,

Waarom een ziekenhuisbezoek me met mijn beide benen op de grond zet

Een keer in de zoveel tijd moet ik langs het ziekenhuis voor een check. Even een check om te kijken of alles oké is.

Deze week bracht ik weer een bezoekje aan het ziekenhuis en dat is toch best fijn. En wel om drie redenen:

  • De meest logische reden: je weet weer hoe het gesteld is met je lichaam. Zoals je misschien al vaker hebt gelezen van mij: ik ben (meestal) niet bang om naar het ziekenhuis te gaan voor een controle maar het is toch best fijn om even die bevestiging te krijgen dat alles goed zit.
  • Tijdens mijn chemo’s en aan het begin van mijn herstel vond ik het echt heel fijn als ik weer naar het ziekenhuis kon. Ik durfde dit niet uit te spreken – de meeste mensen vinden het verschrikkelijk om ook maar een stap te zetten in het ziekenhuis – maar nu we weer twee jaar verder zijn, snap ik waarom ik het eigenlijk best fijn vond: die wereld buiten de ziekenhuisdeuren waar ik eerst zo goed in paste voordat ik ziek werd, daar paste ik nu totaal niet meer in. Het was een grote, rare, enge wereld voor me geworden. Ik snapte de wereld niet meer zo goed en ik merkte dat deze wereld al helemaal niet gemaakt is voor heel recente ex-kankerpatiënten, zoals ik. Ik voelde me als een vogeltje dat te vroeg het veilige nest verliet, ik kon nog net niet zelf vliegen. En het veilige nest, dat was voor mij het ziekenhuis. De mensen daar begrepen mij en ik kon daar op dat moment mezelf zijn. Nu pas ik gelukkig weer in deze wereld en kan ik weer ‘heel goed vliegen’. Alsnog vind ik het niet erg om langs het ziekenhuis te gaan – heel fijn kan ik het ook niet meer noemen – zo kan ik meteen even een praatje maken met de mensen die er werken en die ik ondertussen ken van mijn bezoekjes.
  • En dan de laatste, ook wel de belangrijkste reden: het laat je weer even zien waar je vandaan kwam en hoe goed je het nu hebt. Deze ziekte laat niet te raden over en je ziet al snel de mutsen over de kale hoofden, de pruiken bij vrouwen en soms ook de shameless kale hoofden. Mensen met nog maar één been in een rolstoel (dat zag ik dus deze week) en patiënten die in bedden worden vervoerd. OJA, oh – ja, dat was jij ook Anouk, iets meer dan twee jaar geleden.

Kijk eens waar je nu staat en hoe goed het met je gaat, dat had je toen toch niet kunnen bedenken?

Wij mensen zijn veel te veel bezig met wat niet lukt en wat we niet hebben. Het is bijna nooit (goed) genoeg. We staan te weinig stil bij het proces zelf en we zijn teveel bezig om dat ene doel te behalen (of natuurlijk meerdere doelen). En als we dat doel hebben behaald, dan willen we meteen weer meer.

En of het nu voor mij zo’n ziekenhuis bezoekje is en voor een ander het 20.00 uur journaal of een reis om de wereld:

sommige dingen zetten je weer even met je beide benen op de grond en laten je beseffen wat we hebben. Laten we allemaal wat meer blij zijn met wat we nu hebben en met wie we nu zijn en de mooie dingen vieren in het leven.

LIEFS

 

, ,

Een burn-out?

Een paar jaar geleden – ik denk hetzelfde jaar dat ik ziek werd – had mijn vader een artikel opengeslagen in de krant dat ging over een burn-out bij jongeren. Ik liep de keuken in en kon niet om het artikel heen, het lag zo dat ik het wel moest lezen. Ik keek naar het artikel, scande het een beetje en ging mijn ontbijt maken. Mijn vader kwam binnen en zei: ‘Heb je dit gelezen?’ hij wees naar het artikel.
‘Juaa, ik heb het gezien’, zei ik nonchalant. ‘Gaat over een burn-out bij jongeren, ofzo.’
‘Precies. En ik denk dat jij daar ook voor moet oppassen.’

Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik hem aan. ‘Ik? Een burn-out? Pff.’
‘Lees het maar eens goed. Het gaat over jongeren die willen presteren, druk voelen van buitenaf en te veel hooi op hun vork nemen. Altijd maar druk zijn.’

Altijd druk zijn, alles goed willen doen en vaak te veel doen: ik kon niet ontkennen dat ik dat niet herkende in mezelf.

