,

10 dagen alleen maar mediteren – Deel 4: Back to the real world…

Ondertussen zijn we alweer dik een maand verder na deze tiendaagse meditatie, maar voor mij lijkt het al langer geleden. Met verschillende mensen heb ik gepraat over deze ervaring en ik krijg verschillende reacties op dit avontuur. ‘Oh dat is niks voor mij tien dagen niet praten’, ‘Dat zou ik echt niet kunnen, tien dagen alleen met mijn eigen gedachten, dat lijkt me eng.’ Tja, dat praten, daar dacht ik eerst ook over: Hoe ga ik tien dagen niet praten? Maar als je iets echt wilt, dan lukt het. En uiteindelijk valt dat tien dagen niet praten hartstikke mee. En ik had zoiets van: het zijn maar tien dagen. Dat is prima te overzien.

Er waren ook mensen die het hartstikke eng leek, tien dagen met hun eigen hoofd. Hoe je het went of keert, je zal je hele leven met je eigen hoofd moeten dealen. Nu kan ik natuurlijk niet in iemands hoofd kijken en je moet dit vooral doen als je je er goed bij voelt, maar naar mijn ervaring denk ik dat als je hier bang voor bent, je er juist na deze ervaring beter mee kan omgaan (ik denk dat je je eigen gedachten soms niet al te serieus moet nemen, kijk maar naar blog 1 van deze reeks).

Weer terug naar de laatste paar dagen van de meditatie. Want na de laatste meditatie ’s avonds, was er nog tijd om vragen te stellen aan de teacher (alleen dan mocht je praten). De meeste leerlingen gingen weg, omdat ze geen vragen hadden. Maar – ik weet niet hoe ik het ontdekte – door naar de vragen van andere leerlingen te luisteren en vervolgens de antwoorden van de teacher, leerde ik ook veel. Dus de laatste paar avonden bleef ik zitten tot de laatste vraag was beantwoord.

Dan lag ik rond 22.00 uur in mijn bed, maar kon niet slapen omdat mijn lichaam en hoofd zo gevoelig waren. Vooral die laatste paar dagen merkte ik dat. (Ik ga hier niet te veel over zeggen voor mensen die dit graag zelf nog een keer willen doen 😉 ).

De negende dag mochten we weer voorzichtig praten. Na de ochtendmeditatie liep ik naar buiten en ik zag iedereen druk praten op het grasveld. ‘Who, wil ik dit eigenlijk wel?’, dacht ik. Maar ik zag iedereen van mijn kamer zo blij en uitbundig doen, dat ik er toch bij ging staan.

Knuffels en gedachten werden gewisseld en ik merkte dat ik het ontzettend intens vond. Ik kan het me nu ook niet meer voorstellen, maar ik weet nog dat ik dacht: ‘Jeetje dat geluid, een gezicht dat praat, al die mensen die zo bewegen, wat heftig!’, haha ja nu lach ik mezelf ook uit. Als je het ervaren hebt, dan snap je het denk ik pas. We gingen met onze kamer ontbijten en de zaal die altijd zo stil was, was nu een kippenhok vol met vrouwen. Ik praatte natuurlijk ook, maar al snel merkte ik dat ik weg wilde uit dit kippenhok, wat een kabaal! Ik at mijn ontbijt op en zei dat ik lekker ging douchen, even weer de stilte opzoeken waar ik zo gewend aan was geraakt.

Die negende dag dat je weer mag praten, heb je trouwens wel echt nodig. Want aan het einde van de negende dag was ik al iets meer gewend aan het gepraat. Als je op de dag dat je weer naar huis mag, pas gaat praten dan is dat veel te heftig. Ook mochten we op dag 10 weer onze telefoon. Robin kwam me ophalen, dus ik dacht, ik stuur hem even snel een appje.

Ik zet mijn telefoon aan en allemaal lichtjes en kleuren komen er op mijn scherm. Who wat heftig! Ik strekte mijn arm uit om mijn mobiel niet te dicht bij mijn hoofd te houden (ik leek wel een junglevrouw die nog nooit een telefoon had gezien!) Snel typte ik een appje, maar het voelde zo onwennig. Ik zag allemaal berichtjes binnenkomen maar drukte het snel weg. Nu (nog) even niet!

Vriendin M. zag mij klooien met mijn telefoon en moest lachen. ‘Haha, ik heb hier helemaal geen last van!’ en ze was alweer druk aan het appen en voiceberichten. Zo grappig hoe iedereen dat ervaart! Ik kan sowieso al minder goed tegen veel prikkels, vooral geluid, dus denk dat het daarmee te maken heeft.

Het napraten met mijn kamergenoten voelde zo fijn! Twee kamergenootjes vertelden me dat ze een paar momenten dachten dat ik ook naar huis ging, omdat ik veel in mijn tas aan het rommelen was (haha lekkere rommelkont). En dan vertelde ik weer dat ik hier geen moment serieus over na had gedacht. Ik bedoel, echt mijn tas inpakken etc. Zo zie je ook maar weer dat iedereen de hele dag door oordeelt en denkt, zonder te weten wie die persoon is of wat die persoon meemaakt. Dat is een leuke om over na te denken. Even een simpel voorbeeld: ‘Oh, die persoon is dik dus zal wel heel veel eten.’ Misschien heeft diegene wel een ziekte. Of ‘Oh die persoon is dun, die moet meer eten’, de een komt nu eenmaal sneller aan dan de ander. En ga zo maar door.

