hun restaurant willen eten. Ik had dit serieus moeten filmen. Het is echt een gekkenhuis. Ik zeg een paar keer dat ze rustig aan moeten doen en wil ze graag een lesje marketing geven. Ik schaam me voor de mensheid, haha ja echt. Na een tijdje zeg ik dat ze even naar MIJ moeten luisteren in plaats van door elkaar schreeuwen. We bepalen zelf waar we eten en dat helpt niet als er 4 mannen door elkaar schreeuwen, ik versta er NIKS van. Stelletje prutsers zou mijn vader zeggen. Ze blijven echter door schreeuwen en ik draai me om en wil weglopen, gewoon om van het geschreeuw af te zijn. Robin blijft opmerkelijk rustig. Ik moet lachen maar tegelijkertijd werken ze op mijn zenuwen, ze zijn echt vervelend.

Uiteindelijk begrijpen ze dat ze ons even met rust moeten laten en dat we zelf beslissen. Robin zegt: ‘Ik ken jou echt te goed want ik wist dat jij je zou omdraaien omdat jij daar echt niet tegen kan.’ En ik moet lachen want het voelt echt niet fijn als je zo bestormd wordt, ook al moet je er eigenlijk om kunnen lachen (wat we ook wel deden) maar al dat geschreeuw na een stuk fietsen met tegenwind: gewoon nee. Eigenlijk wil ik de volgende keer keihard gillen. Kijken wat ze doen dan. Gewoon om te experimenteren, lijkt me leuk.

Uiteindelijk kiezen we zelf waar we gaan zitten. En het eten is oke maar eigenlijk ben ik blij als we weer weg kunnen. We fietsen verder naar een heel hoog uitkijkpunt waar we alleen met z’n tweetjes zijn en dat is echt ontzettend mooi. Vooral omdat dat er verder niemand is. We rijden als een dolle naar beneden en deze keer ga ik niet met mijn billen op het zadel zitten want dan zou ik geen billen meer over hebben. Aan het einde van de dag leveren we de fietsen in en gaan we cocktails drinken. ’s Avonds eten we bij een heel leuk tentje met heeeele lekkere pizza. En lekkere pizza is tot nu toe nog zeldzaam voor ons in Z-A.

De volgende dag gaan we ‘s ochtends aan het strand liggen en ’s middags aan het zwembad. Robin verveelt zich een beetje omdat ik de hele dag aan het lezen ben, haha. Het is echt bizar hoe snel die boeken er bij mij doorheen gaan. Ik probeer te bedenken hoeveel ik er al verslonden heb… 14? Of ietsje minder? Echt heerlijk. ‘Noukewurmpje’, word ik dan ook genoemd. Robin vertrekt die dag en ik blijf nog een dag langer.

Je hoeft niet altijd te praten
In Paracas heb ik trouwens een 14 persoonsdorm en ik kan je vertellen dat ik dat echt nooit meer doe, haha. Ik vind het veel te groot en daardoor heb je ook niet veel contact met mensen. Ook kan ik er niet zo goed tegen als mensen tegen je praten omdat diegene alleen is en omdat jij alleen is. Omdat het anders stil is en dat is raar? Ik vermaak me prima en soms heb je gewoon geen klik met mensen. Dat merken we beide, dus waarom door blijven praten? Dat leer ik heel erg in Paracas. Ik heb daar niet echt een klik met mensen en dat is ook helemaal oke! De volgende keer kom je wel weer leuke mensen tegen, en niet met iemand praten is ook best fijn. Ik wil niet praten om het praten omdat je anders ‘alleen’ bent. Ik hoop dat jullie het nog volgen maar mensen die alleen hebben gereisd snappen waarschijnlijk wat ik bedoel 😉

Die dag erna kom ik ’s avonds laat in Lima aan. Ik duik meteen mijn bed in en de volgende dag ga ik naar een free walking tour. En jongens, Lima is groot, echt wel groot maar jullie raden al wie ik bij de walking tour tegen kom. En iedere keer zonder dat we het van elkaar weten. De tour vinden we deze keer niet heel bijzonder maar het is wel leuk dat er steeds meer puzzelstukjes in elkaar vallen. De ene tourguide in die stad vertelt dit, en de ander dat en zo knoop je zelf die verhaaltjes aan elkaar. Dat is leuk. We eten bij niet zo’n goed restaurant en we denken dat dat er nu mee te maken heeft dat we beide nog steeds een rare buik hebben.