‘Ja maar dat zijn anderen pap, dat gebeurt bij mij echt niet’ en ik nam een slok van mijn vers gemaakte groene smoothie.

Tot zo ver mijn eerste gesprek met betrekking tot een burn-out.

Toen ik ziek was, kwam ik tot de conclusie dat ik de laatste jaren toch wel iets te veel had gedaan en te veel wilde van mezelf. Maar nu, was ik door deze ziekte even op het matje geroepen en ik had hier zoveel van geleerd dat een burn-out mij niet meer zou overkomen. Punt.

Tot zover niets aan de hand, en toen stuitte ik vorige week op het programma van Sophie Hildebrand: Sophie in de mentale kreukels.
Waarom, kan ik je niet precies vertellen, maar ik wilde dit perse kijken.

Ik schrok ervan hoe vaak dit voorkomt en dat zelfs zo iemand als Sophie hier mee te maken heeft gehad.

Na het kijken van het programma, kwam ik tot de conclusie dat dit mij dus ook gewoon kan overkomen en dat je hier sneller mee te maken hebt dan je denkt. En dat het gaat om structureel te druk zijn of te veel aan je hoofd hebben, een dagje niets en daarna weer doorgaan met hoe je te werk ging, helpt dus niet. Het gaat om (wat ik er tot nu toe zelf heb uitgehaald) een andere lifestyle, mindset en de tijd nemen voor de dingen die je doet. En niet al met je hoofd bij de volgende activiteit zijn die je te wachten staat (oeps, steek je hand omhoog als je dit vaak doet. Ik ben schuldig hieraan).

Gelukkig heb ik nooit te maken gehad met een burn-out, en kan ik ook niet zeggen dat er een burn-out bij mij voor de deur staat. Maar ik ben wel anders gaan denken, want dat ik nu kanker heb gehad en hier veel van heb geleerd, wil niet zeggen dat ik uitgesloten ben om een burn-out te krijgen.

Het is geweldig als je ambities hebt en dat je misschien wat meer werkt omdat je het hartstikke leuk vindt. Maar, lieve mensen, het moet wel leuk blijven. Mocht je nieuwsgierig zijn geworden dan zou ik zeker aanraden om het programma van Sophie te kijken.

EYEOPENER.

 

LIEFS

,

Consu-minderen: doei beautyproducten

Laatst kwam er een vriendinnetje bij me langs, onder het mom van ‘ik weet nog niet eens waar je nu woont’ (aangezien ik eind vorig jaar ben verhuisd). Ik gaf haar een rondleiding door ons appartement en toen ik de badkamer liet zien zei ze: ‘Waar zijn al jouw spulletjes?’ Ik moest lachen, want ze kent mij maar al te goed en ik zei:  ‘Alles de deur uit gedaan.’

Waarop zij antwoordde: ‘ECHT? Hu niks voor jou dat je al je make-upjes en dingen de deur uit doet.’

En zo zei een huisgenootje van me een paar jaar geleden: ‘Als ik iets nodig heb voor mijn haar, make-up of crèmepjes dan moet ik bij jou zijn. Jij hebt echt alles!’

Van vijf soorten bodymilk met allemaal een andere geur, tot verschillende setjes oogschaduw en nagellakjes in wel 25 kleuren: ik heb ze voor een groot deel de deur uit gedaan. Waarom? Omdat ik de helft nooit gebruik of gebruikt heb én omdat er uiteindelijk, in de reguliere producten, allemaal ‘troep’ zit.

Om bij het eerste maar even te beginnen: dat consuminderen vind ik een bijzonder mooie trend/hype. We blijven maar kopen en uiteindelijk gebruiken we het nooit. Herken je dat, dat hebberige? Ik heb me er vaak zat schuldig aan gemaakt. En uiteindelijk; wat heb je nu ECHT nodig als je eens kritisch kijkt. Veel minder dan je denkt. Of dat je WIL denken.

En daarnaast, de troep die erin zit. We eten het niet op, nee dat is levensgevaarlijk, maar we smeren het wel op onze huid… Beetje gek toch, als je erbij nadenkt? Denk je nu: Anouk, waar heb je het over tell me more! Hier heb ik een lijstje waarin je deze stoffen kan terugvinden.