Op de laatste dag is het de bedoeling dat iedereen meehelpt om op te ruimen. Je kan je vrijwillig opgeven, maar toch wordt er wel een beetje vanuit gegaan dat je meehelpt. Ik heb me opgegeven om buiten te helpen. Het is vooral veel sjouwwerk, maar het is zo lekker om je lichaam te bewegen en buiten te zijn. Als ik de zoveelste paal aan het sjouwen ben, komt daar opeens een lekker ding het pad oplopen. Hij heeft een glimlach van oor tot oor en de jongen waarmee ik de paal aan het sjouwen ben, zien dat wij elkaar kennen. ‘Laat maar los Anouk’, zegt hij. ‘Dat til ik ‘m zelf wel.’

Ik loop naar Robin en het voelt gek en ook heel vertrouwd om elkaar weer te zien. Het is heel vreemd omdat je elkaar tien dagen niet hebt gesproken, dat is nog nooit gebeurd! Robin vertelt dat hij ook een beetje zenuwachtig was, want wat voor Anouk zou eruit komen? Stiekem had hij gehoopt dat ik wat minder zou praten na deze ervaring (wat minder van die onzin vrouwenpraat, je weet wel) maar helaaspindakaas, daar ben je nu eenmaal vrouw voor ;).

Ik voel me zo rustig en relaxed als ik Robin weer zie en ben zo blij dat ik weer fysiek werk kan doen. We wachten even met het bijpraten en sjouwen samen een paar planken. Ondertussen komt de zon op en zien we een mooie roze/oranje lucht. Als we klaar zijn met het opruimen, wisselen we nummers uit met de meiden van onze kamer. Die dag ervoor heb ik veel gepraat met N. uit mijn kamer en zij woont ook dichtbij mij! Wat een toeval. Ze rijdt met ons mee naar huis en ook leuk om alvast te vertellen: ik zie en spreek haar nu nog regelmatig en we hebben samen yogalesjes! Fijn om deze mooie en bijzondere ervaring met iemand te kunnen delen!

De eerste dagen in Amsterdam, voel ik me niet zo fijn. Ik ben een beetje bangig voor de stad en erg moe dus ik slaap veel. Na die eerste dagen begin ik pas echt te zien wat deze meditatie voor mij heeft gedaan. Ik heb er zo ontzettend veel geleerd!

De eerste twee weken mediteer ik nog heel veel, maar ik moet zeggen dat ik nu twee drukke weken heb gehad en het er bijna niet van komt. Daar baal ik een beetje van. En dan is het juist de bedoeling om dit alleen op te merken en dus niet te oordelen (dus niet te balen, het is nu eenmaal hoe het is. Morgen een nieuwe dag om te mediteren). 

Ik heb het er hier met iemand over en ze vertelt me dat ik meditatie als een tool kan zien die mooie dingen voor mij oplevert. Maar dat ik het niet moet zien als iets dat MOET, want iets dat moet, is niet fijn. Niemand houdt van het woord ‘moet’, dan gaat het juist tegenwerken en dat is niet de bedoeling (ook al ben ik wel van mening dat het heel goed is om iedere dag te doen, maar alles blijft een proces ;)) Ik mediteer nu zo’n vier jaar en dat gaat met ups en downs. Er zijn tijden dat ik het iedere ochtend en avond braaf 20 minuten doe en nu weer 2 weken bijna niet. Dat is ook oke.

Twee weken na mijn terugkomst vraag ik aan Robin:
‘Ben ik veranderd door de meditatie?’
‘Je bent wel iets chiller’, antwoordt hij.
‘Iets?!’, zeg ik.
‘Oke, je bent wel chiller, rustiger.’
Ik blijf hem aankijken, wachtend op het vervolg. Maar die komt er niet.
‘Oke, ik wacht… maar volgens mij komt er geen vervolg’, dan moeten we allebei lachen. Dat ik chiller ben geworden omvat denk ik wel het geheel.
‘En hoe vind jij dat je veranderd bent dan?’, vraagt hij op zijn beurt.
‘Ik heb meer rust in mijn hoofd. Dus ook meer rust in mijn lijf.’

,

10 dagen alleen maar mediteren – Deel 3: Waar zijn mijn billen?

‘Let it snow, let it snow, let it snow’ en ‘Walking in a winter wonderland’, ze speelden in mijn hoofd af terwijl ik buiten wandelde (heeft gewerkt zoals jullie de week erna zagen). Uit het niets komen deze liedjes in mijn hoofd, geen idee waarom juiste deze nummer. Want al een paar dagen heb ik geen muziek gehoord, het sneeuwt niet en ik luister deze nummers thuis niet. Ik moet een beetje lachen om mezelf en mijn hoofd.

Ook speelt het nummer ‘Circle of Life’ in mijn hoofd af. Ja, dat is het nummer van de Lion King. Nu maak ik er geen geheim van dat ik fan ben van Disney, dus dit lied vind ik wat minder toevallig. Ik loop het nummer af in mijn hoofd en denk, ‘Jeetje wat een goede tekst en vooral zo toepasselijk nu’. Want in de dagen die volgen, wordt er tijdens de lezingen hier dieper op in gegaan en het lijkt wel of ik iedere dag de tekst beter begrijp. Er iedere dag een andere code wordt gekraakt in mijn hoofd.

Nu ik toch al bezig ben met het lied Circle of Life, dompel ik jullie er ook helemaal in onder, ik heb de tekst even opgezocht.

Versie van de film
From the day we arrive on the planet

And blinking, step into the sun
There’s more to see than can ever be seen
More to do than can ever be done

There’s far too much to take in here
More to find than can ever be found

Versie van Elton John
From the day we arrive on the planet

And blinking, step into the Sun
There’s more to be seen than can ever be seen
More to do than can ever be done
Some say eat or be eaten
Some say live and let live
But all are agreed as they join the stampede
You should never take more than you give

Vooral de laatste versie, die door Elton John wordt gezongen, vind ik echt top. Want de laatste vier zinnen van het eerste couplet zijn hier anders en juist die zinnen geven net dat beetje extra, vooral die allerlaatste.

