,

Drinken zonder rietje

Een stukje verderop, zie ik iemand aan de bar een Ice tea drinken. Nu heb ik dit al tijden niet op, maar ik zie het en ik denk: ‘Jaaa, Ice Tea!’ Ik ben met vriendin M aan het bijkletsen, zij bestelt wijn en ik dus de Ice Tea. Als het blonde meisje onze bestelling komt brengen, zie ik een rietje in mijn glas. Al mijn alarmbellen gaan rinkelen. ‘Nee, geen rietje!’, denk ik. Maar het rietje zit al in het glas, dus het is te laat voor deze keer.

Een jaar geleden zouden er bij mijn geen alarmbellen gaan rinkelen als ik een rietje in mijn glas zag. Maar sinds mijn reis naar Zuid-Amerika, ben ik bewust geworden van het ‘rietjes probleem’. Vooral in Colombia en de prachtige Galapagos eilanden werd er op dit probleem gehamerd. Je kreeg geen rietje bij je drankje en er hingen borden in de restaurants met een paar feitjes over deze plasticjes. Hier een paar op een rij:

  • Restaurants gebruiken duizenden rietjes per jaar voor klanten zoals jij en ik.
  • Wij gebruiken die rietjes ongeveer 10, 15 minuten?
  • Als je dan nog een drankje bestelt, krijg je weer een nieuw rietje voor die 10 minuten.
  • De rietjes worden weggegooid en het duurt honderden jaren voordat ze zijn afgebroken.

De eerste keer dat je geen rietje krijgt in een restaurant is het raar. Dat vond ik in ieder geval. Ik kan me dan ook voorstellen dat jij dit artikel ook raar vindt als je hier nog nooit eerder van hebt gehoord. Maar naar mate je er wat langer over nadenkt en je dit vaker tegenkomt, is het eigenlijk heel logisch. Dus bij thuiskomst van onze reis, hebben we bamboerietjes aangeschaft die je kunt wassen. En daar ben ik heel trots op 😉

Als ons drankje op is, komt het blonde meisje naar ons toe en vraagt of we nog wat willen drinken. ‘Voor mij nog een Ice Tea alsjeblieft, zonder rietje.’ Ze knikt en vraagt aan vriendin M wat ze wilt drinken. Ze bestelt een cola light. ‘Ook zonder rietje?’, vraagt het meisje. ‘Ja ook graag zonder rietje’ en vriendin M en ik glimlachen naar elkaar. Zo, dat heeft ons in een half uur alweer drie rietjes bespaard.

Op de foto hierboven, gemaakt in Brazilië aan het begin van onze reis, was ik hier totaal niet mee bezig 😉

Galapagos eilanden deel 2 en daarna… naar huis

Dit is alweer mijn laatste blogpost van de reis. Ik heb het een beetje uitgerekt, want door over de reis te schrijven, ging ik iedere keer weer een beetje terug.

Na deze blogpost ga ik weer lekker verder met bloggen hier. Ik heb al wat klaar staan en ik heb zelfs al wat geschreven over mijn thuiskomst, die kun je hier zien:

Wil je reizen? Maak een plan, ga sparen en ga! en Het nut van even ‘niets’ doen na je reis 
En in mijn volgende blog wil ik jullie heel graag vertellen waar ik nu mee bezig ben, maar nu eerst: De Galapagos eilanden deel 2.

We zijn nog steeds op het eiland Isabela en vandaag besluiten we om fietsen te huren. We mountainbiken zo’n 7 km op een grindpad dat omhoog en omlaag gaat, omringd door veel groen. Hier en daar zien we grote schildpadden en halverwege is er een uitkijkpunt waar we natuurlijk even naartoe wandelen.

Een kwal van een vent
Uiteindelijk komen we bij de ‘Wall of tears’ aan, een grote, hoge muur met een triest verleden. Vanaf hier moeten we verder naar boven lopen. Hier ontmoeten we een Amerikaanse man van ongeveer mama’s leeftijd. Het is een praatgrage Amerikaan: hij praat de oren van ons hoofd. Het begint als we alle drie naar de muur aan het kijken zijn.

Hij vraagt of we weleens bij de Chinese muur zijn geweest. Wij: ‘Nee.’ (Interesseert hem natuurlijk ook niet, hij wilt alleen zijn eigen verhaal kwijt) Nou, zijn dochter is er wel geweest hoor. En hij begint een heel verhaal over zijn dochter die daar mooie foto’s heeft gemaakt. Uh oke? Who cares?

En zo begint hij nog 100 van zulke verhalen uit het niets. Ik merk al snel: die vent sluuuurpt energie als geen ander. Maar we gaan dezelfde weg dus het is lastig hem af te schudden. Tussen neus en lippen door laat hij merken dat hij zwemt in het geld, dat vindt vooral hij zelf reuze interessant. Tot dan gaat het best oké (ene oor in, andere oor uit) maar dan begint hij over zijn ex en vertelt hij dat ze depressief was. Het is een heel verhaal, ik bespaar jullie de details en dan zegt hij dat hij op een moment dacht: Go kill yourself. Dit zegt hij letterlijk tegen mama en mij over zijn ex. We staan met ons bek vol tanden en hebben niet eens tijd om iets te zeggen, want hij is al 10 zinnen verder. Als hij een mini adempauze neemt, onderbreek ik hem meteen door te vragen of mama ergens een foto van me wil maken (je moet wat verzinnen om die man te laten stoppen met praten). Hij vertelt ook nog een verhaal over zijn dochter en dat hij niet weet of hij naar de bruiloft van zijn dochter gaat. Er komt al bijna stoom uit mijn oren als hij vraagt aan mij of mama getrouwd is. En die vraag komt zo plotseling binnen dat we beide even stil zijn en zoiets als ‘uuuh’ zeggen. Want ja, hoe beantwoord je die vraag? Ja ze zijn getrouwd, maar papa is er niet meer. De stilte duurt hem blijkbaar te lang en hij denk dat hij grappig is door te zeggen: ‘Or did you kill him?! Hahahahahaha’

Op dat moment grijp ik hem bij zijn haren en duw ik hem van de berg af. Zo. Opgeruimd staat netjes en veeg mijn handen aan elkaar af.

Nee, dat heb ik natuurlijk niet gedaan maar dat wilde ik wel graag doen in een splitsecond. Dat hij nu een rare relatie achter de rug heeft, wil niet zeggen dat iedereen dat heeft. Mama zegt dat zijn opmerkingen nu niet meer grappig zijn en dat hij vorig jaar is overleden. Hij zegt, wat erg, maar nog geen 7 seconde later begint hij alweer over iets anders. Wij lopen alweer naar boven en ik loop een tandje sneller zodat hij het niet kan bijhouden. Mama en ik reageren niet meer op hem en ik ben ook wel weer blij dat ik nu een ontzettende goede reden heb om hem te negeren. Wat een eikel.

Als we boven zijn kan ik niet van het uitzicht genieten. Mama zo te zien ook niet en na drie minuten zeg ik: ‘Zullen we weer naar beneden?’ Mama stemt in en als we naar beneden lopen, roddelen we over de kwal. Achteraf bedenk je dan pas wat je het best had kunnen zeggen of doen (waarschijnlijk herkenbaar voor velen). Maar of het had geholpen? Ik weet het niet. Één ding besluit ik op die berg: ik ga eerder mijn grens aangeven want deze man ging veel maar dan ook veel te ver. En eigenlijk voelde ik dat al meteen in het begin bij deze flippo. De terugweg scheld ik hem verrot in mezelf of hardop terwijl mama meeluistert.

’s Avonds drinken we mojito’s en eten we bij een leuk tentje. Als we binnenkomen zien we meneer kwal aan de bar zitten. Je eerste reactie is dan: OMKEREN. Maar ik zeg tegen mama: ‘Nee, we laten ons niet weer wegjagen door die malloot.’ We gaan zover mogelijk bij hem vandaan zitten en na een paar minuten zien we hem vertrekken.

Vanaf het balkon waar we zitten, zien we onze vriend Bob. Hij maakt een praatje met twee meiden en we moeten stiekem een beetje om hem lachen. Dan houdt de conversatie op. Ik zeg nog tegen mama: kijk uit hoor, dalijk ziet ie ons. Nog geen vijf seconde daarna kijkt hij omhoog en zwaait hij enthousiast. We moeten lachen en hij begint te praten. Ik hoor hem amper en hij vraagt of ik naar de rand van het balkon kom. Oke, vooruit. We hebben een praatje in het Spaans en Engels door elkaar en hij vraagt of we vanavond komen salsa dansen. Ik sluit af met ‘we kijken wel even.’ Ik ga weer zitten en na 5 minuten staat hij voor onze neus. Wat een charmeur, maar hij heeft iets grappigs en schattigs over zich en zo’n no-nonsense houding. Mama en ik lachen veel met hem. Als we ons eten op hebben en onze laatste slokjes mojito opdrinken komt meneer kwal weer binnen (het lijkt wel een soap) en hij gaat schuin achter ons zitten. Hij komt voor ons staan, zwaait met een big smile en vraagt of we lekker hebben gegeten. Mama zegt niks, ik zeg: ja hoor. Hij gaat weer naar zijn tafeltje en ik zeg tegen mama: ‘Zullen we maar?’ We nemen onze laatste slok en lopen naar de bar om te betalen (zelfs geen zin meer om te wachten op de rekening). Kwal komt ons achterna en gaat aan de bar zitten ‘want het is te koud waar hij zat’. We gunnen hem geen blik meer, rekenen af en gaan weg.

Langs het strand lopen we naar het hotel, dan zegt mama: ‘Zullen we papa hier uitstrooien? Er is hier toch niemand.’ ‘Uhm, oke is goed.’ Mama loopt naar het hotel om het as van papa te halen. Al snel komt ze terug en we lopen naar het einde van de steiger. ‘Nou, daar ga je dan’, zegt mama en ze doet het zakje open en laat het in de richting van de zee vallen. Maar het waait best flink dus de helft komt op de steiger. Het is een beetje een onhandige bedoeling waardoor we ook een beetje moeten lachen.

De volgende ochtend worden de tassen ingepakt. We gaan een koffie drinken in het dorpje en hebben een praatje met een grappige hippie Amerikaan. Dan richt de Amerikaan zich tot iemand achter ons en jawel: daar staat de kwal weer. Mama roept hard: ‘OH.’ En ze loopt weg. Ik loop mama achterna. Als we eenmaal aan de koffie zitten, zeg ik: ‘Best lullig eigenlijk hoe we nu tegen hem doen maar ik wil hem echt niet zien of spreken.’ ‘Helemaal niet lullig’, zegt mama ‘ik heb er echt lak aan, rare vent dat het is.’ Het voelt een beetje kinderachtig hoe we nu doen, maarja op dit eiland kan je elkaar ook niet ontlopen.

We maken nog een strandwandeling en we zien veel kleine kwallen ‘kwallentijd!’, zegt mama. ‘Ik weet wel wie hier mooi bij past’, zeg ik sarcastisch. Flauw, maar wel leuk. We lunchen bij het restaurant dat de hippie ons aanraadde en vervolgens stappen we op de boot naar Santa Cruz (het hoofdeiland).