Dus na het kritisch weggooien (en uiteindelijk ook opmaken van de huidige producten) ben ik andere producten gaan kopen. Zo gebruik ik nu shampoo van John Masters Organic, gezichtsreiniging van Dr. Hauschka en op mijn lippen smeer ik RMS Beauty. Maar ook mijn tandpasta, deodorant en (hand)zeep zijn langs Anouk’s keuringsdienst gekomen.

En dit voelt goed. Niet alleen omdat ik nu veel minder spulletjes heb, (dat anders alleen maar bewaard bleef met als motto: misschien ooit, dat ik dit nog ga gebruiken, als… – je kent het wel) maar ook om echte goede producten te hebben die ergens voor staan. Stapje voor stapje ben ik alles aan het vervangen. Mijn volgende stap is: mijn mascara. Maar eerst even kijken welke er een beetje goed uit de test komen.

Staan jullie weleens stil bij wat jullie op je gezicht smeren? Of hebben jullie producten die jullie heerlijk vinden en waar geen ‘troep’ in zit? Sharing is caring

LIEFS

,

Ben je een opgever of een doorzetter?

Om meteen maar de titel van dit stuk neer te halen: ik geloof hier niet in. Hoe ik hier dan wel op kom? Zojuist stond ik in de sportschool (ja ja de sportschool is de beste inspiratiebron voor me) en ik was wat oefeningen aan het doen. Twee vrouwen stonden tegenover me en ik hoorde de ene vrouw zuchten en tegen de andere vrouw zeggen: ‘Na, ik houd ermee op hoor. Je hebt doorzetters en opgevers en ik ben een opgever. Kan ik ook niks aan doen. Jij bent echt zo’n geboren doorzetter.’

(Nu moet je dit even voorstellen met een Amsterdams accent. Geloof me, maakt deze zin dubbel zo leuk.)

Ik hoorde deze opmerking en mijn hoofd was even niet meer bij mijn oefeningen. Je bent een opgever? En daar kan je niets aan doen? Ho is even!

Daar geloof ik dus niet in. Je maakt van jezelf een opgever als jij dat iedere keer tegen jezelf zegt, als iets niet lukt.

Zijn er sommige dingen moeilijk in het leven? Jazeker.

Helpt het dan om maar niets te doen, de makkelijke weg te kiezen? Misschien op het moment wel maar op de lange termijn niet.

Iedere dag, nee, zelfs ieder moment kan je voor jezelf beslissen wie je wil zijn, hoe je in het leven staat en hoe je dag eruit gaat zien. Natuurlijk gaat iets de ene keer beter dan de andere keer. Zo gaat het met alles. Als je op blijft geven, zoals de vrouw in de sportschool, ga je inderdaad jezelf als opgever zien. Terwijl als je – op een gezonde, leuke manier – door blijft zetten, dit vanzelf je patroon wordt en je zo minder geneigd bent op te geven.

En iedereen heeft weleens van die dagen dat je in de sportschool staat, om maar even de sportschool als voorbeeld te noemen, en denkt: ‘Jongens, wat doe ik hier? Vandaag lukt het gewoon even niet’, om wat voor reden dan ook. Prima, dat maakt niet uit. Maak af waar je mee bezig bent, accepteer dat dit niet je beste sportsessie ooit is en ga desnoods eerder naar huis.

Het ding is om jezelf niet te straffen als je je dag niet hebt. En daar bedoel ik mee: jezelf naar beneden praten.

Probeer deze dagen te accepteren want je kan niet altijd, overal, elke dag 100% geven. Het accepteren is makkelijker gezegd dan gedaan, ik weet het.

Een doorzetter (en dat zit in iedereen) geeft toe aan zichzelf dat ie een baaldag heeft, om vervolgens de volgende dag er weer voor te gaan. Of desnoods die dag erna als het wat langer duurt. Daarbij denk ik ook: stapje bij beetje. Je kan niet alles in 1 keer, dat moet natuurlijk ook groeien.

Maar of je door blijft gaan en het blijft proberen in plaats van makkelijk op te geven, dat kun je iedere dag opnieuw voor jezelf beslissen.

LIEFS

 

Twee jaar schoon

Met mijn jas nog aan, ga ik op tafel zitten en open ik de brief die ik in mijn handen heb. Het is een brief van het ziekenhuis. Ik zie verschillende jaartallen staan in combinatie met diverse maanden wanneer ik ben behandeld. Ik lees woorden als laparoscopische cystectomie, infracolische omentectomie en biopten en er schiet door mijn hoofd dat ik misschien even moet vertellen dat ik media en communicatie heb gestudeerd en geen gezondheidswetenschappen oid.