Refrein
It’s the circle of life
And it moves us all
Through despair and hope
Through faith and love
Till we find our place
On the path unwinding
In the circle
The circle of life

Langzamerhand begin ik te begrijpen waarom juist dit nummer constant voorbijkomt in mijn hoofd. Misschien lijkt het een beetje ver gedacht, maar voor mij klopt het (dat is wat telt, toch 😉 ?

  • Alles komt en gaat in het leven. Alles wordt geboren en gaat dood. Alle mensen met wie jij leeft, van wie je houdt, gaan een keer dood. Misschien klinkt dit wat negatief of wil je hier niet over nadenken, maar het is de waarheid. Natuurlijk hoef je niet iedere dag te bedenken dat iedereen een keer doodgaat, maar het is goed om te beseffen dat dat ooit gebeurd. Dat je je niet teveel vasthoudt aan situaties, omdat één ding zeker is, en dat is dat alles een keer komt en gaat. De waarheid dat alles wordt geboren en ooit sterft, dat is iets normaals. Natuurlijk is het moeilijk maar hierdoor heb ik wel het idee dat ik in mijn rouwproces weer een stapje verder ben. Niet dat ik nu over de dood van mijn vader zeg: ‘Ja, alles wordt geboren en gaat dood, zo is het nu eenmaal.’ Nee natuurlijk niet, ik ben ook een mens en heb gevoelens. Maar dit nummer en het besef dat leven en dood voor alles en iedereen geldt, helpt mij.
  • De laatste jaren en vooral het laatste jaar ben ik me meer bewust gaan worden van de voetdruk die ik op de aarde achterlaat. Of ook wel cool ‘The Footprint’ genoemd. Hier ben ik me steeds meer in aan het verdiepen. Zo ben ik vegetariër en ben me veel meer bewust van wat ik koop en waarom ik iets koop. Ik bedenk me nu dat ik hier zoveel over wil delen, dat ik hier binnenkort maar een blog over ga schrijven 😉 Geen verwijtend blog over dat je nu ook vegetariër moet worden, maar een gezellig en inspirerend blog, promise! Voor vandaag houd ik het bij het nummer plus theorie van de tiendaagse meditatie. Want momenteel verbruiken wij als mens de aarde en gebruiken we haar niet zoals het zou horen. Wij als mens, stellen onszelf centraal in deze wereld. De natuur en de dieren zijn er voor ons, het wordt vanzelfsprekend gezien en gebruikt alsof het nooit op gaat. We gebruiken wat we willen, wanneer wij vinden dat we het nodig hebben. Het samenleven met de natuur en dieren is er niet (meer) of nauwelijks. We vinden onszelf superieur als mens. Als bomen gekapt worden, geven zij geen verweer, dus we gaan gewoon door. Toch geeft het klimaat in zijn algemeen verweer door de opwarming van de aarde. Simpelweg omdat wij niet zo netjes meer met de aarde omgaan. ‘You should never take more than you give’, die laatste zin. Want wat geven wij aan de aarde?

Dit stukje hierboven is niet om je als mens schuldig te laten voelen, maar om na te denken wat jij (als individu) kan doen voor de natuur. Nu hoor ik jullie denken: ‘Ja, hoe dan?’ Ik ga hier binnenkort een blog over schrijven, zodat ik het wat uitgebreider kan toelichten (van beautyproducten, tot voeding, kleding en boeken die mij hebben geïnspireerd). Be patient 😉

Om weer het bruggetje te slaan naar de meditatie, het is je ego dat zoveel nodig heeft. Het is mijn ego die de eerste dag riep dat ik hier echt weg moest, dat ik dit echt niet nodig had. ‘Phoe, doe even normaal joh. Hier ga je toch niet tussen zitten?’ En het is grappig als je dat stemmetje dat voortdurend klinkt in je hoofd, gaat herkennen. Want, dat stemmetje in je hoofd ben jij niet. Het is je innerlijke criticus. Het zijn opvattingen die je hebt die jij als waarheid ziet en daarmee alles bekritiseerd. Door in deze dagen stil te staan en het stemmetje te observeren, kom je een stukje dieper bij jezelf.

Wat een geklets allemaal he ;), maar ik ga ook deze weer even toelichten. Want in het normale leven krijg je heel veel informatie binnen, waar je ook weer met mensen over praat en zo je mening vormt over iets. Tijdens deze tien dagen krijg je veel informatie en die mag je zelf verwerken zonder de mening van iemand anders omdat je tien dagen niet met iemand praat en waarbij je mediteert zodat dat opdringerige stemmetje in je hoofd wat rustiger wordt.

Ik vond het dan ook juist heel fijn dat ik geen contact mocht hebben met anderen (oke oke min die 1 keer praten), niet mocht lezen en niet mocht schrijven. Je mag alles in die tien dagen alles oplossen in je eigen hoofd. En het verbaasde me hoe goed dat ging.

Waar zijn mijn billen?
Zoals de titel al zei: Waar zijn mijn billen? Want op dag 6 of 7 lig ik in bed en glijd ik met mijn hand langs mijn been. ‘Hu? Weinig been’, bedenk ik me. Dan voel ik aan mijn billen. ‘Waar zijn die nou gebleven? Dat zal Robin leuk vinden, not’, lach ik in mezelf. Want omdat je praktisch de hele dag zit, gaan je spieren snel weg. Ook merk ik dat ik op dag 1 – 3, drie scheppen havermout s’ ochtends opschepte en nu nog maar twee of één. Je verbruikt minder energie, dus je hebt ook minder energie nodig. Zelfs een broek die aan het begin van de week een beetje losjes zat zit nu een stuk wijder. Dat gaat snel!