Go with the flow
Als we bij ons hostel komen, blijkt er iets mis met onze reservering en alles is vol. Ze stelt voor om ons naar een ander hostel te brengen dat een stukje verder is. Dit alles wordt allemaal in het Spaans gecommuniceerd. Eerst denk ik: ‘Hoe moeilijk is het om een reservering op te schrijven, troela. We zijn hier zelfs nog langs geweest!’ Maar al snel denk ik: ‘Oke go with the flow, ze heeft in ieder geval een andere optie.’ Met de taxi worden we naar het andere hostel gebracht en het scheelt zelfs nog 5 dollar qua prijs, haha. ‘Top, weer een half wijntje’, zegt mama. We hebben een prima kamer en de locatie is best oke, zo groot is het hier allemaal niet. De volgende ochtend ontdekken we dat er waarschijnlijk de hele nacht een grote spin in onze kamer heeft gezeten. We houden hem goed in de gaten en checken daarna snel uit. We hebben een heerlijk ontbijt: verse warme broodjes (zoals we ze in Nederland kennen) met van alles erbij.

Voor een prikkie op de eerste rij
’s Middags zitten we weer gezellig op de boot en varen we in 2 uur naar het eiland San Christobal. Bij aankomst gaan we meteen naar het hotel waar we hebben gereserveerd, en ja hoor deze keer hebben ze geen reservering ontvangen. Ik laat de reservering zien maar blijkbaar is er iets misgegaan. Ze hebben nog 1 kamer over en er zijn nog 2 Franse meiden voor ons die ook een reservering hebben. Terwijl zij dingen aan het uitzoeken zijn, denk ik: ‘Eigenlijk niet zo erg, want op de foto’s zag het er een stuk mooier uit!’ Dus terwijl mama in de lobby wacht op een eventuele oplossing, ga ik een straat erachter kijken. En laat ik daar nu net een mooi hotel zien. Ik loop naar binnen en vraag of ze nog plek hebben voor 4 nachten en of ik een kamer mag zien. Het ziet er allemaal goed uit alleen kost het wat meer.

Ik vertel het aan mama en zij vindt het allemaal prima. Het hotel probeert nog iets anders voor ons te regelen: voor 2 nachten hier slapen of in een ander hotel dat een eind verderop is maar dan moeten we wel hierheen komen voor ontbijt. Geen goede deal, vinden wij (vooral niet na het zien van het hotel een straat hierachter). Dus wij met de bagage naar het andere hotel. We willen net de hoek omgaan en naar het hotel lopen als ik bedenk dat ik eigenlijk wel om korting had kunnen vragen. Ik leg het uit aan mama en laat mama en de bagage even op straat wachten (in de Galapagos kan dat makkelijk). Want als je helemaal bepakt aankomt, is het natuurlijk al te laat. Ik loop naar het hotel en vraag aan de man of we het voor een andere prijs kunnen hebben. Ik zet lager in dan waar ik wilde uitkomen en wat ik verwacht waarvoor we het kunnen krijgen, maar hij zegt na even twijfelen ja, dus ik ben helemaal blij. Later dacht ik zelfs, had het niet voor nog minder gekund? Maar goed, alles is meegenomen.

Verliefd op de zeeleeuwen!
De volgende ochtend gaan we naar een strandje waar ontzettend veel zeeleeuwen liggen. We hebben ook een snorkelsetje gehuurd en ik loop het water in tot mijn knieën, komt er meteen zo’n beest naar me toe en begint geluid te maken. Dus ik ren gillend en lachend tegelijk de zee uit. Even later komt er een local naast me staan en hij vraagt waarom ik het water niet in ga. Ik zeg dat ik het spannend vind. Hij: ‘Neejoh, ze willen alleen maar spelen.’ Ik: ‘Nou, ga mee dan het water in.’ Hij vindt het prima en gaat mee het water in. Blijkbaar houden ze een siësta, want waar je eerst nog tien zeeleeuwen in de zee ziet, zijn ze nu weg. Die middag zijn we nog even naar een ander strandje gelopen en na de lunch brak zomaar de zon door! Dus nog even op het strand chillen met de zeeleeuwen. Echt, je kan je hier een dag vermaken (zelfs dagen) door alleen maar op het strand te zitten en naar die geweldige dieren te kijken, het is echt een feest.

’s Avonds eten we lekker buiten, als mama opeens een kreet slaat. Ligt er dus een zeeleeuw naast haar onder de stoel, terwijl we er al een half uur zaten, haha. De mini zeeleeuw wordt wakker en langzaam kruipt ie weer terug naar zijn vriendjes.

360 tour
De volgende ochtend vroeg eruit want we hebben een tour. De eerste plek die we bezoeken is rustig qua zee maar er is heel veel te zien. Al snel zien we een groep haaien. OMG, deze zijn groter dan waar we eerst waren.

Vlak onder ons zien we donkere haaien, dan zwemt er eentje vlak onder me door en ik grijp een arm naast me vast om erin te knijpen. Ik zag niet van wie de arm was op dat moment, maar de arm is van een Thaise gast waar we gedurende de tour veel lol mee hebben. Hij poepte namelijk ook in zijn broek toen die haai onder mij doorzwom, haha.

Even later vraag ik aan hem of hij vissen leuk vindt (qua ‘sport’ he, want dat staat ook op het programma). ‘Nee’, antwoord hij, ‘net als de zee en haaien en zand’, hahah. Misschien als ik het schrijf is het niet grappig, maar hij was grappig.

Tijdens deze tour zwem ik weer vlak achter de guide omdat je dan geen mensen voor je hebt die flipperen als een idioot (haha, ja sorry hoor) en je ziet meer naar mijn idee. Opeens pakt ie mijn hand en zwemmen we achter een grote haai aan. IEEEEH, ik weet niet of ik het leuk vind, maar ik zwem maar gewoon mee. Eenmaal terug op de boot gaan we bovenin zitten. Hier wordt je helemaal weggewaaid. Mama praat tegen me en ik roep terug: ‘Ik weet niet wat je allemaal zegt, maar ik hoor niks hier!’ Mama moet lachen.

Daarna bezoeken we een strandje en laat de guide ons de nesten van zeeschildpadden, waarvan de eieren over 2 weken uitkomen. Ook kunnen we dichtbij een moeder zeeleeuw komen waar een baby aan het drinken is.

En ik maak de liefste foto ooit van een babyzeeleeuw. Oh wat een poepie, ik wil hem mee naar huis nemen (hij staat nu op de achtergrond van mijn laptop en hangt groot in ons appartement aan de muur, qua foto dan he).

Vervolgens varen we naar de Kicker Rock en dit vinden mama en ik best spannend. Dit is een grote, puntige rots midden op de zee. In die rots zitten twee inkepingen (voor een beter beeld, google Kicker Rock even). We gaan eerst door de smalle inkeping, die eigenlijk niet te zien is op een foto. We moeten in het midden blijven, want als we tegen de wand aankomen hebben we een probleem want dan gaat je huid open. ‘Niet leuk voor jou, maar wel voor ons want de haaien komen daaropaf’, grapt de guide. Uuuuhw, oke… En dan staat er in die inkeping nog best een sterke stroming waardoor je van achter naar voren wordt gezogen. Nee, dit was niet mijn lievelingsmoment van de dag. Ik vind het eng. Mama en ik houden eerst samen een band vast, maar ik vind dit niks. Ik ga achter mama zwemmen en daar zwemt ook de Thaise jongen. ‘Zullen we samen zwemmen? Ik ben bang’, zeg ik. Hij knikt, pakt mijn hand en zo zwemmen en zwieren we samen door het donker. Zal er vast grappig uit hebben gezien.

Er werd van tevoren gezegd dat we ook kans hebben om hamerhaaien te zien hier. Maar uiteindelijk zien we die niet. Wel zien we ontzettend veel zeeschildpadden, net alsof we in de film Nemo zijn gestapt. Weer eenmaal aan de kust, lijkt het net of we nog op het water deinen dus we eten wat en gaan vroeg naar bed.

De volgende dag gaan we naar het National Parc, we lopen op onze slippers en er zijn mooie weggetjes aangelegd dus dat gaat prima. Dan zien we een ander paadje, we denken dat het bij de route hoort dus we gaan het paadje op. We kijken niet goed op het bordje, en denken dat we een rondje lopen en dan weer hier uitkomen. Maar na tien minuten wordt de weg toch wel een beetje lastig. Stijl naar beneden, over losse stenen klimmen, omhoog en dan weer omlaag: dit is echt niet te doen op je slippers. Maarja, misschien zijn we over 5 minuten wel aan het einde van het rondje? Dus wij lopen door. Ik loop voor en ik denk: als we maar weer heel hieruit komen, de kans is groot dat we onderuitgaan. Uiteindelijk een uur geklauterd over stenen en we zien mensen passeren die bergschoenen aanhebben… Maar, ook wij halen de eindstreep en we komen bij een afgelegen strandje. Maarja we hebben verder niets bij ons en we hebben ondertussen berentrek gekregen. Dus na een snelle duik, weer terug over het helse pad met de slippers.

Uiteindelijk lunchen we om half 4 dus we zijn niet meer te genieten. Na de lunch lekker chill zeeleeuwen gekeken op het strand. En ooooh nog zo’n lief filmpje gemaakt van een baby zeeleeuw die naar mij toe kwam lopen, echt te schattig. Ik kan het filmpje helaas niet hier opzetten, want het bestand is te groot.

De volgende ochtend vroeg eruit want we gaan met de boot weer naar het eiland Santa Cruz. Dit is de laatste bootreis en ook deze gaat goed, lucky us. De spullen gedumpt in het hotel en nog even van onze laatste dag genieten. We huren snorkelspullen en gaan naar Las Grietas: super helder water tussen rotsen, echt ontzettend mooi. Hier komen we ook Patrick en Lorraine tegen (Robin en ik hebben met ze door Argentinië gereisd met Ellen en Thomas). De moeder van Patrick is nu ook overgevlogen vanuit Nederland. Dus met z’n vijven snorkelen we en daarna gaan we ergens wat drinken met z’n allen. Echt een vieze tent eigenlijk met nog een viezere wc, haha. De eigenaar (of iemand die daar chillt, geen idee) begint tegen me te praten en we babbelen wat.

Dan vertel ik dat ik hier met mijn moeder ben en hij zegt: ‘Ohhh mama linda!’ Mama hoort dit en zegt tegen hem in het Nederlands: ‘Ik heet helemaal geen Linda!’ Hahaha, wij liggen in een deuk. Wat linda betekent in het Spaans leuk/ mooi. Als we teruggaan met de boot, zit hij in dezelfde boot en hij wilt heel graag een foto met mama. Vooruit.

Als we teruglopen naar het hostel, begint een man tegen ons te praten, maar we lopen door. ‘Wat zegt ie nou?’, vraagt mama. ‘Hallo, hoe gaat het. Aangenaam kennis te maken. Mijn naam is Juan’, heel droog eigenlijk als je het zo in het Nederlands zegt maar in het Spaans klinkt het best lekker. Maar dan weet je ook meteen dat hij iets wilt verkopen dus lekker doorlopen. Die avond eten we met z’n vijven en dit is alweer de laatste avond van de Galapagos (huilen!). Want we vliegen naar Guayaquil en hier is eigenlijk geen fuck te beleven om het zo maar even te zeggen.

We slapen hier 2 of 3 nachtjes en doen eigenlijk vrij weinig. Misschien is het ook omdat ik weet dat ik naar huis ga na zo lang te hebben gereisd. We lopen een beetje door de stad en willen wel wat ondernemen maar voelen ons tegelijkertijd niet zo veilig hier. Als we wat verder van ons hotel lopen, zeg ik na een tijdje: ‘Oke volgens mij moeten we terug, dit voelt niet zo goed.’ Er zijn bijna alleen maar mannen op straat, de buurt gaat er steeds slechter uitzien en het wordt wat rustiger. Iedereen kijkt je aan, mama is blond en ik voel me een reus hier. Tijd om terug te gaan. Naar het hotel en daarna lekker naar huis.