Coupe Peruaans
De volgende dag ga ik met mijn Italiaanse vriendin vanuit Arequipa (ze is inmiddels ook in Lima aangekomen) naar een beautysalon. Daar laat ik mijn haar knippen en ik neem een pedicurebehandeling. Een ding dat ik dus heb geleerd deze reis: dat ik er tegen kan als iemand aan mijn voeten zit, haha. Dit vond ik niks maar ik wil dat mijn voeten er weer een beetje mooi uitzien en mijn nagellak is er inmiddels af na 4,5 maand. Mijn haar knippen ze weer iets korter en ze stylen het… Dat betekent dat ze het heel netjes doen, plat maken, föhnen, haha echt niks voor mij. Ik doe het altijd een beetje rommelig, of terwijl: niks aan doen. Stylen vind ik bij mezelf en met dit model echt niet mooi staan, maar goed. Is helemaal Peruaans dus. Daarna was ik het snel om het een beetje rommelig te maken.

Die avond gaan we uiteten met Ellen en Theo. Tegen Robin zeg ik voor het gemak oom en tante maar Ellen is een nicht van mijn moeder. Dat klinkt een beetje ver en ik ken niet alle nichten van mijn moeder zo goed maar Ellen toevallig wel 😉 Het is een hele gezellige avond en tegelijkertijd ook de laatste avond voordat zij weer naar huis gaan.

De volgende dag fietsen Robin en ik naar de wijk Barranco waar we ook lunchen. Een super leuke wijk, en ook echt niet overslaan als je in Lima bent. Sowieso vind ik Lima een leuke stad. Ik hoorde er niet zulke leuke verhalen over maar ik vind het juist wel een leuke stad. Agh ja, zo vindt iedereen weer wat anders leuk! Ook kom ik nog een man tegen die denkt dat ik Braziliaans ben en na 5 minuten praten zegt: ‘dat ik een mooie bloem ben en dat hij zulke vrouwen maar 2 keer in het jaar tegenkomt.’ Ik lach me kapot, slijmbal. En nog meer van die foute dingen die je dus alleen maar in Zuid-Amerika tegenkomt.

Zo dat was het weer, een aardig lang blog en de volgende keer gaan we naar de jungle… daar komen we net vandaan en ik kan je vertellen: HET WAS FANTASTISCH

 

Colca Canyon

Huacahina

Paracas op de fiets

Lima

 

,

It’s all about the little things*

Het vervolg van El Calafate…

Na ons drukke schema merken we dat we dus even rust nodig hebben. We slapen trouwens in een dorm en het wisselen van een eigen kamer en in een dorm slapen bevalt ons goed. Want als je in een dorm slaapt, heb je veel meer contact met andere reizigers en dat vinden wij toch ook wel heel gezellig. Zo ontmoeten we in dit hostel een Spaanse jongen (hij doet me een beetje aan mijn broer denken, misschien ook vanwege zijn leeftijd). En op een avond dat Robin nog buiten is hebben we een super goed gesprek. Ik vertel voor het eerst sinds onze reis tegen iemand dat mijn vader is overleden en hoe dat is gekomen. Hij vertelt dat zijn vader 2 maanden voor mijn vader is overleden en dit schept meteen een band en ik schiet meteen vol (ik huil echt veel voor mijn doen tijdens deze reis, maar ik laat het allemaal maar lekker gaan). Dat is ook het mooie van reizen dat je soms in 1 keer heel open tegen iemand bent, gewoon omdat je het gevoel hebt dat het kan. En hoe lang ken ik die jongen nu? Een dag? Best gek eigenlijk maar juist ook weer mooi en ik besef dat dit juist ook de mooie dingen zijn van reizen, mooie gesprekken met mooie mensen. En niet per se de dure excursies.

Die dag erna vertrekt mijn Spaanse vriend richting BA en wij vertrekken die ochtend erna richting El Chalten. Als we na een busrit van 3 uur aankomen bij het busstation zien we al snel ons hostel. We lopen ernaar toe en als we dichterbij komen zien we dat de bovenste verdieping nog niet af is… Dat wil zeggen: er zit geen glas voor de ‘ramen’.

“Naaa, wat is dit nou? Moeten we hier slapen?!”, breng ik meteen uit. Maarja toch maar naar binnen gegaan want we hebben al geboekt en uiteindelijk valt het best mee. De hele dag zijn er 2 mannetjes aan de bovenste verdieping bezig (ik denk dat het met dat tempo in 2022 nog niet klaar is, haha).