Halverwege de week ga ik een paar keer de fout in met mijn eetlust. Ik neem een schaaltje salade en schep een bord vol met warm eten (want na de lunch, die om 11 begint) eet je alleen nog een stuk fruit om 17.00 uur. Maar na het schaaltje salade zit ik eigenlijk al vol. Ik probeer toch de helft van het bord leeg te eten, dat lukt bijna en uiteindelijk gooi ik de helft weg met een loodzware buik. De meditatie gaat niet lekker door de volle buik. Weer een leermomentje: niet jezelf volproppen. Uiteindelijk ben ik 3 kilo afgevallen, best veel voor tien dagen en mijn gewicht. En ik heb mezelf daarna niet meer gewogen, maar ik heb het idee dat als je weer je normale leven gaat leven, je dit er ook snel weer aan eet en sport.

Twee weken terug werd mij een docu aangeraden door een van mijn meditatiematties. In mijn blog van vorige week, zei ik dat ik deze docu in dit blog met jullie zou delen. Het is een inspirerende docu en laat een beetje zien wat ik in deze tien dagen heb gedaan. Het gaat ook over onze footprint, dus twee vliegen in één klap, kan ik wel zeggen 😉

Ik ben al bij blog 3 en nog steeds niet uitgepraat/getypt, dus ik denk dat volgende week het laatste blog van deze reeks komt. Daarin vertel ik:

  • Hoe is het om weer te praten?
  • Eindelijk Robin weer zien!
  • Wat is er nu veranderd?
,

10 dagen alleen maar mediteren – Deel 2: Oeps. Toch gepraat.

Allereerst wil ik even laten weten hoe leuk het is om al jullie positieve reacties te ontvangen en zelfs vragen wanneer ik de volgende delen ga plaatsen! Want eerlijk is eerlijk, soms voel ik me een beetje een gekkie met deze verhalen omdat het een bijzondere ervaring was, die je bijna niet kan beschrijven. Maar ik doe mijn best 😉

Als je deel 1 nog niet hebt gelezen, kan je die hier vinden. 

Verder naar dag 4, die dag gaat prima. Ik ben blij met mijn ruggensteuntje en ik begin steeds meer in het ritme te komen. Tijdens de lezingen wordt ook verteld dat je het beste situaties kan observeren. Dus als iemand boos tegen je doet, observeer deze situatie en ga niet meteen over op een reactie. Maar ook als iemand leuk tegen je doet, observeer deze situatie. Kijk, dat van dat boze snap ik wel (ik ga zo een voorbeeld geven om het beter uit te leggen) maar als je iedere situatie alleen maar aan het observeren bent, wanneer ben je dan blij, enthousiast, vrolijk? Ik wil geen persoon worden zonder emoties, toch!?

Op dag 5 en 6 heb ik het hier een beetje moeilijk mee. ‘Wat heb je dan voor leven als je continue alles aan het observeren bent? Ik vind het leuk om blij te zijn. Wie niet!?’

Voorbeeld
Een paar weken voordat ik de meditatieweek in ging, hadden wij een oppashond. Ik heb zelf nooit een hond gehad, dus niet zoveel ervaring met honden. Het was zaterdagmiddag, erg druk op straat en ik wandelde buiten met de hond. Ook had ik een tas bij me en een paar brieven in mijn hand die ik in de brievenbus wilde doen dus het liep wat onhandig. Door de drukte op de stoep, liep ik ook een stukje op het fietspad. Op dat moment komt er een man voorbij en hij roept in mijn gezicht; ‘MUTS!’ Ook goedemiddag, dacht ik, want ik reageer daar niet op, maar het was niet zo’n leuke situatie. Dus het advies tijdens deze meditatiedagen is: Observeer deze situatie. Deze man zegt MUTS tegen mij. Oke. Dit zegt meer over de man dan over mij. Ik kan reageren, door bijvoorbeeld: ‘PAARDEZWENGEL’ te roepen (dit woord heb ik van mijn vader geleerd, haha) maar dan reageer ik dus op zijn boosheid. Ik kan ook zijn boosheid/irritatie lekker bij hem laten door hem te laten roepen en de eer aan mezelf houden en erom glimlachen.

Dus, eerstvolgende keer dat iemand boos op je wordt, laat het lekker bij diegene. Stop er geen energie in. Maar hoe moet dit dan met blijheid? Dat snap ik nog even niet en het verwart me. Oke prima, laat het me maar even verwarren. Misschien snap ik het later deze week wel. Ik kan erover gaan piekeren, maar laat het nu maar even voor wat het is.

Toch voel ik me er iets minder door. Als ik voor de lunch mijn kamer binnenloop, zie ik dat mijn mattie R haar slaapzak heeft ingepakt. Hu? Zie ik dat nou goed? Gaat ze weg? Ik laat het even bezinken en de bel gaat voor de lunch. Als ik na de lunch bovenkom, zie ik haar op het matras tegen de muur zitten en haar spullen zijn ingepakt. Ik kan het niet laten en eigenlijk gaat het ook een beetje vanzelf: ik begin zachtjes te praten tegen haar. ‘Ga je weg?’, vraag ik. Ze vertelt kort iets over haar situatie en dat deze cursus op dit moment in haar leven nog te zwaar is. Ik luister naar haar verhaal, en ik zeg dat iedereen het zwaar heeft en dat ze al op de helft is. En of het goed is om nog even met de teacher te praten. Ze vertelt me dat ze dat ze dat zo gaat doen, maar dat ze haar beslissing al heeft genomen. Ik merk dat dit gesprek heel intens is als je al vijf dagen niet tegen iemand hebt gepraat. Als ze na het gesprek met de teacher terugkomt, zie ik een opluchting. Ze schrijft haar naam op een briefje en geeft het aan me. Ik ben blij voor haar dat ze de goede beslissing heeft genomen.