‘Gelukkig’ gaat dit over mezelf en dus weet ik wat het ongeveer inhoud, dit kan ik ontcijferen door naar de tijd te kijken wanneer iets plaatsvond. Ik zie ook dat deze brief geschreven is namens mijn oncoloog, gericht naar een collega van hem. Misschien krijg ik deze brief wel ter extra informatie? Geen idee eigenlijk.

Toch voelt deze brief heel fijn, het eindigt namelijk met: Conclusie. 

In deze conclusie staat dat ‘de prognose zich gunstig begint af te tekenen’, omdat al mijn scans en onderzoeken van de afgelopen twee jaar positief zijn.

Nu krijg ik deze informatie niet alleen via de post. Een maand geleden was ik namelijk bij mijn oncoloog en hij vertelde me dat mijn laatste scan er goed uit zag. Aan de glimlach die hij me gaf toen hij me omriep in de wachtkamer en we elkaar een hand gaven, kon ik het al zien. Ik zat nog niet eens en hij zei al dat het er goed uitzag.

Hoe erg ik hier ook van uitga, het is toch wel heel fijn, die bevestiging. Maar wat nu? Nu ben ik twee jaar schoon, en wat dan?

In de afgelopen twee jaar zat ik nog in de zogeheten risicofactor. Dit houdt in dat ik in mijn geval (let op, ik heb het nu over mijn type kanker, ieder type is natuurlijk weer anders) in de eerste twee jaar nadat ik schoon ben verklaard, nog een verhoogde kans heb dat het terug kan komen. Maar hier zeg ik nog wel bij dat deze kans eigen al relatief klein was. Van de 10% waarbij het terugkomt, is het bij 80% in de eerste twee jaar (ik ga nu weer even twijfelen aan deze cijfers, maar volgens mij zat het zo).

De kans is dus mega klein dat het nu nog terug komt.

Ook al heb ik die twee jaar niet als spannend of eng ervaren, die zekerheid en geruststelling van de onderzoeken blijven fijn. Wel ben ik véél alerter. Kort geleden ontdekte ik weer iets geks, het leek erop dat ik weer een cyste had. Binnen een minuut hing ik met het ziekenhuis aan de lijn. Al de alarmbellen beginnen te rinkelen en je ziet jezelf alweer in het ziekenhuis liggen voor een operatie. Ik kon snel langskomen in het ziekenhuis en na een paar onderzoekjes bleek er niets aan de hand te zijn en kon ik naar huis. ‘Altijd langskomen als je twijfelt’, drukte de gynaecologe me op het hart. Want ja, toegegeven, je voelt je ook wel een beetje een sukkel als je met spoed nagekeken wil worden en er niets is (iets dat uiteindelijk alleen maar heel fijn is natuurlijk). Aan de andere kant, ik ben vaak zat weggestuurd bij dokters en ziekenhuizen met het antwoord dat er ‘niets aan de hand was’, dus een beetje doordrammen, leer je er ook wel van.

Maar goed, toen was ik twee jaar schoon, op twee februari, en dan? We zijn met z’n tweetjes uiteten geweest en hebben geproost met ons eerste alcoholische drankje in tijden (want januari hebben we helemaal volgehouden zonder een druppel alcohol). Dus vieren dat we een maand geen alcohol hadden gedronken, vieren dat Anouk twee jaar schoon is en… Hij vierde die dag zijn zevenjarige jubileum op zijn werk.

Mooie dag, die 2 februari 2017. En alsnog geloof ik niet in toeval, alles heeft zo moeten zijn…
LIEFS

Spoedcursus: er voor iemand zijn

Nare dingen: iedereen maakt ze mee, daar kom je niet onderuit in het leven. Afgelopen weken maakte iemand, die dichtbij mij staat, iets heftigs mee en ik wilde ervoor diegene zijn. Ik kwam erachter dat dit nog best lastig is, er voor iemand zijn. Want hoe doe je dat nu eigenlijk?

Niet dat ik jullie hier de les wil lezen, maar ik weet nog goed wat ik zelf prettig vond toen ik door een nare periode ging. Ook heb ik het daarna met mensen over gehad; wat vinden zij eigenlijk fijn? Grotendeels vonden we hetzelfde prettig. Daarom even een paar do’s en dont’s op een rijtje. Nu is ieder persoon natuurlijk anders dus dit zal vast niet voor iedereen gelden, belangrijk is om vooral te doen wat goed voelt voor jou. Als je je hart laat spreken, kan er in mijn ogen niet veel ‘fout’ gaan.