We gaan ergens lunchen en komen twee oudere, Nederlandse stellen tegen, waarvan 1 vrouw tegen ons begint te praten. Zij zijn 7 weken door Argentinië aan het reizen en terwijl ze praat krijg ik een jaloers gevoel. Laat ik het netjes zeggen dat ik dan zo baal dat papa en mama dit niet kunnen doen. Ik zie mijn gezonde papa, mama al gaan met bijvoorbeeld Ineke en Wilco. De mannen voorin de camper (die hebben helemaal uitgezocht waar ze heen moeten rijden) en de grootste lol natuurlijk. Dus daar ging mijn fantasie even.

De volgende ochtend is het tijd om te hiken naar Fitz Roy. Een flinke hike, maar o zo mooi. Vooral de laatste kilometer is het afzien en daarbij waaide het ook flink. Een paar keer dacht ik dat ik door de lucht zou zweven (chill want dan hoefde ik niet meer omhoog) maar ik bleef toch staan. Ook dacht ik een paar keer: Wat ben ik aan het doeeeeen??!!! Ja, ik ben daar heel eerlijk in (maar andere backpackers hebben die gedachten ook vertelden ze me dus dat vind ik dan weer fijn om te horen ;)).  Uiteindelijk kwamen we boven op de top en daar waaide het helemaal hard dus niet zo lang gebleven, haha. Zit je daar in elkaar gedoken voor de wind terwijl je een prachtig uitzicht hebt. Ik ben blij en vooral mega trots dat we het hebben gedaan, en ik denk dat ik het weer zou doen, maar voorlopig even niet, haha.

Daarbij komt ook kijken dat ik niet zo’n fijne knie heb. Ik noem het mijn handbalknie maar ik weet eigenlijk niet of het daardoor komt. Als ik veel loop heb ik er in ieder geval last van en ja je loopt nogal veel tijdens het reizen dus die handbalknie kwam ook de dag van de Fitz Roy lekker zeuren. Na 9 uur wandelen weer strompelend terug. Een mega lekkere pizza gegeten trouwens en daarna als een blok in slaap gevallen.

De volgende dag lekker spierpijn. En nu komt het mooie want waar ik tijdens de Fitz Roy tocht zo aan had gedacht was dit:

“Als ik vandaag die berg op en af ga, dan mag ik morgen een Spa dag.” Zo doe je dat dus. Lekker naar de sauna, een jacuzzi en een top rug massage. Wilde de massagevrouw bijna meenemen voor op reis. Het was het zeker waard na zo’n hike en hostelbedjes 2 maanden lang.

(Robin had een been- en voetmassage en dat had ook wat logischer geweest na een hike, maar ik kan er heel slecht tegen als iemand aan mijn voeten zit want dat kietelt zoooo erg, dus blij met de rugmassage)

Die avond gingen we uiteten met 2 Duitse jongens uit onze kamer. Tijdens het eten hadden ze het over hun vader, dat de vaders gemengde gevoelens hebben over het reizen en dat ze meer voor hun carrière moeten gaan. Ik kreeg even een brok in mijn keel en wist niet zo goed wat ik moest zeggen, speelde een beetje met mijn glas en pakte toen snel mijn jas om even naar buiten te gaan. Bam, daar kwam het weer, even een potje janken. Omdat ik weet dat papa (en mama trouwens ook) het juist tof vinden dat wij reizen, of nouja dat papa wist dat ik zou gaan reizen. Ik ben blij dat ik het er dan even uit kan laten en ik ga zo’n huilbui ook niet inhouden. Huilen zie ik ook niet als een zwakte, het lucht juist op. Robin kwam ook even naar buiten om een knuffel te geven en daarna liepen we weer naar binnen.

De volgende dag met 1 van de Duitse vrienden een korte wandeling gemaakt en ’s avonds met de andere Duitse vriend gegeten.

En dan een ander leuk ding
Torres del Paine: daar hadden we ondertussen veel over gehoord. Een National Park waar je kan hiken, kamperen en waar weer veel moois te zien is. Maar het is duur, veel is volgeboekt en het is lastig te regelen (als wij het zo hoorden). Er was ook een camping dicht en een weg was afgesloten… Hmm, we hoorden er veel verschillende verhalen over… Wel of niet doen? Wel of niet doen? Want dan ben je daar iedere dag wel veel aan het hiken. Gaat dat werken voor mijn knie? En hebben we zin om een paar dagen achter elkaar te hiken of doen we het omdat het een must see is? Hoe meer we erover hoorden hoe minder zin ik er eigenlijk in kreeg.