Nadat R weg is, blik ik terug op het gesprek en op mijn actie. Want je mag niet praten met je medeleerlingen en toch doe ik het. Omdat ik die twee minuten praten met haar belangrijker vond dan de regel om niet te praten. Om haar te helpen en misschien dacht ik nog wel dat ik haar kon overtuigen om te blijven, omdat ze al zover is gekomen. Bijzonder dat dat helpen vorig jaar een groot ding topic in mijn leven was ‘Eerst voor jezelf zorgen, om voor anderen te kunnen zorgen.’ En dat het helpen nu terugkomt en ik het meteen zie.

‘s Avonds hebben we een interessante lezing. Halverwege die lezing gaat het (misschien maar 1 minuut) over zelfmoord. Dat zelfmoord niet de oplossing is in het leven, en er worden nog meer dingen over gezegd. Oef die paar zinnen raken me zo hard. ‘JA DAT SNAP IK OOK WEL!’ wil ik schreeuwen.

Mijn eerste impuls is om de kamer uit te lopen en de deur dicht te slaan(?) Maar ik blijf stil zitten, ik laat mijn tranen over mijn wangen glijden zonder geluid te maken. Ik laat het gaan, in plaats van mijn vader (in mijn hoofd) te verdedigen, willen schreeuwen dat ze het niet snappen en dat je niet zo snel moet oordelen. Dat ze lekker hun kop moeten dichthouden.

Maar wat ik tijdens deze lezing leer en besef is dat wat er met mijn vader is gebeurd, geen stempel op mij hoeft te drukken. Het heeft niets met mij als persoon te maken, trouwens ook niet met mijn vader. Het is zo oneerlijk om iemands hele leven te beoordelen op die ene, cruciale, actie. Ik hoef hem niet op een voetstuk te zetten, ik hoef niet boos op hem te zijn omdat dit is gebeurd. Het is en blijft mijn vader, ik hou van hem en voor mij blijft hij de geweldigste vader. Daar staat zijn einde helemaal buiten.

Ik maak nog een bruggetje naar het observeergedeelte in combinatie met mijn vader.
‘Toen dacht ik; ik kan mezelf maar beter van kant maken’, ja dat wordt weleens gezegd door mensen op een soort van grappige manier. Ik denk dan: je hebt echt geen idee waar je het over hebt. Het doet me pijn. Maar wat diegene zegt heeft niets met mijn vader te maken en niets met mij. Ik merkte echt tijdens die dagen dat ik er zelf voor kan kiezen of zulke opmerkingen mij pijn doen (makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch). Toevallig maakte iemand vlak na de tiendaagse meditatie zo’n opmerking, eerst schrok ik een beetje en daarna ging ik de situatie observeren: ‘Oke, deze persoon zegt dat. Dat mag deze persoon zelf weten. Dit heeft niks met mij te maken en deze persoon zegt dat ook niet om mij pijn te doen en ik hoef mezelf met deze opmerking ook geen pijn te doen.’ Ik moet zeggen dat het echt al een stuk beter ging dan voorheen. Ik verwacht niet dat dit van de 1 op andere dag over gaat. Het is oefenen, want dat is met alles in het leven. Maar de eerste keer dat ik dit oefende na de meditatie, voelde ik me al een stuk beter. Ik ben ook van mening dat, nadat er meer tijd overheen gaat, het minder pijn gaat doen

Toen ik nog ziek was, ging het echt door merg en been als iemand met het woord ‘kanker’ voor de grap schelde. Heel mijn lichaam deed dan pijn. ‘Je moest eens weten’, dacht ik dan. ‘Probeer zelf eens een potje kanker, dan praat je wel anders.’ Anyway, nu ik niet dagelijks meer aan kanker denk en me lichamelijk goed voel, verdwijnt het langzaam naar de achtergrond en kan ik ook sneller mijn schouders ophalen als iemand ermee scheldt.

Het zegt iets over die persoon, niet over mij. Want ik bén geen kanker, ik heb deze ziekte alleen gehad.

Zo jongens, dat was een heftig stuk. Terug naar dag 5.

Die avond dat R weg is, loopt er een meisje een paar keer in en uit onze kamer. Ik lig nog niet te slapen en merkt dat ze een lange tijd niet in onze kamer is. Na een half uur komt ze onze kamer binnen en ze zegt: ‘Is er nog iemand wakker?’ ‘Ja’, zeg ik (oeps weer gepraat). ‘Is het goed dat ik even het licht aan doe? Ik moet mijn spullen pakken want het gaat niet goed met me’, ze klinkt een beetje paniekerig en in de war. ‘Is goed’, ik probeer zo min mogelijk te zeggen. Dan bedenk ik me dat het al 22.30 uur is. ‘Komt iemand je ophalen?’, vraag ik. ‘Ja volgens mij wel’, zegt ze. Als ze haar spullen heeft gepakt roept ze gedag. Wat een gekke dag was dit, bedenk ik me als ik in slaap val.

De volgende dag, is dag 6. Dag 2 en 6 schijnen het zwaarst te zijn, dus als ik deze heb gehad, zitten de moeilijke dagen erop. En ik zit er toch een beetje mee, met dat observeren. Alles maar observeren, wanneer heb je dan emoties? Ik besluit mijn naam op de lijst te zetten zodat ik met de teacher kan praten. Ik heb sterk de drang dat ik even moet ventileren.

Als ik naar binnen mag, begin ik met mijn observatie vraag. De teacher legt het duidelijk en rustig uit zodat ik het beter begreep. Natuurlijk mag je wel blij zijn, alleen wat ze tijdens de lezing zeggen is dat je er niet teveel aan vast moet klampen omdat alles een keer komt en gaat.