Oja, nog het laatste grappige dingetje. We staan in de rij om het vliegtuig in te gaan. Van Guayaquil naar Spanje. Voor ons ligt er een jongetje op de grond te dreinen en vervelend te doen, het lijkt erop dat de moeder niet echt weet wat ze ermee aan moet. ‘Dat kind zou maar naast je zitten in het vliegtuig’, zeg ik nog tegen mama. Dan stappen mama en ik het vliegtuig in, mama zit naast het raam en ik zit naast haar. Naast mij is een voetpad en daarnaast… je raadt het al, zit het lieve kind. We hebben dit nog nooit meegemaakt, maar het kind maakt een geluid… Iedereen in het vliegtuig kan meegenieten. Hij trapt tegen stoelen, ligt op het gangpad te huilen en gilt door het vliegtuig. Er komen nog wat stewards langs die hem iets geven om mee te spelen en om hem te waarschuwen. Hij is dan even stil maar daarna begint het weer. Slapen doen we dus niet zoveel, gelukkig is onze vlucht van Spanje naar Amsterdam lekker rustig.

Zo. Het laatste, lange verhaal over de reis in Zuid-Amerika is weer geschreven. Maar er komt meer: volgende week vlieg ik voor een half jaar naar… Canada! (Nee hoor grapje, ik blijf voorlopig even thuis 😉 )

 

Favoriete plek: de Galapagos eilanden

Nadat we terugkomen van de jungle hebben we 1 dagje om even bij te komen en de volgende ochtend vliegen we naar de Galapagos eilanden.

Na ons chilldagje worden we de volgende ochtend vroeg opgehaald door een lieve taxichauffeur met wie ik best een aardig woordje Spaans praat (trots!). Als we bij het vliegveld aankomen, kopen we eerst een visum van 20 dollar p.p. en we stappen het halfvolle vliegtuig is. Eenmaal aangekomen op de Galapagos betaal je p.p. nog eens 100 dollar, hiermee beschermen ze de natuur, zeggen ze. En dat klopt in mijn ogen ook wel. Er is bijvoorbeeld een project opgericht over hoe slecht roken voor de natuur is. Ze hebben de afgelopen jaren alle opgerookte peukies van het strand geplukt en hiermee een heus kunstwerk gemaakt, met een mooie boodschap erin verwerkt. Verder wordt het heel schoon gehouden, er wordt gevraagd weinig water te verbruiken en je krijgt geen rietje bij je drinken (hier kan Europa nog een voorbeeld aan nemen, in Zuid-Amerika zijn ze hier veel meer mee bezig) en nog een paar kleine maar effectieve maatregelen. Geen rietje bij je drinken? Ja ik vond het eerst ook een beetje raar, maar als je ‘rietje slecht voor milieu’ googled, dan zie je waarom!

Weer verder met de reis: het eiland waar we aankomen, is erg droog en met een busje worden we naar het andere kant van het eiland gebracht. Via een bootje varen we naar het eiland Santa Cruz (ook wel het hoofdeiland genoemd) en vanaf hier stappen we in de bus (2 dollar p.p.) die ons in ongeveer 3 kwartier naar het centrum brengt. Onderweg zien we het steeds groener worden, en ook de helderblauwe lucht verandert in wolken en tenslotte gaat het regenen. Dan komen we bij een punt aan waar iedereen moet uitstappen en we lopen in vijf minuten naar ons hostel waar we een vijfpersoonskamer krijgen! We lunchen in een zijstraatje voor 5 dollar per menu (ik laat mama even zien hoe backpackers eten). Mama is niet helemaal fan, haha. Even een voorbeeldje: je krijgt er soep en een hoofdgerecht en als je nog halverwege je soep bent, krijg je je hoofdgerecht al op tafel… beetje apart he ;).

Mama de dierenliefhebber
Daarna lopen we naar de haven waar we veel roodgekleurde krabbetjes en zwarte leguanen spotten. En zelfs een paar zeeleeuwen die op straat chillen. Er komt een klein vogeltje op mijn been zitten en daarna wil het vogeltje bij mama zitten maar mama moet er niets van hebben. ‘Haha, mama de dierenliefhebber, je moet nog 2 weken hier!’, lach ik.
Mama lacht ook: ‘Ik vind ze hartstikke leuk, als ze maar op afstand blijven.’ Daarna lopen we richting het Charles Darwin center (je kan zo makkelijk overal heen lopen hier!) waar je reuzeschildpadden kan zien en een paar strandjes hebt. En we drinken hele lekkere koffie en eten nog betere cheesecake! We boeken ook alvast kaartjes om naar en van het eiland Isabela te komen en mama vindt het wel leuk om in een wat luxer hotel te slapen (‘het is tenslotte vakantie!’). Dus we zoeken een mooi hotel waar we 5 nachtjes boeken.

De volgende ochtend willen we met de fiets naar Rancho Primicias. Dit is een reservaat voor schildpadden, zo’n 16 km fietsen, dat moet ons wel lukken. Als we vertellen tegen de hostel meneer dat we daarheen gaan, vraagt hij: ‘You go by bus or taxi?’ Beetje rare vraag vinden wij, en we roepen in koor: ‘By bike!’ Hij zegt dat dit te zwaar is omdat het alleen maar klimmen is. Wij antwoorden nog dat we uit Nederland komen en dat we iedere dag fietsen maar hij raadt het sterk af. Ik denk aan mijn vorige fietstocht met Robin in Colombia en heb niet zoveel zin dit nog een keer te herhalen met mama. ‘Oke, we gaan met de bus’, zeg ik tegen mama.

De fietsen worden achter de bus gehangen, maar die van mama past niet meer dus die gaat mee in de bus. We worden afgezet in een dorpje waar niemand op straat is. Oke… en nu? Gelukkig wijst een oudere man ons de weg en hij fietst zelfs een stukje mee (iedereen is zo lief hier!). Onderweg naar de ranche komen we al een paar joekels van een schildpadden tegen en we stoppen even voor een foto natuurlijk (je bent toerist of je bent het niet). Ze zijn een beetje schuw, en dat heeft zo een reden (horen we later tijdens een tour) want zo’n 80 jaar geleden werden schildpadden hier nog gegeten op het eiland. En als je nagaat dat deze schildpadden zo’n 100 a 150 jaar worden… dan kan het best dat ze hun vriendjes opgegeten hebben zien worden. Dus als ze je nu ziet, blazen ze weleens naar je en trekken ze hun kop naar binnen. Bij de ranche zijn ze nog groter en er zijn weinig mensen, we zien af en toe een busje aankomen met een handje vol toeristen. Oja dan wil ik ook meteen het volgende zeggen…

ZIJN DE GALAPAGOS EILANDEN DUUR?
‘De Galapagos eilanden zijn zo duur!’ Dit hoorde ik dus voordat we hierheen gingen en dit had me er bijna van weerhouden om hierheen te gaan. En als ik enthousiast vertel over de Galapagos eilanden, zeggen mensen vaak: ‘Ja maar het is zo duur!’ Laat ik even een voorbeeld geven met het stukje hierboven. De fietsen die waren gratis bij het hostel (dit wist ik van tevoren en o.a. daarom had ik dit hostel uitgekozen). De bus was 1 dollar en voor de ranche moest je (dacht ik) 5 dollar betalen. Nou, dat valt allemaal best mee toch? Daar ben je dan ook een dagje mee zoet. Maar er zijn ook tours waar je met een bus wordt opgehaald en naar de ranche wordt gebracht en waarschijnlijk nog een paar andere plekken bezoekt. Nu weet ik niet hoeveel dit ongeveer kost, maar de tours hier zijn best wel duur (dat gaat niet op tegen de 1 dollar die wij pp hebben betaald natuurlijk, want de entree moet je sowieso betalen).

Zo’n beetje alles kan je hier op eigen gelegenheid doen. Om even voor te lopen op de tijd dat we hier zaten: we hebben 2 keer een tour gedaan, waar je wel meer dan 100 dollar p.p. voor kwijt bent, maar verder konden we alles zelf doen. Met een beetje research van tevoren scheelt dit echt ontzettend veel geld en ik vind het 100 x zo leuk om zelf op avontuur te gaan en gelukkig heb ik een mama die dit ook allemaal leuk vond. Je kan ook een paar dagen mee varen op een boot (alles inclusief). Ik zou dit aanraden als je naar eilanden wilt waar je zelf niet kunt komen, dus echt met een tour moet doen. Maar goed, kost flink wat geld en misschien zie je sommige dieren wel die wij niet hebben gezien, maar wij hebben dit niet gedaan. En tot slot: je kan hostels voor 15 dollar pp boeken (privekamer) of een hotel dat natuurlijk duurder is. Dus, om antwoord te geven op de vraag: je kan het echt zo duur maken als je zelf wilt, maar het hoeft helemaal niet zooo duur te zijn. In vergelijking met Zuid-Amerika zijn de prijzen hier wel iets hoger, ja.

Kruipend door een lavatunnel
Verder met het verhaal: Na de ranche fietsen we langs lavatunnels en we willen hier wel even kijken. (Deze eerste dag is meteen al zo leuk want ik dacht dat het echt toeristisch zou zijn, maar je komt weinig mensen tegen. We hebben de hele tijd het idee dat we alleen zijn.) In de lavatunnel hangen lichtjes. Eerst loopt alles vlak maar dan moeten we een beetje over rotsen klimmen. Weer wat later zien we dat we niet verder kunnen of we moeten liggend door een spleet kruipen. Mama roept van een afstandje: ‘Nou dat ga ik echt niet doen hoor!’ Maar dan staan we ervoor, mama kijkt eronder door en we zien dat het maar een klein stukje is. En voordat ik het weet ligt mama op haar buik en kruipt ze over de plaat die er ligt, naar de andere kant (ik natuurlijk foto’s maken en mama ook van mij).

Daarna lopen we terug en pakken onze fietsen om terug naar het hostel te gaan. We beklimmen een paar flinke heuvels en ik ben heel blij dat we niet zo eigenwijs waren om de heenweg ook te fietsen. Dan komen we bij een winkel en kopen hier cake. Ik zeg winkel maar dat is het bijna niet te noemen. Een paar rijen met planken, voor 1/3 gevuld maar wel heerlijke cake! Echt geweldig om zo’n winkel ook te zien, daar word ik echt blij van. Klinkt misschien een beetje gek maar dat het allemaal zo makkelijk hier gaat en niemand maakt zich hier druk (dat zie je dan in zo’n winkeltje terug). Eenmaal buiten komen 2 grote honden op ons af, die lusten ook wel cake. Mama vindt dit helemaal niks. Ik word er ook niet blij van maar zeg nog tegen mama dat het lieve honden zijn en dat ze niets doen (ook al zien ze er een beetje gevaarlijk uit). Meestal zijn de rollen omgedraaid en heeft Robin mijn rol, maar met mama erbij ben ik dat (grappig dat je automatisch van rol wisselt als je met iemand anders reist). Maar na een tijdje vind ik het ook wel genoeg dus we lopen iets verder door waar we wat rustiger kunnen eten. Daarna lekker heuvel af fietsen, heerlijk (zijn we heel goed in).

We lopen nog even naar Los Ninfas, dit is een klein meertje met mangrove en is om de hoek van ons hostel en daarna lopen we naar Tortuga bay; een groot strand waar we eigenlijk maar tien minuten zijn want dan sluit het weer maar dat is niet erg, het was een leuke wandeling.

De volgende dag weer even naar het Charles Darwin center gelopen en toen de hele route gevolgd. Schildpadjes van klein tot mega groot! Ook even bij de visafslag gekeken waar ze verse vis verkopen, en dat weten de pelikanen en zeehonden ook maar al te goed!