Dit kan je beter niet doen:

Niets laten horen
Als je niet weet hoe je moet reageren of je bent bang om iets ‘doms’ of ‘fouts’ te zeggen, denken veel mensen dat het beter is om maar niets te zeggen. Dit kun je beter niet doen, sterker nog de kans is groot dat je hier spijt van gaat krijgen. Een kort appje/mailtje/belletje/kaartje is al genoeg. (Onder het kopje ‘Stuur een kaartje’ vertel ik hier meer over).

Ergens overheen praten
Oei, deze vond ik zelf best wel pijn doen. Mensen die heel goed weten wat er aan de hand is maar net doen of ze van niets weten. Hier heb ik mezelf ook weleens schuldig aan gemaakt, dit komt vaak uit onzekerheid. Toch is het fijn om even iets erover te zeggen. Je kan vragen ‘He hoe gaat het’, maar je kan ook de nadruk leggen: ‘Hoe gaat het NU met je?’, vaak is dat al genoeg. Als diegene erover wil praten, dan volgt de rest vanzelf. Als ik bijvoorbeeld geen zin had om er verder op in te gaan zei ik: ‘Ja, super goed, met jou?’ en dan vroeg ik verder naar diegene. Dan weet de ander ook al genoeg.

Dingen voor iemand invullen
‘Ja ik dacht dat jij het wel fijn vond als ik dit deed/ niks deed, dus ja dat deed ik dan maar want ik dacht, jij vindt het vast…’ etc etc. Als iets naars je overkomt, kan je nog steeds zelf nadenken en je grenzen aangeven. Ook als je (in mijn geval) ziek bent geweest. Vul geen dingen in voor iemand, maar vraag hoe je diegene kan helpen of wat diegene prettig vindt in de omgang met jou. (Onder het kopje ‘Kan ik iets doen?’ vertel ik hier meer over).

Pas op met vergelijken
‘Jaaa, de dochter van de broer van mijn buurman had ook kanker vijf jaar geleden en toen…’ Voordat mensen het weten, gaan ze situaties vergelijken. Soms vind ik het wel kunnen maar af en toe denk ik, vergelijk maar niet te veel. Dit is ook een kwestie van aanvoelen. Nu vind ik het niet erg als mensen mijn situatie vergelijken met iets anders en vaak minder ergs dat ze hebben meegemaakt. Maar toen ik chemo’s had, vond ik het niet zo fijn als iemand een ziekenhuisbezoek voor een gebroken arm ging vergelijken met het traject waar ik doorheen ging. Persoonlijk vind ik dit niet zo gepast. Pas daarom op met vergelijken.

Nu kan ik heel goed zeggen wat niet zo’n goed idee is, maar beter is om te vertellen wat wel een goed idee is 🙂

Stuur een kaartje
Het liefst stuur ik een kaartje als iemand het moeilijk heeft. Ik hoef maar naar een kaartje te kijken en er floept zo een tekst uit mijn vingers. Een tekst recht uit mijn hart. Ik weet dat veel mensen moeite hebben met kaartjes schrijven, daarom deze tip: koop een kaartje dat al omschrijft wat er gaande is, bijvoorbeeld teksten zoals: sterkte/ je kan bij mij terecht/ het komt goed. Je kan er nog een zinnetje aan toevoegen als je wil, maar als je het echt niet weet, kun je ook je naam eronder zetten. Het feit dat je de moeite hebt genomen om een kaartje te sturen, zegt al genoeg.

Stel je kwetsbaar op
Het lijkt in eerste instantie misschien geen goed idee, maar geloof me, het is heel fijn. Je mag best tegen de persoon in kwestie zeggen dat je niet weet wat je moet zeggen in zo’n moeilijke situatie. Spreek vanuit je gevoel. Welke dingen gingen als eerst door je heen? Durf je kwetsbaar op te stellen, uiteindelijk zijn we allemaal ook maar mensen.

Kan ik iets doen?
Vraag of je iets kan doen. Aan mij werd dit vooral in het begin vaak gevraagd, toen dacht ik nog: ‘Ja wat denk je zelf, hoe wil je iets voor me doen dan!!?’ Maar eigenlijk is het een hele fijne vraag. Laat weten dat je ervoor diegene bent en als je iets kan doen, dat je er dan bent. Nogmaals; je kan niet invullen wat diegene fijn vindt, dat zal de ander uiteindelijk ook moeten aangeven. Jij hebt in ieder geval je beste beentje voor gezet.