Voorbeeld
Stel jij haalt iedere woensdag een roze koek bij de bakker. Alleen op woensdag mag je die roze koek en die vind je ge-wel-dig. Maar op een dag kom je daar en de bakker is op vakantie, of de roze koeken zijn op. Dan kan je ontzettend balen (reactie), want nu heb je jouw roze koek niet en dat is ondertussen zo’n gewenning geworden. Of je kan de situatie observeren: ‘oke ik heb vandaag geen roze koek van de bakker.’ En je kan overgaan in actie: je gaat naar de supermarkt en haalt daar een roze koek of je gaat naar een andere bakker. Of je denkt: dan kom ik volgende week terug en haal ik dan de roze koek. Je haalt je schouders erbij op. Het is nu eenmaal zoals het is (met dit roze koek voorbeeld is dat natuurlijk wat makkelijker dan met complexere situaties).

Daarna vertel ik dat ik gisteren even heb gepraat met R, ‘Je bent in ieder geval eerlijk erover’, zegt ze met een knipoog. En ik vertel dat ik het best heftig vind dat er gisteren twee meiden uit onze kamer zijn vertrokken. Ik ben lekker op dreef en blijf maar praten voor mijn gevoel. Dan pluk ik een beetje aan mijn trui en kijk ik de andere kant op en vertel ik over mijn vader en over de lezing van gisteren en hoe dat ging. Dat ik even boos was op de lezing. Ze stelt me gerust en vertelt dat dit heel begrijpelijk is.

Ondertussen ben ik aan het huilen en dat lucht ook al een stuk op. Na zo’n vijf minuten loop ik haar kamer weer uit, naar buiten. Als ik buiten kom, denk ik; zo even een potje janken. Maar er komt niets. Oke, ook prima, denk ik.

Dan wil ik nog één voorbeeld geven over ‘alles komt en alles gaat’. Want, zo leerden wij, dat gaat ook over het veranderen van mensen.

Voorbeeld 2
Stel: Iemand heeft je een paar jaar geleden iets pijnlijks aangedaan en je vindt die persoon niet leuk. Als je deze persoon nu weer ziet, denk je waarschijnlijk: ‘Daar heb je dat varken weer (om het maar even netjes te zeggen)’, en je wordt boos vanbinnen. Maar dat boos zijn creëer je zelf. Ja die persoon deed stom, maar misschien is die persoon nu wel veranderd. Het advies is dan dus om de situatie te observeren. Want dat boos of agressief zijn op die persoon, is alleen vervelend voor jezelf, die ander maakt dat toch niet uit (als ie nog steeds stom is al helemaal). Als ik dit zou lezen zonder deze cursus, zou ik het lastig vinden om te begrijpen, in de zin van: ‘Ja die persoon deed toch stom, ik haat diegene, ik ga echt niet aardig doen, die persoon verandert toch nooit!’, zulk soort gedachtes. Nu heb ik geen intense haat voor iemand maar er zijn wel personen die ik liever niet zie. Dus wie weet zeg ik ze een volgende keer wel gewoon gedag zonder boosheid te voelen? Want die boosheid gun ik mezelf niet. Het gaat er dus ook echt om, om voor jezelf te kiezen.

Vorig blog vertelde ik dit avontuur in drie delen zou schrijven. Maar als ik zie hoeveel ik vandaag weer heb geschreven en hoeveel ik nog wil schrijven… Misschien worden het er wel vier (als jullie het nog steeds zo leuk vinden als het eerste deel 😉 )

De volgende keer:

  • Deel ik een documentaire met jullie waarin ik veel herkenning zag met wat ik heb geleerd en gedaan tijdens de meditatie.
  • Vertel ik welk nummer er continue in mijn hoofd zat en waarom ik daar zoveel aan had.
  • Beschrijf ik hoe de laatste dagen waren en wat ik deed om nog meer te leren.
,

10 dagen alleen maar mediteren – Dag 1: ‘Wat doe ik hier? Dit is helemaal niks voor mij!’

Tien dagen niet schrijven, praten en lezen. Wat dan wel? Mediteren. Heel veel mediteren. Die uitdaging ging ik aan.

De dag voor de cursus brengt Sven mij met de auto naar de locatie, dit is vlakbij Amersfoort. Het is een oud, maar netjes gebouw en we lopen naar de inschrijfbalie. We zetten mijn spullen neer en Sven zegt:

‘Nou, succes he zus’, hij heeft een grijns van oor tot oor want hij ziet aan mijn gezicht dat ik het liefste mee terug wil. ‘Waar ben ik aan begonnen? Laat me hier niet aaachteeeer’, denk ik.

We omhelzen elkaar en daarna gaat hij weg. Ik adem diep in, oke laat ik het dan toch maar gaan doen. Ik ben één van de eersten, pak een inschrijfformulier en vul die in. Daarna ga ik in de rij staan om het formulier in te leveren. Achter me komt een meisje/jonge vrouw/chick te staan (ik ben er nog niet uit hoe ik dat het best verwoord). We raken aan de praat en ze blijkt een paar straten verder te wonen dan ik, wat een kleine wereld. Ik noem haar voor dit verhaal, M. Na mijn aanmelding, mag ik helemaal naar boven lopen. Ik kom bij een grote zolderkamer waar negen bedden op de grond liggen. Er is nog een kamer naast die van mij, daar liggen zeven bedden. Ik ben als eerste, dus ik kies de fijnste plek uit (vind ik zelf) lekker achterin de hoek. M komt ook boven. ‘He! Jij ligt zeker ook in deze kamer?’, maar nee M ligt in de kamer ernaast. Al snel blijkt dat het op leeftijd is ingedeeld en M valt net niet in onze kamer. De kamer waar ik in lig, liggen de jongste, vrouwelijke, nieuwelingen.

Als ik mijn spulletjes aan het uitruimen ben, komt M binnen en zegt: ‘Hé je bent nog alleen! Je moet even kijken wat voor matras je hebt want daar zit verschil in. Ik heb mijn matras net geruild!’, en ze lacht. Ik kijk naar mijn matras, oja best een dunnetje, dus M en ik wisselen mijn matras om. De grootste lol hebben we, net alsof we op een tienerkamp zijn.