Varen met een diva
Die middag gaan we met de boot naar een ander eiland. Een half uur van tevoren nemen we nog even een pilletje tegen zeeziekte. We komen als laatste aan op de boot dus er is geen plek meer achterin (waar je het minste last hebt van de zee). Ik baal, want ik heb snel last van zeeziekte. Uiteindelijk vraag ik toch even of ik ertussen mag, en daarbij maak ik een kotsgebaar, haha zo van: ‘anders moet ik kotsen’. Toen schoof iedereen opeens wel op. We zijn met ongeveer 15 man op de boot (ja best een klein bootje, en boven zijn nog 2 zitplekken). Mijn tactiek: naar het omringende land blijven kijken voor de komende twee uur. Maar na tien minuten stopt de boot. WAT!? Zie je iedereen denken. En dan komt er een meisje van boven dat moet plassen. Of beter gezegd: diva. Ik vind haar meteen stom, want hoe kan je na 10 minuten al moeten plassen? Doe dat dan even voordat we weggaan. Want stilstaan op een open zee, daar word je pas echt zeeziek van. Als het piswijf (mama en ik vonden dit wel een mooie benaming) weer op haar plek is, gaan we weer verder. Ik blijf weer naar het land kijken en dan moet een vrouw kotsen. ‘Niet kijken, niet kijken’, denk ik en ondertussen komt het piswijf weer naar beneden om weer naar de wc te gaan en ik heb zin om haar van de boot te duwen, haha. Ik klink nu een beetje boos, maar iedereen van de passagiers was niet zo blij met deze dame. Ze is ook de enige die moest plassen en dat twee keer. Ze nam ook lekker haar tijd en het leek haar niet uit te maken dat er nog meer mensen op de boot waren (agh ja lastig uit te leggen maar dat is weer zoiets van: je had er bij moeten zijn). Het kotsgeluid is nog beter hoorbaar als de boot stilstaat en het geluid doet me denken aan een ezel. Dus ik bedenk me maar dat er een ezel op de boot is iedere keer dat ik het geluid hoor. Geen idee hoe ik zo’n 2,5 uur heb doorgebracht op de boot maar uiteindelijk zijn we er. We lopen naar ons hotel en worden ontvangen door de knapste jongen van het eiland (gokken we). Hij legt ons van alles uit, laat ons de kamer zien, het dakterras en het privestrand, helemaal leuk. Als we eenmaal samen onze kamer binnen lopen en de jongen is weg:
‘Wat een poepie!’
‘Nou die mag hier ook wel blijven slapen, plek zat!’

We hebben trek en we gaan meteen eten: Dagmenu (voor-, hoofd-, en nagerecht plus drinken) is 8 dollar, en als je 1 wijntje wilt: 8 dollar, bizar!

De volgende ochtend lopen we na het ontbijt naar de flamingo’s. Hier komen we weer een broedcentrum voor schildpadden tegen dus ook hier even langs (en hier hadden we ook het punt bereikt dat we landschildpadden niet meer zo interessant vonden…). Grappig he, dat je de eerste dag bij iedere schildpad een foto maakt, en na een paar dagen loop je er gewoon langs ;).

Snorkelen! (met o.a. zelfverzonnen vissen)
’s Middags delen we een pizza en we lopen naar een strandje waar je goed kan snorkelen. Maar dit blijkt een steiger te zijn, zonder strandje, maar je kan er wel goed snorkelen! Wij weer terug naar het hotel om snorkels te halen (we dachten eerst: we gaan wel even chillen en dan zien we wel). Maar onze knappie heeft ook nog 2 swimsuits en 2 paar flippers voor ons! Helemaal top want het water is best koud als je er een tijdje in ligt. Tijdens het snorkelen zien we vooral vissen, maar ook zeesterren. Opeens hoor ik mama naast me lachen in het water.
Ik: ‘Wat is er?!’
Mama: ‘Ik dacht dat ik een mooie gele vis zag, maar het was een blaadje!’
Even later zie ik een oranje met paarse vis, super mooi! Ik gebaar mama dat ze hierheen moet komen, maar volgens mij ziet ze me niet. Ik draai me om en dan hoor ik haar gillen en weer lachen en mama zegt: ‘Ik dacht dat er een grote vis bij me was, maar het was jouw flipper!’ Zelf verzinnen dat je vissen ziet, is ook een optie natuurlijk 😉 Het is lekker rustig in het water, want het is einde middag. Snorkelen kan je op deze plek ook met een guide doen, (net als alle dingen hier), maar dat is een beetje onzin (vind ik): je huurt wat spullen, duikt het water in en: TADAAA visjes!  

Tour ‘Los Tuneles’ – roggen, haaien, blue footed boobies en zeeschildpadden!
Wel hebben we voor de volgende dag de tour ‘Los Tuneles’ geboekt. Een populaire tour die je niet zelf kan doen en blijkbaar gedaan ‘moet’ hebben. De volgende ochtend staan we om 11 bij de agency om wetsuits te passen. Vervolgens met een auto naar de haven waar we op een boot stappen. We varen zo’n 45 minuten en komen dan bij tunnels die zijn gecreëerd door lava bij een vulkaanuitbarsting. Echt een hele mooie, bijzondere plek. We zien hier de eerste reuzeschildpad zwemmen (tot nu toe alleen die op het land gezien) en de famous blue footed boobies dansen voor onze neus! Zo leuk, we kunnen heel dichtbij komen. Een vrouwtje zit op een nest met een baby en een ei. En de mannetjes vechten om een vrouwtje door een paringsdans te doen, zo grappig hoe ze met hun voetjes dansen! Daarna varen we naar de plek waar het snorkelen begint. Ik laat me in het water glijden en zie meteen al 3 zeeschildpadden, wat een joekels! Daarna allemaal gekleurde visjes en vervolgens door naar het stuk van de haaien! Opeens pakt de guide mijn hand (wat gebeurt hier?) en neemt me mee naar een stuk waar wel 15 tot 20 haaien zwemmen. Het zijn geen mega grote haaien, maar hallo het zijn haaien!

Echt zo bizar wat er hier allemaal zwemt en dan de aantallen! Ook zien we 2 octopussen, zeesterren en zeepaardjes. En dan een mega rog (mantarog) Een zwarte, echt een grote! En nog een pijlstaartrog (die met de lange staart dus). Ik doe even mijn bril af en zet ‘m weer goed als ik mama naast me een geluid hoor maken en onder me wijst. Ik zet snel dat ding weer op en kijk. Nog zo’n grote, donkere rog! Toch best eng als ie zo onder je zwemt. Dan begin ik te klappertanden. Ondertussen heb ik alle dieren gezien dus ik besluit terug naar de boot te gaan. Daar krijgen we een lekker warm theetje en na 5 minuten komt de rest van de groep ook. Na de boottocht zet de jeep ons af bij ons hotel en morgen kunnen we de foto’s ophalen die tijdens die middag zijn gemaakt!

De volgende ochtend hebben we geen plannen, dus we zien wel! Fijn ook om hier een dagje rustig aan te doen, het is zo mooi hier! De zon schijnt (dat is een wonder, want het is bijna alleen maar bewolkt, maar toch altijd warm) dus we besluiten even op ons privestrandje te chillen. Na 2 uurtjes is het toch wel weer wat fris dus we halen de foto’s op van de dag ervoor en selecteren de leukste (of terwijl waar wij opstaan en de vissen, haha). We hebben niet zo’n trek om te lunchen maar na een tijdje zijn we (of vooral ik) alleen maar nootjes aan het eten dus besluiten we toch maar te gaan lunchen.

We bestellen een salade en ‘pan de ajo’ (knoflook brood). De ober vertelt ons dat het langer duurt want de oven is nog niet warm. Uiteindelijk zien we hem heen en weer fietsen om een salade bij elkaar te sprokkelen (tomaatje hier, krop sla daar) en mama en ik moeten lachen.

Na de lunch lopen we naar het andere kant van het eiland en hier komen we Denise en Gerard tegen (Robin en ik hebben dit stel ontmoet in Colombia). Even bij gekletst, ijsje gegeten en verder langs het strand gelopen.De terugweg wil mama op het strand hardlopen (ik ben niet zo’n hardloper) en ik ga wat dichter bij de zee lopen en zie de mooiste paars/roze schelpen. Even later komen we nog een gezellig tentje tegen waar we mojito’s en nacho’s bestellen. Ook zien we onze vriend Bob Marley hier (we hoeven vast niet uit te leggen waarom we hem zo noemen). We zien hem iedere dag rondjes rijden op het eiland en begroet (vooral dames) alsof ie ze al jaren kent. En nu dus weer, wel een leuke vent.

*Volgende keer vertel ik meer over onze vriend Bob en komen we de meest irritante Amerikaan ooit tegen. En ik kan je vertellen: het is moeilijk om op zo’n klein eiland mensen te negeren want je komt ze daarna overal tegen…

*En we gaan naar het eiland San Christobal (persoonlijk mijn favoriete eiland want daar zijn heel veel van mijn lievelings dieren!) Nu had ik eerst eigenlijk nooit een lievelingsdier maar na dit eiland te hebben bezocht, heb ik dus wel een lievelingsdier…

Santa Cruz

Zeeleeuwen op Isabela

Haai (op links!) en ik 

Mama (in het blauw) en ik (in het roze)

De blue footed boobies! Als je goed kijkt, zie je er 5! (1 op het nest en linksonder 1 die aan het dansen is met zijn vleugels. En dan die blauwe voetjes!) 

In love with the jungle…

Om 23.00 uur worden we opgehaald vanuit Quito en vertrekken we richting de jungle. Om 06.00 uur ’s ochtends komen we aan bij een dorpje waar we kunnen ontbijten. Hier moeten we wachten tot we om 09.30 weer worden opgehaald. We ontbijten samen met twee andere meiden, eentje kende ik al vanuit mijn vorige hostel en het andere meisje is Nederlands. We verblijven allemaal in een andere lodge. Als wij als laatste worden opgehaald, zie ik een lange blonde jongen ook naar onze bus lopen. Ik herken hem: het is die jongen die zaterdag met me probeerde aan te pappen en dat vond ik maar niks. Dus ik schakelde mijn onderbuurman in (uit mijn vorige blog) en liet hem tussen ons in staan. Als ik de bus in stap, weet ik weet bijna zeker dat hij me nu ook gezien heeft.

Terwijl we in de bus zitten en ik al de awkward situaties van de week met hem voor me zie, loopt de vrouw die alles hier regelt naar hem toe en vertelt hem dat hij niet in deze groep zit, hij moet naar een andere bus (dus ook een andere lodge). Opgelucht haal ik weer adem (en stiekem moet ik ook een beetje lachen om mezelf) en ik vertel het verhaal aan mama.

Geen idee hoe lang deze busreis heeft geduurd want ik lig continue te slapen. Als we aankomen bij een rivier stappen we uit en ontmoeten we onze gids. In totaal zijn we met een groep van zeven mensen: een stel (begin 50) uit Montreal, een vrouw (begin 60) uit Seattle en een stel (begin 20) uit Duitsland.

We stappen de boot in en maken een tocht van een paar uur over de rivier. Al die geluiden… en het is zo groen! We zien zes soorten apen, veel vogels, een baby anaconda, een hagedis, vleermuizen en ik zie halverwege een tarantula in het water! Ik roep dat ik de spin zie en we gaan een stukje terug. Maar het blijkt het jasje te zijn van de tarantula die de spin heeft achtergelaten om weer een nieuwe terug te krijgen. (Als je het niet zou weten, zie je eigenlijk gewoon de spin drijven).