En de laatste maar zeker niet de minste: Luister! Heb oprechte belangstelling
Oh, deze is zo belangrijk. Het lijkt zo simpel maar in de praktijk is het toch nog een tikkeltje lastig. Terwijl luisteren vaak al genoeg is. En wat ik zelf een fijne zin vind: ‘Ik kan het me voorstellen.’ Maar dat ben ik misschien weer, omdat ik zo van taal houd. Bij ‘ik snap het’, dacht ik al snel: maar jij snapt dit helemaal niet wat ik nu vertel. Misschien is het een beetje muggenziften, maar persoonlijk vind ik het fijner klinken.

Ik ben blij dat ik dit blog kan schrijven, ook al ben je het misschien niet met alles eens, en dat geeft ook helemaal niet. Het is meer om te laten zien wat (in dit geval ik) en uiteindelijk ook de mensen met wie ik het erover heb gehad, prettig vonden.

De gouden tip is hierbij: wat zou je zelf fijn vinden? En: spreek vanuit je gevoel.

En nu ben ik benieuwd: heb je zoiets van: Ah ja, goede tips. Of zoiets van: Hier ben ik het helemaal niet mee eens! Of: Ik heb zelf nog een tip! Ik hoor het graag.

LIEFS

 

 

,

Na 6,5 jaar nog steeds verliefd…

Het begon in september 2010. Ik had een studie gekozen die me wel leuk leek, en deze studie was toevallig in Amsterdam. Ja toevallig ja, ik had geen studie uitgekozen omdat ik in Amsterdam wilde zijn.

Vanaf de eerste dag van mijn studie, werd ik dikke vriendinnen met klasgenoot B en daarnaast bouwden we al snel een vriendengroep op. Samen ontdekten we het leven naast het studeren in Amsterdam – wat natuurlijk veel interessanter was – en ik kan me nog goed de dag herinneren dat ik op een ochtend (het zal in november geweest zijn) op Amsterdam Centraal liep en dacht:

‘Ja, ik heb het te pakken. Ik ben verliefd op deze stad.’

Vooral het eerste jaar, en toen ik net in Amsterdam woonde, had ik het behoorlijk te pakken. Nu vind ik het al vaak ‘gewoon’ dat ik in Amsterdam woon. Maar met zo’n mooie dag als gisteren, geniet ik dubbel van het wonen in onze mooie hoofdstad.

De laatste paar maanden was ik tot en met mijn neus in mijn sjaal en mijn muts kwam net boven mijn ogen (iets met een koukleum zijn), dus kreeg ik niet veel van de stad mee. Maar gisteren pakte ik de racefiets en kon ik de lente alweer een beetje ruiken. Net even een andere route fietsen en stilstaan langs de kade om uit te kijken over het Oosterdok. Extra blij maakt het me.

Het is heerlijk om echt van deze dagen te kunnen genieten, hoe simpel ze ook zijn. Doe mij meer van deze dagen.

De winter heeft ook zijn charmes maar ik kan nu niets anders zeggen dan:

‘Lente, kom maar tevoorschijn hoor, we zijn er weer klaar voor!’

 

 

Van: ‘Ja leuk!’ naar ‘Ohnee toch niet’

Het is 7.48 en ik rijd net uit het Vondelpark. Voor me fietsen drie jongetjes met zo’n gigantische tas op hun rug. Het type: mijn-tas-is-zwaarder-dan-ikzelf-ben. Het druktemakertje van de drie, praat over een nieuwe Playstation editie of iets dergelijks. Hij is behoorlijk aan het opscheppen wat ie er allemaal mee kan. Dan gaat de telefoon van het druktemakertje. Hij neemt op, precies als ik hem inhaal, en hij zegt tegen de beller: ‘Ik zit op de fucking fiets mam!!’ Ik schrik van het kind en rijd voorbij hem. Het is even stil en dan hoor ik hem zeggen: ‘Wat mot je?…. WAT MOT JEEEE?’

Ik slik. En ik denk: ‘Misschien toch maar geen kinderen…’

Ja. Ik ga het vandaag hebben over kinderen, of nouja babies. Misschien een beetje een onderwerp dat uit de lucht komt vallen. Laat ik beginnen met de aanleiding.