Even later komt R binnen, ze zet haar spullen bij het bed dat tegenover me staat en ook wij zijn snel aan het kletsen. Daarna gaat we met z’n drietjes op pad. We checken de douches, wc’s en praten met oud-studenten die nog een keer meedoen aan deze cursus en we stellen ze heel veel vragen. Als we terugkomen na ons rondje, is onze kamer voller. Uiteindelijk blijven er 2 bedden leeg, dus liggen we met z’n zevenen op de kamer. We leren elkaar kennen en daarna is het tijd om te eten. We eten erwtensoep. En nu gaan mama, Sven (en papa van boven) lachen want mijn hele leven eet ik al geen erwtensoep. Ik besluit het toch maar te eten, en het is eigenlijk best lekker.

Daarna volgt de eerste groepsmeditatie. Als iedereen stil zit, klinkt uit het niets een mannenstem die aan het chanten is (*chanten is het zingen van Boedistische teksten) nu ik dit hoor, herinner ik me dat Sven ooit heeft gezegd dat hij de eerste keer om moest lachen en best ongemakkelijk is.

Met moeite houd ik mijn lach in, om mij heen hoor ik niemand lachen en ik vraag me af of ik de enige ben. Aan het eind van de meditatie klinkt het opnieuw, maar gaat het al iets beter. Waarschijnlijk raak je hier ook wel aan gewend.

Vanaf nu geldt stilte voor de komende dagen. Je kan alleen met de manager of de teacher praten als je iets wilt vragen. De volgende dag begint de eerste, echte meditatiedag. En wat een dag is dit…

Om nog even terug te komen op wat de bedoeling is, want ik kreeg veel vragen over wat ik dan eigenlijk de hele dag heb gedaan, hierbij het strakke schema:

Om 4.00 uur word je gewekt
4.30 start de eerste meditatie, in zaal of kamer.
Om 6.30 staat het ontbijt klaar en heb je vrije tijd
Van 8.00 tot 9.00 heb je groepsmeditatie (bij groepsmeditaties is iedereen in de zaal en mag je de zaal tijdens de meditatie niet verlaten)
9.15 – 11.00 Mediteren in zaal of kamer
11.00 – Lunch en vrije tijd
13.00 – 14.15 Meditatie op kamer of zaal
14.30 – 15.30 Groepsmeditatie
15.45 – 17.00 Meditatie op kamer of zaal
17.00 – 18.00 Fruit eten en vrije tijd
18.00 – 19.00 Groepsmeditatie
19.15 – 20.15 Lezing
20.30 – 21.00 Mediteren in de zaal
21.00 – 21.30 gelegenheid om vragen te stellen
BEDTIJD!

Oke, verder met dag 1. Als ik tijdens de eerste meditatie in de zaal zit, hoor ik halverwege een BOEM en ik hoor iemand een klein gilletje maken. Ik open mijn ogen niet, maar ik hoor dat er iets aan de hand is. Even later ga ik naar de wc en ik voel me lekker rustig van de meditatie. Als ik uit de wc loop, komt een vrouw kotsend mijn wc binnen rennen.

Met grote ogen kijk ik naar haar. ‘Waar ben ik nu weer beland!?’, denk ik. ‘Hoort dit bij de meditatie? Ik hoef dit niet hoor.’

Als om 8 uur de groepsmeditatie begint, merk ik dat ik halverwege moet plassen. Ik sta stilletjes op en loop de zaal uit richting de wc. Als ik van het toilet kom, staat de vrouwelijke manager om de hoek. ‘Gaat het goed?’, vraagt ze. ‘Uh… ja? Ik moest plassen.’ ‘Oke’, ze kijkt me aan. ‘Is dat niet toegestaan?’, vraag ik want ik voel dat er iets niet klopt. ‘Tijdens de groepsmeditatie is het eigenlijk de bedoeling dat je het hele uur blijft zitten.’ ‘Oh, oke. Sorry dat wist ik niet’, zeg ik en ik loop weer met haar naar de zaal. ‘Eerst die kotsende vrouw en nu al die regeltjes, ik ben toch geen kleuter! Dit is helemaal niks voor mij’, gaat er door mijn hoofd. ‘Wat doe ik hier!’ Ik ga weer in de zaal zitten en tegen de tijd dat we middagpauze hebben, doet heel mijn lichaam pijn. ‘Dit is toch niet normaal! Als ik zoveel pijn heb, is dit toch helemaal niet goed voor me?’ Ik ga naar de manager en vraag of ik misschien op een stoel kan zitten oid. Ze zegt dat ik dit met de teacher moet bespreken en dat kan toevallig rond dit tijdstip dus ze zet me op de wachtlijst. Als ik aan de buurt ben, vertel ik over mijn pijn aan de teacher. Ze antwoordt met een glimlach dat het heel logisch is dat ik de eerste dag pijn heb, en dat het de komende dagen minder wordt. Ik knik en als ik weer buiten loop, bedenk ik me dat ik beter naar huis kan gaan. Ik bepaal toch zeker zelf wel of ik pijn heb en of ik daar iets aan wil doen! Wat stom hier allemaal! Dan bedenk ik me dat Sven dit ook tien dagen heeft volgehouden en ik wil natuurlijk niet al op dag 1 naar huis. Laat ik het nog heel even volhouden, bedenk ik me. Ik kan altijd nog naar huis gaan als ik dat echt wil.

Tijdens de lezing ’s avonds, moet ik lachen om mezelf. Er wordt verteld dat je lichaam en hoofd flink protesteren de eerste dag, ze vinden het allebei belachelijk wat je aan het doen bent. Ik herken mezelf ontzettend hierin en besluit mijn zeurende ego even links te laten liggen. Ook hoor ik die avond dat dag 2 voor de meesten nog zwaarder is dan dag 1: KOM MAAR OP, denk ik.