Na een tijdje zei ik: ‘Weetje, ik heb eigenlijk helemaal geen zin meer om erheen te gaan als het zo’n gedoe is. Én het is duur, en ik vind hiken best leuk voor een dagje maar fan ben ik nou ook niet.’ Robin dacht er eigenlijk wel hetzelfde over dus besloten om het niet te doen. En nog steeds blij met de beslissing, allebei. Het is denk ik ook een beetje lastig uit te leggen nu in het kort maar door met mensen te praten en door naar ons gevoel te luisteren dachten we: Nee, we gaan het niet doen. En nu weten we ook niet wat we missen… Dus: vervolgens terug naar El Calafate, samen met de twee Duitse vrienden en hier hebben we nog twee hele leuke dagen gehad.

Zelf een bbq gemaakt, beetje chillen en kletsen met mensen en vooral veel lol gemaakt. En echt: die gesprekken met mensen en eigenlijk hele simpele dingen doen zoals een bbq voorbereiden (met groenten natuurlijk) zijn voor mij echt goud waard want dat zijn misschien nog wel de leukste momenten.

Zo hadden we nog een gesprek met onze Duitse vrienden en zei eentje. ‘Weetje, ik vind hiken leuk, maar ben er niet dol op. Het strand vind ik ook leuk, maar ben ik ook niet dol op. En pas vroeg iemand mij: waar kom je dan voor op reis? Dat begon ik me toen af te vragen. En nu ik hier ben, weet ik het: gewoon om lol te maken, mensen leren kennen en spontane dingen doen. Dat is het leukste van reizen.’

Ik weet niet of het bovenste helemaal goed overkomt. Maar het waren mooie gesprekken met onze Duitse vrienden. En ik denk dat hij dit heel goed verwoord en het helemaal met hem eens ben. Het gaat om de kleine dingen (en hopelijk komt dat ook over in dit blog 😉 )

Fitz Roy (waar een gedeelte van mist en toen het even niet zo hard waaide)

Altijd een fotograaf mee

De bbq voorbereiden

, ,

Door naar de natuur: Patagonië

Op maandag 22 januari vertrokken we van Buenos Aires naar Patagonië, super veel zin in want na 1,5 week stad, trok de natuur wel weer. Eerst met de bus naar Bahia Blanca, daar kwamen we aan na een busreis van 10 uur. Om 23.45 checkten we in bij ons hotel, een oud maar best schattig hotelletje.

De volgende dag checkten we uit en dachten we: Laten we eens naar het strand lopen; want de stad ligt vlakbij de zee hadden we op Google gezien. Dus wij richting de kust lopen en halverwege de weg gevraagd aan een schattige opa (ik heb een zwak voor opa’s dus ik kies ze expres uit als we de weg willen vragen).

Dan zeg je dus dat je een ‘poco Español’ spreekt en vraag je welke richting het strand is en dan krijg je een mega verhaal van 10 minuten waar we eigenlijk niet veel wijzer van werden.

Dus uiteindelijk maar een kant opgelopen. Na nog een half uur lopen kwamen we bij een soort van snelweg. Volgens onze telefoon moesten we eerst nog een half uur lopen langs de snelweg voordat we bij het strand zouden aankomen. We hadden bij elkaar denk ik al dik een uur gelopen en eigenlijk hadden we er nog weinig vertrouwen in, alles zag er nogal verlaten uit. Maarja na de lange busreis hadden we even onze benen gestrekt dus dat we onze bestemming niet hadden bereikt maakten ons niet veel uit. We gingen maar even terug om bij het hotel te vragen hoe we het beste naar het strand konden komen. Bleek dus dat er geen strand in de buurt is, alleen haven en industriegebied. Agh ja, weer een leuk verhaal voor het blog.

Die avond weer terug naar het busstation, want om 23.45 zou de bus vertrekken. Uiteindelijk had de bus vertraging en vertrekken we om 01.30 ’s nachts (dus jongens, we moeten blij zijn met de NS in Nederland).