Na drie uur komen we bij de lodges. Ik zie de lodge en denk:

‘Hier kan ik wel vier nachten verblijven.’ Het zijn goede bedden en een betere badkamer dan in Peru, ook nog warm water uit de kraan en… MINDER MUGGEN. Dat laatste is uiteindelijk het belangrijkst.

Nu weet ik dat we in de jungle eigenlijk ‘back to basics’ gaan (en dat is heerlijk!), maar toch genieten ik stiekem wel van deze ‘luxere’ kamer.

Begin van de avond maken we een wandeling rond de lodges. Ro (onze gids) laat ons van alles zien, van kikkers, tarantula’s (nu eentje met inhoud) tot insecten. Ik vind het allemaal mega interessant en help actief mee met zoeken, en ik vind ook nog eens best veel dieren (dus als het schrijven niet lukt, kan ik altijd nog de jungle in 😉 ). Daarna volgt een heerlijke maaltijd en een birthdaycake! Ro komt binnen met een cake en vraagt wie er jarig is geweest. Sam, de Duitse jongen, was gisteren jarig. Ik roep dat ik die dag daarvoor jarig was, en de dame uit Seattle was die dag dáárvoor jarig: dus driedubbel feest. Ik mag de cake aansnijden en lekker dat ie is, ik neem zelfs een tweede stukje (dan zit ik ook echt propvol). Daarna vertelt Ro ons verhalen over beesten die bij bezoekers in de kamers hebben gezeten. Het zal vast waar zijn, maar volgens mij vindt hij het ook leuk om ons een beetje te plagen. Maar als we in onze lodge aankomen, spotten we meteen al een kikker in onze badkamer. Deur dicht, en maar hopen dat ie lekker op zijn plek blijft.

De volgende ochtend verzamelen we om 6.20 en varen we down river. Dit betekent dat de motor niet aan hoeft en dat we langzaam verder drijven terwijl we op zoek gaan naar dieren en van de geluiden genieten. Mama vindt het vooral heerlijk dat ze een bakkie koffie in de boot mag meenemen. We zien pocketmonkeys, de naam zegt het al: aapjes die zo klein zijn dat je ze in je zak kunt meenemen. Echt heerlijk om dieren te spotten! Ook zien we drie pinkdolphins (had ik al gezegd dat ze best lelijk zijn terwijl de naam romantisch klinkt?) en de hartjesbomen (zo noemen mama en ik ze). Als ik later tegen Ro zeg dat ik nog een keer langs de hartjesbomen wil om foto’s te maken, weet hij namelijk niet waarover ik het heb. (Ter verduidelijking: mama en ik vinden de bladeren aan de boom op hartjes lijken, een sliert hartjes onder elkaar, zie foto hieronder). Daarna hebben we een top ontbijt met versgebakken broodjes, eieren, zelf geperst sap en fruit. Het lijkt net of we er al een hele dag op hebben zitten maar eigenlijk moeten we nog beginnen.

We kleden ons om, stappen opnieuw in de boot en gaan nu up river (dus de motor staat aan). Achter onze boot, is met touw een andere boot vastgemaakt. We varen naar een groot meer ‘Laguna Grande’: wat geweldig mooi is dit, heel anders weer dan de rivier. Waar we nu zijn, staat het in het regenseizoen (dat is nu) helemaal onder water, maar als het droogseizoen is, dan kun je er gewoon lopen. Echt bizar om te zijn, het heeft iets mysterieus want het is er heel stil en je ziet toppen van bomen boven het water uitkomen (het is mama’s favoriete plek in de jungle). Ondertussen zijn we van boot gewisseld, we moeten roeien en de motorboot is mee om een volgende groep op te halen.

Een groep dolfijnen speelt met ons en daarna meren we de boot aan voor een ‘walk in the jungle’. Ik ga snel even wildplassen en de muggen vinden dat ook leuk. Hupakee, meteen twee keer op mijn bil geprikt, altijd leuk.

Meteen als we uitstappen, heeft Ro iets gevonden: hardwerkende mieren met blaadjes op hun rug en soms zie je op dat blaadje ook nog een mier. Hu, hoe zit dat dan Ro? Hij vertelt ons dat de mieren die op het blad zitten, er zijn om de balans te houden. Hoe geweldig is dat? Anders zou het blad dus te zwaar zijn aan één kant. Ro waarschuwt ons telkens voor de werkende meren, we mogen er absoluut niet op staan! En dat is nog best een klus want ze lopen overal, dus je kunt je voorstellen hoe wij in de jungle liepen… (later tijdens onze vakantie maken mama en ik daar nog grapjes over. ‘Niet de mug doodmaken want dan wordt Ro boos’ en ‘Als Ro dit maar niet ziet’ (als we toch de mug doodmaken…))

Ook schrijven we met een dun takje onze naam op een blad, de letters kleuren uiteindelijk rood. Ook haalt hij sap van een boom en hij vertelt dat als je verdwaald bent, je dit sap (dat meteen opdroogt) kan aansteken en dan kan je het als kaars gebruiken (zie foto onderaan). En hij geeft me een rood zaadje en zegt: Hier kan je een armband van maken.

Ik snap er geen snars van, hoe kan ik nou van een rood zaadje een armband maken? Toch stop ik het in mijn jas.(wordt vervolgd)

Tijdens de wandeling probeer ik vlak achter Ro te lopen want dan krijg je het meeste mee en ik vind het allemaal heel interessant. Hij laat ons ook nog zien hoe je in lianen klimt, voor het geval je achtervolgt wordt door een jaguar. Want dat kan je dan redden. Hij doet het voor en daarna probeer ik het ook even. Laat ik dit erover zeggen: de jaguar zou winnen, niet ik. Als we terugkomen bij de boot eten we onze lunch in de boot met een geweldig uitzicht over het meer. Vervolgens zwemmen we nog even in het midden van het meer.

Daarna weer peddelend terug en ik denk dat we er allemaal een beetje melig van werden, vooral mama en ik. Sarcastische opmerkingen maken over het peddelen (wat best lang duurt…) En liedjes zingen in alle talen die we vertegenwoordigen. In het Nederlands gaat het niet zo goed, haha alleen wij zingen. Dus ik vind dat we het Nederlands nog maar eens moeten oefenen. Na een tijdje komen we langs een lodge en Ro roept voor de grap: ‘Welk jaar is het nu?’ De twee dames verstonden het waarschijnlijk niet want ze roepen terug: ‘We are French!’ Haha, ik kom echt niet meer bij van het lachen, typisch iets voor Fransen. Misschien is het nu niet grappig als ik het schrijf, maar iedereen lag krom van het lachen.

Lucky us: want de motorboot komt ons ophalen dus het laatste stuk hoeven we lekker niet te peddelen. Even tijd om te chillen en daarna weer in het donker de jungle in (wat mama maar niks vindt want nu gingen we een stukje verder de jungle in). En op 1 moment moeten alle zaklampen uit (dan zie je dus echt NIKS) maar Ro vindt een lichtgevend blad, die je met zaklampen dus niet gevonden zou hebben. Hoe het kwam dat het blad licht gaf, weet ik eigenlijk niet meer (sorry he). Verder lekker door de blubber banjeren, echt heerlijk is dat met die laarzen, vooral als ze niet van jezelf zijn haha! En we hebben drie nieuwe groepsleden erbij. Een meisje van 17 uit Oostenrijk (ze vindt alles eng) en twee jongens van mijn leeftijd uit Australië.

Weer heerlijk gegeten na de wandeling en voor het slapen gaan vertelt Ro ons nog enge verhalen over geesten die hier rondzwerven, echt geweldig voordat je je bed instapt in het donker… not. Maar ook andere verhalen… Dat hij nadenkt over de wereld en dat hij weleens denkt dat moeder natuur wilde experimenteren en toen de mens maakte. En uiteindelijk zag ze dat dit een foutje was, als je nu kijkt hoe de mens de wereld behandelt. De wereld zou beter zijn zonder de mens en daarom komt moeder natuur met ‘de global warming’ en de tsunami’s bijvoorbeeld. Dit zijn de woorden van Ro, om nog even duidelijk te maken. Het staat hier nu een beetje kort en bondig beschreven, maar hij kan zo goed verhalen vertellen. En zoals hij het brengt vind ik het niet eens zo’n gek verhaal.

Tijdens zijn verhalen denk ik aan Pocahontas. Nu vind ik Disneyfilms sowieso leuk, maar ik link het verhaal van Pocahontas een beetje aan wat er me wordt verteld in de jungle. Alles en iedereen leeft hier zo vredig met elkaar en met respect voor de ander. De westerse mens (om even in een hokje te duwen) zie ik als de ‘bad guys’ in dit verhaal (dus de Engelsen in het verhaal van Pocahontas). Want wij denken dat deze mensen minder ontwikkeld zijn omdat zij niet zo wonen en leven als wij. Maar, nu ik dit hier allemaal zo zie, denk ik juist dat het andersom is.

De mensen die hier wonen, weten ontzettend veel over de natuur en verbouwen alles zelf en hebben eigenlijk verder niets nodig. Ze zijn gelukkig met wat ze hebben en willen niet steeds meer en meer. Dus wie is hier nu eigenlijk de minder ontwikkelde in dit verhaal? Luister maar naar eens naar de tekst van ‘Colors of the wind’. Kippenvel.

En wat ik dan weer interessant vind: hier komen geen depressies en burn-outs voor. En kanker ook veel minder. (Eigenlijk wil ik hier veel meer over schrijven maar ik denk dat ik hier maar een nieuw blog aan ga wijden, want het wordt anders erg lang).

Ook vertelt Ro dat hier westerse mensen langskomen die kanker hebben en uitbehandeld zijn en hier genezen of dat de kanker kleiner wordt. Kijk, nu geloof ik dat dit niet dat dit voor iedereen kan werken. Maar toch vind ik het heel bijzonder en denk ik niet dat het een fabeltje is. Ik denk wel echt dat de natuur op een bepaalde manier kan helen.

Die nacht droom ik over papa. De uitvaart vindt nog een keer plaats en er zijn heel, heel veel mensen. Maar iedereen praat er doorheen en iedereen wil een woordje doen. Ik word ontzettend boos omdat iedereen aan het praten is. Ik stap naar de microfoon, en zeg dat iedereen die zijn mond niet kan houden, maar lekker kan oprotten. En dan beginnen er een paar mensen te klappen. Dat was het eigenlijk, maar het voelde heel echt en dichtbij (als dat een duidelijke omschrijving is..?)

Dan word ik wakker en ik moet nodig plassen. Maar door de verhalen van Ro durf ik niet naar de wc want het is helemaal donker en er is geen licht. Uiteindelijk ga ik toch met mijn zaklampje het bed uit en ik spot geen eng beest of geesten. Ro heeft die avond daarvoor vertelt dat mensen hier hele heftige dromen kunnen hebben en eigenlijk zou ik hem naar deze droom willen vragen, maar ik doe het toch maar niet.

De volgende ochtend zouden we eigenlijk vroeg opstaan maar omdat het regent, mogen we blijven liggen. YES, ook weleens lekker. We ontbijten om 8.30 en daarna gaan we naar een community met de boot. Mama en ik zitten naast elkaar en delen een paraplu; het komt met bakken uit de hemel. Door de paraplu voor ons hoofd, zien we natuurlijk helemaal niets en weer hebben we de grootste lol, maar vraag me niet waarom.

Bij de community ontmoeten we Arora. 84 jaar en nog zo fit als wat. Op haar slippers, met een regenjas van 1 van ons (veels te groot) en met een machete hakt ze zo een paar cassave uit de grond, echt geweldig om te zien. Je voelt je ook een beetje schuldig omdat het oude vrouwtje daar in de stromende regen staat en wij maar foto’s en filmpjes maken…

Daarna schillen en raspen we de cassave en uiteindelijk maken we er yuka brood van. Met niets anders dan cassave. Hier horen we weer allemaal bijzondere verhalen die Ro ons vertelt over Arora. Wat een compleet ander leven is dit toch, het is niet voor te stellen.