De twee dagen daarna gaan mentaal goed. Af en toe heb ik een dipje, maar eigenlijk ben ik er ook snel weer uit, omdat ik me besef dat ik zelf dat dipje maak! Doordat je nauwelijks prikkels van buiten krijgt, word je ontzettend bewust van je eigen gedachten, wat er in je hoofd gebeurt. Je denkt namelijk dat je dipje met omstandigheden te maken heeft, maar vaak ligt het aan jezelf. Toen mij dit werd verteld, vond ik dit stom, maar langzamerhand begon ik dit te snappen tijdens te meditatie. Ook werd er verteld dat alles continue verandert. Niets blijft hetzelfde. Dus klamp je niet teveel aan iets vast (want vroeg of laat is het er niet meer) en maak je ook niet te druk om dingen (want, ook hierbij: vroeg of laat is het er niet meer). Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, maar omdat je het tijdens deze tien dagen als theorie krijgt, maar ook in de praktijk brengt, dringt het echt tot je door. Ik geef 2 voorbeelden, want dat is makkelijker.

Voorbeeld 1
Op dag 1 had ik pijn in mijn hele lichaam. Ik kan me super gefrustreerd voelen door die pijn, of ik kan die pijn observeren. ‘Oke, de pijn is er. Maar dit is tijdelijk, dit gaat weg.’ (Waarschijnlijk klinkt dit voor 90% van de lezers heel raar, ik had het voor de meditatie ook vaag gevonden, maar toch wil ik deze ervaring delen.) En dat is natuurlijk met alles.

Je kan je irriteren aan een automobilist die voor je heel langzaam rijdt (tumdudum, dit zeg ik vooral tegen mezelf), aan een lange rij bij de Albert Heijn, of aan iemand die naast je zit en smakt.

Voorbeeld 2
Jawel, want op de tweede dag komt er een vrouw naast mij zitten tijdens de lunch en ze smakt en maakt een kabaal met haar bestek, ik weet niet hoe ze het doet. Eerst begin ik me te ergeren, ‘Eet eens normaal, je bent toch geen varken!?’. Dan denk ik: ‘Oké dit is een test. Ik heb ooit zelf bedacht dat ik me hieraan erger, even kijken of ik dit kan observeren.’ Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik blijf zitten op mijn plek en ik probeer het.

De volgende dag komt ze weer naast me zitten. ‘NEEHEE’, denk ik eerst. Ik adem een keer diep in en denk: oke, we gaan het weer proberen. En stukje bij beetje gaat het steeds wat beter. Maar ik moet ook zeggen, als zij eerder aan tafel zit dan ik, ga ik toch een ander plekje zoeken.

Ik merk dat ik hier heel veel over kan schrijven dus ik ga hier nog een blog (of misschien wel 2) aan wijden.

Nog even verder over dag 3. Tijdens de ochtendmeditatie moet ik weer plassen (oeps) en ik merk dat ik moet huilen. Oke, leuk die regels van niet tijdens de groepsmeditatie de deur uit, maar ik ga toch weer. Na het toiletbezoek, kijk ik in de spiegel en ik voel het eerste beetje huil eruit komen. Dan komt de manager en vraagt of het gaat. ‘Ja het gaat wel. Laat me maar even, het moet er even uit.’ ‘Oke. Want als je een gesprek wilt met de teacher over hoe je met emoties kan omgaan, dan kan je jezelf op de lijst zetten.’ ‘Ja, oke, dankjewel. Laat me maar even.’ Soms moet wat huil er even uit, laat me dan maar even en dan is het daarna oké. Dus ik even huilen en als ik naar de zaal wil teruglopen, staat de manager met een stift in haar hand. ‘Zal ik je naam erbij zetten?’, vraagt ze. ‘Uh, nee hoeft niet. Doe ik zelf wel als ik daar behoefte aan heb.’ Ze knikt en vertelt me dat het uur bijna voorbij is dus dat ik alvast naar mijn kamer kan als ik dat wil.

Ze bedoelt het ontzettend lief, maar ik zit zo in mijn eigen bubbel dat ik even geen hulp wil en in mijn eigen hoofd wil blijven (om het zo maar even te zeggen). Om even duidelijk te maken: de mensen die tijdens die dagen vrijwillig helpen, zijn lief. Ze hebben alles in de gaten en helpen wanneer het kan. In de middag komt de manager weer naar me toe. Ze vertelt dat de teacher heeft gezien dat ik erg mijn best doe, maar veel beweeg en of ik ergens last heb. En jep, dan zeg ik het ook maar meteen. Sinds Peru (dus een klein jaartje) heb ik last van mijn rib. Niet altijd, dus daarom ben ik er nog niet achteraan gegaan. Toen ik vorig jaar bij de Sjamaan langsging, vroeg hij me of ik een ernstig ongeluk heb gehad waardoor mijn linkerkant is beschadigd. Ik vond het toen echt bizar dat hij dat kon voelen door aan mijn voet te voelen (lees het verhaal hier terug), want ik had nog niemand hierover verteld!

Maar goed, de rib liet ook nu van zich horen en zo kreeg ik een steun in mijn rug. Echt mijn redding! Want ik weet niet of ik het lichamelijk had uitgehouden zonder de steun in mijn rug. Alsnog had ik bij bepaalde posities last maar het was een stuk minder.

De volgende keer:

  • Vertel ik waarom ik toch een regel heb gebroken… wat zal het zijn, schrijven, praten of lezen?
  • Waarom je niet in het verleden moet blijven hangen. En hoe je dat doet. Ook dit heb ik geleerd en ik geef een paar voorbeelden van.
  • Heb je vragen over deze meditatie of over mijn verhaal, let me know!