De volgende dag komen we aan in Puerto Madryn. We vallen met onze neusjes in de boter want die avond wordt er een bbq georganiseerd door het hostel, en ja ze hebben genoeg voor vegetariërs! In dit hostel krijg ik ook echt het ‘backpackersgevoel’. Er hangt een hele fijne sfeer, de bbq’s (we hebben er 2) zijn super gezellig en er zijn veel leuke mensen.

Vriendschappen
In dit hostel ontmoeten we o.a. 2 Australische meiden waar ik de grootste lol mee heb, maar we kunnen ook serieuzere gesprekken voeren en lekker chillen op het strand. Het is dan ook weer gek om na een paar dagen ‘afscheid’ te nemen, want in korte tijd deel je toch veel met elkaar. Ook merk ik dat je met de meeste backpackers luchtige gesprekken hebt over ‘waar ben je geweest, waar ga je naartoe, hoe lang ben je aan het reizen’, en na een tijdje heb ik het daar ook wel een beetje mee gehad. Want na 10 van zulke gesprekken weet ik niet meer welk verhaal bij wie hoorde en een naam weet ik heel vaak ook niet. Voor mij voelt dit een beetje… slecht? Dat vluchtige hoort er natuurlijk bij als je gaat reizen. Ik denk dat dit gevoel me vooral laat zien dat ik heel veel waarde hecht aan echte goede vriendschappen, waarin je mensen kan vertrouwen en elkaar goed kent. Maar tijdens het reizen word ik wel steeds beter in ‘small talk’, maar dat hoeft ook weer niet met iedereen. In het begin vond ik het nog een beetje wennen maar het gaat nu al een stuk makkelijker.

Puerto Madyrn
Oke verder met Puerto Madryn. Na ons eerste nachtje slapen zijn we naar Punta Loma gefietst, hier zagen we zeeleeuwen: zo speciaal! We gingen vroeg weg dus toen we aankwamen waren we helemaal alleen. Het was zo’n 17 km heen fietsen en we zijn op een paar plekjes gestopt want het is zo mooi daar, jeetje die natuur. De volgende dag lekker naar het strand gegaan, was gedaan (moet ook gebeuren he) en de volgende bestemming geboekt. Ook hoorden we dat het handig is om Machu Picchu van tevoren te boeken omdat dit snel vol is. Wij zoeken, overleggen en twijfelen maar uiteindelijk niet gedaan. We hebben een beetje een idee waar we heen willen maar wanneer we waar zijn weten we niet. En daarnaast wil ik het plannen tijdens deze reis proberen los te laten (Robin is zo trots op mij) dus heb ik zelf tegen Robin gezegd dat ik eigenlijk helemaal geen zin heb om nu al dingen (in dit geval Machu Picchu en waarschijnlijk voor april) al vast te leggen. Doen we dus niet, en we zien het daar wel, komt vast goed.

Wat we ook in Puerto Madryn hebben gedaan: met zeeleeuwen gesnorkeld!! Ah ik vond het in het begin best een beetje spannend maar wat was het leuk. Ze zijn zo speels en ze komen naar je toe en dan kan je ze aaien. Dan zwem je dus voor de kust en zie je ook zo’n grote groep zitten. Gelukkig gaan die mannetjes niet het water in, brr die zijn echt mega die beesten. Het waren alleen de vrouwtjes die naar onze groep kwamen. Het water was alleen net te koud, dus de laatste 10 minuten begon ik last te krijgen van mijn handen. Ik dacht: ik ontsnap lekker de winter in Nederland zodat ik daar geen last van heb. Na mijn chemo’s heb ik namelijk last van Reynaud: bij koud weer stroomt er geen bloed meer naar je handen en heb je weinig gevoel in je vingers en ze worden wit (ziet er heel raar uit ook). Toen ik klappertandend aangaf dat ik eigenlijk echt het water uit moest (je blijft altijd langer dan goed voor je is) was het ook tijd om te gaan dus dat kwam mooi uit. Na een half uur waren mijn vingers weer normaal en hebben we lekker op het strand opgewarmd.

Die dag erna met een kleine groep naar een National Park met pinguins gereden. Ooooh wat zijn ze leuk, echt mijn nieuwe lievelingsdieren. Zo leuk om ze te zien rondlopen. Daarna door naar het dolfijnen spotten. Wat we achteraf beetje geldverspilling vonden. Te grote groep die op een boot zit en 2 dolfijnen gezien. Beetje mwa en zo kom je er ook achter dat tijdens het reizen niet altijd de mooiste ervaringen veel geld hoeven te kosten (integendeel!!).