We hebben een heerlijke lunch met o.a. het zelfgemaakt brood, ik koop een zelfgemaakt armbandje bij haar (die ik nu nog steeds draag) die ze maakt van de schors van een palmboom. En jawel: ik zie het rode zaadje terug als kraaltje in een armband!

De terugweg regent het nog harder en hier moeten we nog harder om lachen (dit heb ik opgeschreven maar geen idee waar we dan zo’n lol om hadden. Denk het idee dat je in de boot zo hutje mutje zit met je laarzen aan, haha). Daarna is het plan om met de boot de rivier op te gaan om de ‘sunset’ te zien. Mama en ik moeten een beetje lachen en zeggen tegen Ro: ‘Nou veel plezier met je sunset in de regen’. Hij moet zelf ook lachen maar toch gaan er een paar mee (die uiteindelijk teleurgesteld terugkomen) dus mama en ik zijn blij dat we hebben gekozen voor chillen in de hangmat.

Als ik einde van de middag heb gedoucht, wil ik de kraan dicht draaien van het warme water, als de knop er opeens af valt en het water spuit uit de douche (echt iets voor mij). Dus ik doe snel een handdoek om en vraag of mama iemand wil halen. Ondertussen wordt er een soort zwembad gecreëerd in de douche. Maar gelukkig komt er snel een meneer die het allemaal fikst. Hij brabbelt nog wat in het Spaans over wat ik juist wel of niet moet doen. Maar ik snap het niet echt dus ik knik maar ja en zeg ‘Si!’.

’s Avonds kijken we nog filmpjes die Ro heeft gemaakt tijdens zijn werk in de jungle. Ulgh, een filmpje van 45 minuten waarbij een slang een kikker opvreet… Dat hoef ik echt nooit meer te zien, de beelden staan nog op mijn netvlies. Maarja, dat is de natuur Anouk, zegt ie dan. Maar ook leukere filmpjes: van hoe het er hier uitziet in het droogseizoen, een mega anaconda en een katachtige (waarvan mama en ik de naam zijn vergeten, maar wel een mooi dier).

Na het ontbijt te voet de jungle in. Wortels geproefd, knuffelende bomen gespot, paddenstoelen die lijken op champagne glazen gezien en foto’s gemaakt bij een mega grote boom. Ook ben ik proefkonijn: Ik krijg stukjes van een plant in mijn hand die lijkt op een ui. Dat moet ik fijn maken met mijn nagel en dat wordt dan blauw! (Drie dagen met een blauwe duim en hand gelopen, maar agh).

Einde middag met de boot naar de laguna. Weer zo ontzettend prachtig! Het werd alweer donker toen we teruggingen en ik zat voorin de boot naast Ro. Na een tijdje wijst hij naar 2 lichtjes die hij ziet in de jungle. ‘Anouk, that is a caiman’. Neeee, hij maakt een grapje, dacht ik.

Maar we varen er zachtjes naar toe en nu zegt hij ook tegen de groep dat hij een krokodil heeft gespot. Eerst vaart hij er zijwaarts naartoe zodat iedereen in de boot het kan zien, dan vraagt hij aan de stuurman of we er met de voorkant naartoe varen. Dat betekent dus dat we recht op de krokodil afvaren en tussen neus en lippen zegt hij ook nog dat ie 2 a 3 meter lang is.

Ik vind het spannend en eng tegelijk. Hij loopt naar de voorkant van de boot toe en gebaart dat ik naar voren moet komen. Jaa daaahaaag, denk ik. Bijt ie zo mijn neus eraf! Door de bomen gaan we eropaf en ik klauter snel naar achter omdat ik het zo spannend vind en kom in een hele charmante houding terecht waardoor ik met mijn benen omhoog zit/lig. Nogmaals gebaart Ro en dan kruip ik toch maar naar voren (nog charmanter als je uit zo’n houding wilt komen). Maar dan ben ik te laat, want de krokodil is al weg. Ik weet niet of ik blij moet zijn of niet, want als ie weg is… waar is ie dan nu!?

Na de boottocht weer even douchen en deze keer sta ik nog in mijn ondergoed als de shampoo uit het niets naar beneden valt van het plankje. Ik schrik en gil en zie dat een kikker de schuldige is. Gelukkig komt de man uit Montreal de kikker voor ons weghalen.

Na het avondeten kijken we nog wat filmpjes met de groep. Uiteindelijk blijven Ro en ik met zijn tweetjes over en hij vraagt of hij mijn energie mag voelen.

Uh hoe dan? Hij vraagt of hij mijn rechtervoet (of was het nou de linker?) mag masseren. Uhm, oke? (Dit is niet helemaal nieuw voor me want de sjamaan in Peru deed dit ook, misschien herinneren jullie je dat nog). Dus ik trek mijn schoen uit (gelukkig had ik net gedoucht). Ook mijn sok?, vraag ik aarzelend. Ja ook mijn sok.

Dus hij voelt aan mijn voet. ‘En… hoe is mijn energie!?’, vraag ik geïnteresseerd maar ook met een beetje sarcastische ondertoon. Mijn energie is goed, zuiver. Maar ik ben vaak gestrest en soms ontplof ik weleens als het te veel is. (ik weet nou niet of ik vaak gestrest ben maar ik ben wel langere tijd door een lastige periode heen gegaan en ja ik kan weleens ontploffen inderdaad…) Oja en ik moet vaker in de natuur zijn en meer aarden. Dat zijn dus zijn woorden.

De volgende ochtend vroeg eruit en nog een boottocht gemaakt en de knappe dolfijnen gespot. Daarna ontbijten we, pakken we onze spullen in en is het alweer tijd om naar huis te gaan. Het is weer een flinke rit en mama voelt zich nu best oud (haar woorden). Want er zitten ‘alleen maar jongeren met een grote telefoon voor hun snufferd’ (ook mama’s woorden). Maar als je erover nadenkt is het ook wel een beetje gek ja, vooral als je net uit de jungle komt en ziet hoe alles daar gaat.

Als we laat in Quito aankomen pakken we een taxi die ons naar het hostel brengt. Maar weer een chauffeur die de weg niet weet dus met zijn telefoon navigeer ik hem naar het hostel. In totaal kost het ritje 1,75 dollar dus ik geef hem 2 dollar. Prima, denk ik. Dan kijkt hij naar het geld en dan weer naar mij. En hij zegt: Tip!?   Pardon? Ik lach hem uit en probeer in mijn beste Spaans te zeggen dat ie niet eens de weg wist! Eigenlijk had ik fooi moeten krijgen voor de weg vinden 😉 Die taxichauffeurs ook hier…

 

Dit vind ik toch wel de mooiste foto… Laguna Grande

 

Jungle!

 

Het ‘sap’ van de boom aansteken

 

Cassave raspen

 

De hartjesboom!

Bezoek uit Nederland en mijn laatste maand reizen alweer

Vanuit Bogota vlieg ik naar de hoofdstad van Ecuador: Quito. Het is nog vroeg en ik merk dat ik een lichte kater heb. En in combinatie met een vroege vlucht… = niet fijn. Maarja eigen schuld. Gelukkig word ik opgehaald. Vanuit het hostel hebben ze een taxi laten komen en de man spreekt Engels (ook weleens fijn) en het is ongeveer 3 kwartier rijden naar het hostel.

Meteen valt de helderblauwe lucht me op, de vulkanen en de bergen. Ik krijg meteen een fijn gevoel bij de stad waar we naartoe rijden.

Als we aankomen, is het nog vroeg, rond 9 uur ’s ochtends dus mijn kamer is nog niet klaar. Gelukkig willen ze die meteen klaarmaken waardoor ik na een uurtje even kan slapen want ik ben moeeee. En ik voel me een beetje verloren. Dit is even een tussenperiode: Robin is naar huis en ik moet nog 5 dagen wachten op mijn speciale bezoek (en ik bedenk me ook dat die vroege vlucht, weinig slaap, en de alcohol van de vorige avond ook niet erg meehelpen 😉 )

Na het slapen ga ik lekker Netflixen, ‘Casa del Papel’ (zoooo leuk) volg ik dus dan werk ik ook nog een beetje aan mijn Spaans. De hele dag ben ik een beetje aan het lummelen, loop even de stad in en ’s avonds denk ik: ‘Oke Anouk, we gaan weer even sociaal doen’, want ik weet dat dat meestal wel helpt na zo’n dag. ’s Avonds maken ze heerlijke falafel in het hostel, voor een paar dollar kun je mee-eten dus dat doe ik dan ook. Hier komen mijn social skills weer tevoorschijn en ik ontmoet leuke mensen. Wel ga ik vroeg mijn bedje in en ik besluit me de volgende ochtend aan te sluiten bij een Free Walking Tour.

Tijdens deze tour ontmoet ik Savannah, een meisje uit NY en we hebben een leuke klik. Dat vond ik best bijzonder want meestal (en nu zeg ik meestal want ik wil niet alle nationaliteiten over een kam scheren) vind ik Amerikanen heel overdreven en dat matcht vaak wat minder met nuchtere Nederlanders 😉 Maar met Savannah is het heel chill en ze is ook nog eens vegetariër, als dat geen match is! Na de tour eten we met nog een paar anderen in een vegetarisch tentje: voor 2,50 dollar een heel menu! En daarna boeken Savannah en ik een tour om de volgende dag naar Mindo te gaan, een klein jungleachtig dorpje.

De volgende ochtend moeten we vroeg opstaan. Eerst vraag ik aan Savannah of ze mij wilt wakker maken (want ja, geen telefoon dus geen wekker) maar we komen tot de ontdekking dat er een Duitse jongen in mijn kamer slaapt die ook naar Mindo gaat, dus hij maakt me om 5.30 wakker. Mijn tas heb ik al klaar en als ik even later mijn kluis wil dicht doen, gaat ie niet dicht. Het is dus een schuiflade, onder het stapelbed. En ik lig boven en een Spaanse jongen onder mij. Dus ik rommelen aan dat ding en ik voel me een beetje schuldig want volgens mij maak ik mijn onderbuurman wakker. Ik ben echt wel dik 5 minuten bezig met die stomme schuiflade, maar het lukt gewoon echt niet.

Als ik er even later tegenaan trap, werkt dat natuurlijk niet mee. (Ik hoor mijn vader al zeggen: ‘Met beleid, Anouk’ en dan zeg ik: ‘Dat heb ik niet!’) Dan hoor ik mijn buurman fluisteren: ‘What are you doing?’ Dus ik uitleggen dat dat kreng niet dichtgaat.

Hij vraag of hij kan helpen maar ik zeg dat het niet hoeft. Uiteindelijk, als ik wat rustiger word, krijg ik het rotding toch dicht. Ik glip snel de kamer uit want iedereen haat me nu waarschijnlijk, haha. (’s Avonds zie ik mijn buurman en wrijft hij het er nog even lekker in en lacht me natuurlijk uit, dan kan ik er ondertussen ook om lachen).

Als we daarna aankomen bij de bus, staat mijn naam niet op de lijst. ‘Kun je de bevestiging laten zien op je mail?’ NEE WANT IK HEB GEEN TELEFOON!, denk ik dan. Maar gelukkig kan ik even op die van Savannah. Alles gaat tegenwoordig via je telefoon. Eigenlijk vind ik het wel prima dat ik er geen heb, alleen met zulke dingen is het af en toe lastig.