Na mijn medische traject werd me verteld dat ik wel kinderen kon krijgen, maar dat ik er niet al te lang mee moet wachten. Met ‘niet te lang mee wachten’, werd bedoeld: rond je 30e echt wel aan kinderen beginnen, liefst nog eerder. En mocht ik op mijn 30e er nog niet aan toe zijn, dan kan ik eitjes laten invriezen. (Even een lang verhaal kort gemaakt).

Dat laatste was toch wel een opluchting. Want ik zag het niet echt voor me dat ik voor mijn 30e een kind zou krijgen. Ik kreeg een beetje het idee dat ik op moet schieten. En laat ik daar nu echt geen zin in hebben.

Maar toch ging ik na dit nieuws wat meer nadenken over het moederschap. Veel bewuster.

En misschien ook wel veel te veel…

Want, ik ben tot de conclusie gekomen dat ik het maar een vreemd iets vind: je kiest dus samen wel heel bewust voor een kind… maar verder heb je geen invloed op wat eruit komt! En als je eenmaal een kind hebt, dan heb je het kind dus ook voor de rest van je leven. En jij bent dan, vooral in de eerste levensfase, helemaal verantwoordelijk voor dit kind. Ja dit klinkt heel logisch, maar als je daar eens goed over na gaat denken, klinkt het best eng.

Je kan bijna je hele leven indelen zoals je wilt (daar geloof ik in ieder geval wel in). Je vriendinnen, je geliefde, waar je woont, wat voor werk je doet en uiteindelijk kun je ook de keuze maken om een kind te krijgen… en daar blijft het dus bij.

Want verder heb je niets te kiezen bij het krijgen van een kind. Misschien krijg je wel zo’n ‘stoer’ druktemakertje…

En zo hoor ik de laatste tijd weleens moeders praten (als je erop gaat letten, hoor je het opeens overal)… Namelijk: ‘Ja je komt niet meer op de eerste plaats als je een kind hebt. Als je geluk hebt op de tweede plaats, maar vaak op de derde, vierde of vijfde plaats.’ Oh… (ze vertelde het wel heel vrolijk overigens)

En weer van een ander: ‘Het ouderschap is niet uit te leggen maar het is het mooiste wat er is.’

En zo ga ik van: ‘Oja ik wil denk ik wel kinderen.’ Naar: ‘Ohnee alsjeblieft niet.’

Maar uiteindelijk zeggen ze allemaal: ‘Ik zou dit echt niet willen missen.’

Dus… ik heb nog 4,5 jaar om hier lekker niets mee te doen en ondertussen verander ik 38653 keer van mening. Tot die tijd ratel ik vaak genoeg tegen Hem over de voor- en tegenargumenten van het hebben van kinderen en vind ik het reuze interessant om vrouwen te spreken over het moederschap. Ik lijk er een nieuwe hobby bij te hebben…

Als je wacht op je pensioen…

Ik lig op een matje in de sportschool als er een groepje van vijf personen binnenkomt. Drie mannen en twee vrouwen, ik schat ze rond de 60. Terwijl ik aan het rekken en strekken ben, hoor ik 1 van de mannen zeggen (Let op: deze conversatie vindt plaats met een plat Amsterdam accent, dat vind ik toch wel leuk om te benoemen.) :

‘Jaja, morgen is het weekend weer voorbij he. Dan moeten we weer naar werk.’

‘Naar werk moeten’, gaat er door mijn hoofd heen. Nu vind ik ‘moeten’ sowieso niet zo’n leuk woord. Ik probeer er verder geen aandacht aan te besteden en ga verder met het stretchen van mijn linkerbeen. Dan hoor ik hem zeggen: ‘Ik moet nog maar een jaar! Een jaar!’ Waarop een vrouw reageert: ‘Ik nog 6 jaar en drie maanden’. Waarop weer een andere man reageert: ‘Hu maar hoe oud ben jij dan?’

In de volgende minuut vertelt iedereen hoe lang hij of zij nog ‘moet’ voordat ze met pensioen gaan en hoe ze dit kunnen veranderen om zo nog korter te ‘moeten’.

Ik heb de neiging om naar ze toe te lopen, maar ik doe het niet.

‘Wat vind ik hier nu van?’, gaat er door me heen. Eigenlijk een beetje zielig of… zich niet bewust van het leven? Ik kom er niet uit.