Die dag erna richting El Calafate, waar het een stukje kouder zou zijn. In de bus ondertussen al boek 5 aan het lezen van deze reis, dus dat schiet lekker op. Om 7 uur de volgende ochtend kwamen we aan bij onze tussenstop, meteen wat extra kleding aangetrokken en hier moesten we 5 uur wachten voor onze volgende bus. En dat wachten op de bus gaat ons eigenlijk best goed af. Een beetje buiten lopen, stretchen, zelfs wat sportoefeningen buiten gedaan haha en natuurlijk: eten.

Om 9.00 uur kwam er een bus die dezelfde bestemming had als onze bus. Dus wij dachten: chill, we nemen gewoon deze. Wij bagage inladen, kaartje laten zien en plekje gekozen (onze officiële plekjes waren natuurlijk bezet want dit was niet onze goede bus). Wij ons installeren, maar na een paar minuten kwam de chauffeur met de mededeling dat we in de verkeerde bus zaten. ‘Ooohhwww?’ zeiden wij heel onschuldig. Dus wij er weer uit, terug naar het station. Spullen weer gedumpt en ik liep even naar het toilet, maar het dames toilet was gesloten (geen idee waarom). Dus ik naar de mannen wc (van mama geleerd op vakanties, want: ‘een wc is een wc’).

Maar dan hoor ik een schoonmaakmevrouwtje achter me aanrennen en iets roepen in het Spaans. Ik ben natuurlijk een lange buitenlander dus loop gewoon door. Ik loop een wc binnen en doe ‘m op slot.

Bonst ze op de deur, dus ik doe open. Vertelt ze me dat dit voor ‘hombres’ is en dat ik er dus niet in mag. Ik brabbel wat terug dat het al ‘mucho tiempo’ duurt… en dan spreek ik de wijze woorden: ‘El baño es un baño, que si?’ Ze haalt haar schouders op, ik sluit de deur en ik glimlach: ik word steeds beter in Spaans praten.

Uiteindelijk stappen we om 12 in de bus en komen we laat in de middag aan in El Calafate. De volgende dag gaan we naar de gletsjer Perito Moreno. GIGANTISCH, wat een ding. En 3 keer gezien dat er een stuk ijs afbrokkelt en in het water valt, wat een geluid je dan hoort. Echt super mooi om dat te zien.

Als we thuis komen zijn we best kapot en chagrijnig. We komen tot de conclusie dat we even wat rustiger aan moeten reizen, want die busreizen zijn ook best vermoeiend. En we hebben tijd zat! Het mooie hiervan is dat je gedurende je reis er dus eigenlijk achter komt wat prettig werkt. Ik weet van mezelf dat ik altijd even moet wennen aan een nieuwe omgeving en beiden hebben we veel slaap nodig en goed eten (hehe) anders worden we dus chagrijnig.

Er zijn natuurlijk ook mensen die je tijdens je reis tegenkomt en die 2 dagen op een plek zijn, alles in die dagen doen wat er in de omgeving te doen is en dan weer door naar de volgende plek reizen. En dat is helemaal prima natuurlijk. Maar door zulke verhalen word ik af en toe een beetje gek gemaakt omdat wij veel meer chillen en (ikzelf) denk dan soms: ‘Voel me nu eigenlijk best een nietsnut vergeleken bij die mensen’. Uiteindelijk kom je er ook achter dat iedereen zijn of haar eigen tempo heeft van reizen, een ander budget en een andere hoeveelheid tijd. Om even voor ons te spreken: we vinden het fijn om ergens wat langer te blijven en niet alleen naar een plek te komen om ‘de dingen te doen die je gedaan moet hebben’ zodat we iets kunnen afvinken en weer door kunnen naar het volgende plekje om dat af te vinken. Maar in plaats ervan echt ergens kunnen zijn. Ik ben heel blij dat wij die luxe hebben van het langere reizen en dus langer ergens kunnen zijn. Of eigenlijk: die luxe hebben we onszelf gegeven.

(Ik was van plan om nog een week in dit blog te beschrijven maar… ik hou te veel van schrijven en ik wil ook momenten beschrijven zoals net want dat vind ik juist altijd zo interessant om over te schrijven en niet alleen over de plekken die we hebben afgevinkt 😉 )

Dus… volgende week een nieuwe blog vanuit Patagonië!