Na 2 uur komen we aan in Mindo, we bezoeken een Butterflyfarm (wat eigenlijk nog best leuk is maar klinkt misschien een beetje saai), we maken een wandeltocht naar een waterval en daarna gaan we ziplinen. Ik ben met vier andere meiden en ze vinden het allemaal een beetje spannend. ‘Ajoh, makkie’, denk ik. Maar het is nog best een lang stuk en de laatste afdaling moet je jezelf een beetje sturen met een handschoen.

Dit vind ik maar niks. Ik zie het wel weer voor me dat mijn hand ertussen komt of weet ik veel wat. Maarja ik ging met mijn grote mond als eerst… Ik vraag denk zo’n vijf keer of het echt moet, die handschoen gebruiken, en hoe dat dan precies moet. Eigenlijk wil ik nog vragen: ‘Uhm, wil iemand anders eerst?’ En dan denk ik: Hoe moeilijk kan het zijn, dus zoefff, niet nadenken en gaan. Mijn vingers zitten er nog allemaal aan.

Daarna gaan we eindelijk lunchen (de hele groep is uitgehongerd). Sav en ik krijgen als laatste ons eten want de vega maaltijd duurt wat langer. Mensen kletsen een beetje met elkaar maar mijn energie is op en ik heb echt eten nodig, haha. En als iedereen aan het eten is, nog meer! Maar ook de vegetariërs krijgen hun eten. Daarna naar een chocolate farm waar we te zien krijgen hoe ze chocolade krijgen, en het natuurlijk mogen proeven! (en kopen, hihi). Vervolgens weer terug naar Quito waar we met z’n drieën nog een hapje eten (Sav, de Duitse jongen en ik). Als zij daarna nog een biertje gaan doen, pas ik. Ik neem een douche en kruip mijn bed in, ik ben op!

Wat waarschijnlijk ook meespeelt is dat de Duitse jongen tijdens het afrekenen begon over een of andere beroemde kok die zelfmoord had gepleegd. Dan noemt hij nog een bekendheid op en Sav haakt er ook op in. Ik ben moe, krijg een soort kortsluiting in mijn hoofd en zeg dwars door ze heen: ‘Willen jullie hier niet over praten? Mijn vader heeft dat vorig jaar gedaan.’ BOEM, ik laat even een bom vallen en het is eruit voordat ik het door heb. Ik vind het irritant als mensen hun mening erover hebben, terwijl het natuurlijk heel normaal is want iedereen mag zijn of haar mening over iets hebben. Maar ik krijg het gevoel dat ik mezelf en/of mijn vader moet verdedigen. Dat mensen er niet zo makkelijk over moeten denken en dat ze het niet snappen. Nu snap ik het in feite natuurlijk ook niet, hoe je je dan voelt als je zoiets doet (en dat is denk ik maar goed ook) maar er zit zoveel geschiedenis voor. En dat weten mensen vaak niet. Nu zeiden ze ook niet perse iets voor mij wat niet leuk was, of waarvan ik vond dat ik me moest verdedigen, maar ik had even echt geen zin in het onderwerp.

Die dag erna heb ik een chilldag en ben lekker aan het schrijven. Ook ben ik de laatste tijd bezig met: ‘Wat ga ik doen als ik weer in Nederland ben!?’ Hier heb ik de laatste tijd veel over nagedacht. En dan niet: ‘Wat willen anderen of wat verwachten anderen?’ Maar wat wil ik op dit moment nu het liefst. Daar ben ik achter gekomen, en op het moment dat ik het wist, voelde het meteen goed en dacht ik: ‘Ja, dit is het gewoon, dit ga je doen!’ Wat dat is, dat ga ik nog niet verklappen, eerst nog even verder met de reis…

Na mijn chilldag eet ik ’s avonds weer gezellig in het hostel en gaan we met een groep uit. Ook kom ik erachter dat ik best wel goed ben in beerpong (en ik laat de man in mijn team gewoon het bier drinken want daar ben ik dan weer iets minder goed in). De volgende ochtend check ik uit met een lichte kater. Ik bel met Sanne, Manon en Robin en kijk mijn favo serie af! ’s Middags ga ik met een Vlaams meisje naar El Panecillo. Een punt waarvandaan je de hele stad kan zien en waar een beeld staat, de heilige maagd van Quito. Daarna naar mijn hotel gegaan waar ik drie nachtjes heb geboekt voor ons… (wie die andere persoon is, hoor je zo).

Ik kom het hotel binnen en voel me net een kind dat na een lange tijd weer in een snoepwinkel is. Wat een luxe joh. Ik heb lekker een pizza laten bezorgen, heerlijk gedoucht en vraag of de receptie me de volgende ochtend wilt wakker bellen om 5.30 uur. Hij belt alleen 3 kwartier te vroeg, beetje jammer. Maar in die tijd bel ik Manon nog even, soms best handig dat tijdsverschil.

De taxichauffeur staat al te wachten als ik beneden kom. Een super leuke vent die duidelijk articuleert en dat maakt het verstaan van Spaans veel makkelijker. Zo’n 3 kwartier met hem gepraat in de auto dus goed vermaakt. En ik ben trots omdat ik zolang kan blijven meepraten met hem. Nu zijn het geen geweldige hoogstaande gesprekken

Daarna wachten we samen op het vliegveld en daar komt: MAMAAAAA, helemaal vanuit Nederland gevlogen.

Volop kletsend rijdt de meneer ons naar het hotel en daar hebben we een heerlijk ontbijt. Even gechilld, een powernap gedaan en toen de stad in gegaan. Beetje graffiti hier en daar gezien en lekker geluncht. Oja, dat is ook nog zoiets. We zitten bij een lunchtent (als enige) en bestellen broodjes. Vijf minuten later komt ze terug dat ze geen broodjes hebben. Mama vindt het maar raar, je kan broodjes en salade krijgen en ze hebben geen broodjes? En ze zijn net open en we zijn de enige?

Welkom in Zuid-Amerika, mam.

Einde middag terug naar het hotel waar naast ons de karaoke bar geopend is, met ‘Angels’ van Robbie Williams. Zo’n beetje het ergste lied dat je kan karaoken met die uithalen, oei..

De volgende dag ben ik jarig! We slapen lekker uit en na het ontbijt maken we onze tassen klaar voor de jungle. Einde ochtend eten we taart: want het is feest. Ook laat ik mama plekjes zien waar we met de free walking tour zijn geweest. Eigenlijk is het verder niet zo’n boeiende dag, lekker chill en we moeten vroeg ons bed in want de volgende dag gaan we de vulkaan Cotopaxi beklimmen.

Vulkaan Cotopaxi
Om 7 worden we opgehaald. We stappen met zijn tweetjes een leeg busje in. Eerst denken we dat we door onze chauffeur naar een andere groep worden gebracht met (even later) nog een Colombiaanse jongen. Maar wij drie blijken ‘de groep’ te zijn. De guide spreekt in het begin alleen maar Spaans dus ik vertaal alles voor mama. Soms twijfel ik en vraag ik of hij het wil herhalen, andere keren vind ik het wel prima en zeg ik tegen mama wat ik denk dat het ongeveer is (kan er ook helemaal naast zitten maarja kan ik nog een beetje mijn fantasie laten gaan op de woorden).

Valse paspoortnummers
Dan vraagt onze guide om onze namen en paspoortnummers op te schrijven. Ik weet na een half jaar reizen wel mijn nummer uit mijn hoofd maar mama niet. Ik heb geen zin in gezeur en omdat ik ondertussen weet hoe het hier gaat, verzin in een paspoortnummer (met de eerste 4 letters van Robin’s nummer, dan lijkt het nog een beetje geloofwaardig vind ik zelf). Mama is een beetje zenuwachtig, en als de guide iemand belt om de nummers door te geven, denkt mama dat we door de mand vallen. Maar uiteindelijk vraagt niemand ernaar (af en toe is dat zooitje ongeregeld in Z-A heer-lijk).

Daarna stoppen we ergens voor ontbijt, kopen we een trui, handschoenen en muts voor mama en maken een paar mooie kiekjes van de vulkaan tegen een knalblauwe lucht! Uiteindelijk stappen we bij een punt uit en vanaf daar lopen we langzaam naar boven. Ja echt langzaam, want we zitten op 4600 + meter. Maar uiteindelijk zijn we er dan. Na een pauze en foto’s weer naar beneden (dat gaat een stuk sneller). Alleen mama voelt zich niet zo goed als we eenmaal naar beneden in de auto zitten en ze gaat op de achterbank liggen. Na een tijdje tikt ze me aan en zegt dat we moeten stoppen. Ik zeg het tegen de chauffeur, en de deur is nog geen 1 sec open of mama kotst nog net vanuit de auto naar buiten. Ik voel me deels schuldig want dit komt hoogstwaarschijnlijk door de hoogte en daar is mama natuurlijk nog niet aan gewend vanaf Nederland. Maar dit was de enige dag dat we deze tour konden doen dus we zijn achteraf wel blij dat we dit hebben gedaan. Na de lunch worden we weer bij ons hotel gebracht. Daar pakken we weer een koffer om deze naar ons hostel te brengen die we na de jungletour hebben geboekt (zo hoeven we de dingen die we niet nodig hebben, niet mee te sjouwen).

De taxichauffeur die de weg niet weet…
De taxichauffeur zegt dat hij de straat kent, maar als we rondjes blijven rijden, word ik een beetje kriebelig. Ik vraag of hij weet waar we heen moeten, dan bekent hij dat hij het ‘ongeveer’ weet. Ik vraag om zijn telefoon en zoek het adres op maar dat lukt niet en de telefoon valt uit want de batterij is op. Hij vraagt tussendoor nog de weg aan andere chauffeurs maar zij weten het ook niet. De meter loopt ondertussen door en ik zeg dat ik het bedrag niet ga betalen, hij zegt: ‘ok, ok’. (eigenlijk krijg ik ook een beetje medelijden met hem…)

Dan bedenk ik me dat ik nog een ouderwetse kaart heb in mijn tas en half in het donker zoek ik de straat op waar we heen moeten. Ja hoor dat lukt! Ik wijs de straat aan en zo’n 5 minuten later zijn we er. Bij elkaar zo’n 3 kwartier in de auto gezeten wat ongeveer 20 minuten had kunnen duren, maar oke. Het gaat mij dan ook niet zozeer om dat het langer duurt, of dat we eventueel meer betalen maar dat je geen idee hebt waar het heen gaat. En dat de chauffeur zegt dat hij weet waar het is en dat hij het eigenlijk helemaal niet weet en ik uiteindelijk de weg nog aan het opzoeken ben.

Maar goed, ‘weer een leuk verhaal voor het blog’, zei ik dan ook tegen mama. Het zal ook wel de vermoeidheid van de hele dag zijn. Ik dump de koffer in het hostel, vraag of de taximeneer even wil wachten (was ie me wel schuldig vond ik) en daarna hup weer naar het hotel. Dit ging trouwens allemaal in het Spaans en was er best trots op dat het uiteindelijk lukte. ‘Nu weet je wel de weg toch?’, grap ik nog tegen hem.

In mijn volgende blog vertel ik hoe het ons afging in de Jungle…

 

Hoi Pechvogel

‘Pechvogeltje’, zo noemde mijn moeder me nadat ik had verteld wat er deze keer weer was gebeurd. Gelukkig kan ik achteraf ook weer lachen om deze situaties.