Moeten, moeten… het dwaalt nog even door mijn hoofd. En wat als die vrouw nu 1 maand voor haar pensioen doodgaat, worst case scenario? Dan heb je dus weet ik veel hoe lang gewacht op je pensioen, dat je uiteindelijk niet hebt gehaald.

En wat ga je doen als je met pensioen bent?

Ga je dan opeens wel je dromen volgen? Drastisch anders leven?

Natuurlijk mag ik me hier niet mee bemoeien en dat doe ik uiteindelijk ook niet. Toch wil ik hierover iets kwijt: Leef alsjeblieft in het nu, doe wat je leuk vindt. Het leven is zo kort. En ga zeker niet wachten tot je pensioen.

Natuurlijk zijn er altijd mooie dingen om naar uit te kijken.

Maar misschien is het een goed idee om ook werk te doen dat je leuk vindt. Waar je je bed voor uit WIL komen, niet MOET komen. Het niet eens werk hoeven noemen, maar een hobby waarmee je geld verdient. Nu weet ik ook wel dat onze generatie – oh wat klinkt dat suf – een stuk makkelijker te praten heeft. Misschien heb ik het ook niet over generatie maar over mezelf. Want ik weet heel goed wat ik leuk vind. En dat is onder andere schrijven. Iets waar ik geld mee kan verdienen – lucky me -. Ik besef me heel goed dat dit niet voor iedereen geldt. Maar dat pensioen, daar kijk ik zeker nog niet naar uit. Geen flauw idee of zoiets dan nog bestaat. Er zijn nog zoveel dingen die ik wil doen naast schrijven. En dat ga ik niet pas doen over 50 jaar…

,

Ik vroeg mezelf af: moet je eerst in ‘de shit’ hebben gezeten voordat je het leven echt gaat waarderen?

Een tijdje terug had ik een drukdrukke zaterdag, maar wel heel gezellig gelukkig. Ik reisde van Amsterdam naar het Westland en weer terug. Prima te doen als je geen vertraging hebt maar, je raadt het al, ja ik had flinke vertraging de heenweg. Maar goed, uiteindelijk kwam ik redelijk op tijd op de plaats van bestemming, te danken aan mijn ouders, want mijn vader bracht me van de trein naar waar ik moest zijn. Later die middag ging ik ook weer terug met de trein naar Amsterdam. Ik kwam aan op het station en ik dacht dat ik net de trein had gemist, dat zou balen zijn want dan zou ik een half uur moeten wachten. Niet handig als je nog plannen hebt in Amsterdam. Ik liep de trap af en zag een meisje, van een jaar of 9, op het perron staan. ‘Mag ik jou iets vragen’, zei ik ‘is de trein net geweest?’ Het meisje antwoordde dat de trein nog niet was geweest en er bijna aankwam. Ik weet niet precies meer hoe ik hierop reageerde, zoiets gaat vanzelf, maar het was iets in de trant van: ‘Ah yeeeees wat fijn!’ Het meisje glimlachte naar me en een man die iets voor me liep, keek lachend om:

‘Ik heb nog nooit iemand zo enthousiast horen reageren op een trein die er bijna aankomt’.

Ik lachte en zei dat ik tegenwoordig al snel blij kan zijn, maar ik vertelde hem ook dat ik vanochtend een uur vertraging had, dat maakt een trein die op tijd is nog beter!

Na een kletspraatje gemaakt te hebben met deze man, dacht ik even na over wat ik had gezegd. Zou het mee hebben geholpen dat ik extra blij was met deze trein doordat ik vanochtend zo lang moest wachten?

Daarna dacht ik terug aan een gesprek met een kennis van mijn ouders, een gesprek waar ik best even van onder de indruk was. Hij zei dingen als:

Mensen die veel zeuren, weten eigenlijk niet hoe gelukkig ze zijn’,

en nadat ik zei hoe gelukkig ik nu ben en waar mijn ziekte mij heeft gebracht, zei hij: ‘Op die manier zou je kunnen zeggen dat iedereen een opdonder nodig heeft om het leven te gaan waarderen.’ Wijze woorden waar ik in mijn geval hem alleen maar gelijk in kan geven.

Ik begon me af te vragen: moet je eerst in ‘de shit’ hebben gezeten voordat je het leven echt gaat waarderen?

Of zoals Dennie een keer tegen me zei:

‘Wij zijn blij met alles. Jij zal je vast niet meer druk maken welke kleur nagellak er bij je teenslippers past.’