Het zijn onze laatste weken in Colombia (echt een heerlijk land, ik zou zeggen: GO FOR IT) En daarna vlieg ik in mijn uppie door naar Quito, waar nog een heel bijzonder einde van mijn reis op me te wachten staat…

Vanuit Medellin vlieg ik naar Cartagena en daar wacht Robin op me. Het is mega fijn om elkaar weer te zien, vooral na alles wat er is gebeurd. Vanuit het andere hostel had ik al een bedje geboekt bij dit hostel en Robin sliep er de nacht ervoor maar ze hadden geen plek meer voor hem deze nacht. Dus het hostel stelde voor dat Robin bij mij in bed kon slapen. Ho is even? Goed geregeld noemde hij dat.

De volgende dag lekker chillen bij het hostel en even een plannetje maken voor wat we ongeveer willen doen. Als we bij het zwembad een beetje aan het vervelen zijn (of terwijl elkaar in het zwembad proberen te gooien waarvan ik het eigenlijk nooit win alleen als ik ga miepen en daarna mijn slag sla, en dan lukt het eigenlijk nog niet) verrek ik mijn nek/bovenrug. Van het een op andere moment beweeg ik als een robot. Ik kan mijn nek niet meer draaien en tillen gaat niet. Ik zit helemaal vast. Gelukkig hebben we voor die avond wel een privé kamer. Die dag chillen we een beetje aan het zwembad, Robin is moe van het feesten en drinken de afgelopen dagen dus die wil veel slapen (lekker gezellig). We zijn allebei behoorlijk lui en door mijn rug doen we eigenlijk weinig. Het is ook ontzettend heet. EN hoewel mensen dit van tevoren al hadden gezegd, dacht ik: agh komt wel goed. Maar zelfs een free walking tour, waarvoor we ons hebben opgegeven skippen we omdat we het te warm vinden.

Problemen op de weg
Na 2 nachtjes in de privé kamer vertrekken we naar Santa Marta. Daar blijven we 1 nachtje. En dat is ruim voldoende, eigenlijk te veel. Er is een leuk straatje met leuke tentjes maar dat is het eigenlijk ook wel. Onderweg naar Santa Marta is het nog wel even spannend. We stoppen midden op de weg als Robin zegt: ‘Oh er liggen takken op de weg en jongens proberen die weg te halen’. Ik ga ook kijken en zeg dan: ‘Neejoh, die jongens leggen juist takken op de weg!’ en als we nog even toekijken, blijkt dat inderdaad zo te zijn. Ze versperren de weg aan beide kanten. De jongens zijn met een stuk of 8 en ik gok tussen de 15 en 20 jaar oud. Ze kijken agressief uit hun ogen. Wat nu weer!?

Eerst blijft onze taxi chauffeur zitten maar al snel stapt hij uit. Er is maar 1 auto voor ons dus we zitten front row bij deze gebeurtenis. Hoe langer de file wordt, hoe meer mensen (of eigenlijk mannen) komen kijken en zich ermee komen bemoeien. Maar ook hoe meer takken er op de weg worden gelegd. Sommige jeeps rijden er agressief eroverheen. Maar dan komt er een jongeman en hij probeert te communiceren met de jongens. Ik zit me de gekste scenario’s te bedenken en blijf op mijn stoeltje toekijken.

Ik vraag aan mensen wat er gebeurt en dan vertelt een vrouw me in het Spaans dat dit dorpje al een tijd geen licht heeft en op deze manier protesteren ze (ik ben super trots dat ik snap wat de vrouw zegt). Het duurt uiteindelijk zo’n 20 minuten en dan zijn de mensen er klaar mee en halen ze zelf de takken van de weg (eigenlijk snap ik niet dat ze dat niet eerder deden, maar oke). Het lijkt er nog even op dat er een gevecht komt, maar de communicatieman houdt ze aardig onder bedwang. We kunnen weer doorrijden.

Na Santa Marta rijden we door naar Minca. Minca is een klein jungle dorpje, jeeeej Jungle, laat ik daar nou eens heel blij van worden. Ik vind het er leuk! En we hebben een leuk hostel, weer een tip van Max. Er is een groot zwembad waar je als tarzan het zwembad in kan slingeren, een grote tuin met schommels en er is yoga! Jippie. Ondertussen gaat het ook weer wat beter met mijn nek en voel ik me geen robot meer.

Die middag chillen we lekker in het zwembad en doen we een nieuw kaartje spelletje wat een Zwitserse jongen ons leert. De volgende dag doe ik mee aan het yogaklasje met nog een andere man. Daarna gaan we met de Zwitserse jongen en nog een andere jongen mountainbiken. De man zegt ons dat we makkelijk naar Casa Elemento kunnen fietsen, dus hup wij springen op de fiets en we gaan. (Casa Elemento is een hostel dat erg hoog ligt en waar je een mooi uitzicht blijkt te hebben) Het eerste gedeelte van de fietstocht is goed te doen. Halverwege begint het keihard te regenen dus we besluiten even te stoppen bij een huis. We kloppen aan en er komt een schattig mannetje naar buiten. We krijgen koffie en we mogen schuilen onder zijn afdak.

Na een half uur gaan we toch weer verder en het is ook nog eens droog. Dan moeten we een bocht om en dan wordt het echt zwaar. Eigenlijk een beetje te zwaar want de helft moeten we lopen zo stijl is het. Ik word een beetje pissig op de man van de fietsverhuur omdat hij zegt dat je dit ‘makkelijk kan fietsen’. Een goed stuk fietsen is leuk, maar niet als je telkens moet afstappen (we denken dat hij zich ondertussen kapot lacht omdat we er helemaal heen willen fietsen, we zien verder ook geen fietsers).

Uiteindelijk komen we bij de top, we zijn zo’n 3,5 uur verder. Het is al half 4 dus we besluiten om snel even wat te eten want om 6 uur moeten de fietsen terug zijn en dan wordt het weer donker… Maar de keuken is net gesloten dus er is geen lunch (je had mijn hoofd niet willen zien toen ik dit hoorde). Onze Zwitserse vriend was net iets eerder dus hij heeft een groot bord kunnen bemachtigen en we krijgen een soort salade.

Een potje janken deel 5768 😉
Om 16.00 uur gaan we weer terug en weer moeten we stukken lopen. Het is echt zwaar en ik ga kapot, de andere 2 jongens liggen voor ons en we weten niet waar ze zijn. Geestelijk en lichamelijk zit ik er even helemaal doorheen en ik krijg zo’n gek gevoel in mijn lichaam, helemaal uitgeput ofzoiets. En dan het idee dat we nog een heel eind moeten. Ik begin te huilen en Robin schrikt zich rot want het is hard, maar het voelt zo goed. ‘Wat is er? Wat kan ik doen?’ ‘Weet niet’, kan ik alleen uitbrengen. ‘Zal ik je fiets dragen?’ ‘Nee!’, huil ik terug (even later heeft ie hem toch in zijn handen.)

Zo en dat huilen lucht echt ontzettend op. Ik merk dat ik echt heel veel huil in deze reis, waarschijnlijk door hoogte punten, diepte punten, en heel veel dingen een plekje geven. Na een tijdje gaat het weer wat beter en dan krijgt Robin kramp in beide benen. Het is moeilijk uit te leggen maar het is echt heel bijzonder als je samen zo’n zware tocht aflegt en hoe je elkaar dan helpt en er voor elkaar bent. Ik denk dat je relatie daar heel sterk van wordt, op die momenten komt het dan echt aan.

BAM, op mijn plaat
Om 17.30 uur hebben we pas 1/3 van de trip gehad en rond 18.00 uur zou het al donker worden. Robin zegt dat we nu echt een beetje vaart moeten maken, hij weet dat ik het eng vind om met een hoge snelheid van zulke steile stukken af te gaan. Als je nagaat hoe het voor het eerst in Brazilië ging en nu, gaat het gelukkig al beter. Maar er komt ook nog bij dat ik mijn lenzen niet in heb (dommie). Nu kan ik prima zien zonder, maar als het donker wordt… Dus als het steile stuk komt, ga ik in eerste instantie voor en probeer zo hard mogelijk te gaan. Maar als het begint te schemeren, zeg ik dat Robin beter voor kan gaan. Dan probeer ik hem bij te houden dus gaan we sneller, en kan ik hem volgen want ik zie gewoon geen steek.

Aan de ene kant is het je verstand op nul zetten en gewoon gaan. Maar aan de andere kant heb je weinig kracht meer en als je weinig ziet, is dat best lastig. Een paar keer roep ik dat Robin zachter moet en dan gaat hij ook zachter. We moeten nog 20 minuten en het is al donker als ik een smakkerd maak (was te verwachten) ik heb geen idee hoe het gebeurde want het gaat heel snel. BAM daar lig ik op de grond.

Ik maak een soort buikglijder en mijn fiets ligt op mijn benen. Ik lig er maar heel even voor mijn idee en dan is Robin er al. Hij haalt de fiets van me af en plukt me van de grond. Ik ben weer aan het janken maar bedenk me dan dat de pijn eigenlijk wel meevalt. Het is meer van de schrik maar het is wel chill om weer even die spanning eruit te huilen. Eigenlijk kan ik nog alles, alleen zit alles onder het zand. Gelukkig ben ik op het zand gevallen en niet op het asfalt. Al snel fietsen we door, maar dan merk ik dat mijn hand en knie prikken. We spuiten er water op en we zien inderdaad dat het bloedt. We fietsen het laatste stuk door en komen dan eindelijk bij de fietsenzaak. We gaan meteen naar een drogist (die gelukkig nog open is). Haar woonkamer is daarachter en ze brengt me naar het toilet om eerst alles schoon te maken. Uiteindelijk ligt mijn hand en mijn knieën open en een paar schrammen op mijn buik. Maar verder breng ik het er best goed vanaf.

In de jungle moet je je wonden goed schoonhouden, wordt me meteen verteld dus ik spuit enthousiast met het gele goedje op mijn open plekken.

Die 2 dagen daarna doen we vrij weinig. Chillen, eten, zwemmen, krabben aan onze muggenbulten en nog meer chillen en dat bevalt prima. Robin is iedere dag zo’n 3 kwartier zoet met het schoonmaken van het zwembad met een schepnet. Heerlijk vindt hij het.

Het ongeduld van Nederlanders
De laatste ochtend willen we ergens ontbijten, als we eraan komen lijkt het dicht, maar de man waarmee ik yoga heb gedaan zit daar op een bankje. Hij begroet me alsof hij me al jaren kent. Hij maakt een gezellig praatje met ons, super vriendelijk, terwijl wij alleen maar denken: WE HEBBEN HONGER, IS DIT OPEN?!

Echt typisch Nederlands hoe wij denken, meteen op de kern afgaan. Dus ik zet even de knop om en maak een gezellig praatje met hem voordat ik met mijn vraag kom: Is deze ontbijt plaats eigenlijk open?
Oh dat weet ik eigenlijk niet, antwoordt hij vrolijk, ik zal het binnen even vragen. Als hij terugkomt zegt hij dat het niet open is maar dat hij een leuk ander ontbijtplekje weet. En inderdaad: het is daar leuk en ze hebben lekker eten.

Dit voorbeeld wilde ik echt even noemen want hoewel ik soms weleens denk: wat duurt dit verdomme toch allemaal lang, hup vaart erin. Kan ik het ook ontzettend waarderen dat ze hier allemaal zo de tijd voor je nemen en zo vriendelijk zijn. De mensen in Colombia vind ik tot nu toe echt het vriendelijkst van allemaal als ik kijk naar welke landen we zijn geweest. Het zijn echt schatjes.

Na het ontbijt reizen we richting het Tayrona park. We pakken een busje tot een stadje en daarna moeten we met een lokale bus. En daar proberen ze ons weer een oor aan te naaien. Ze vragen belachelijk veel geld voor een ritje van ongeveer 20 minuten. Ik begin te lachen en zeg: ‘Ah no amigo, es mucho que no!?’ Zoiets als: nee vriend, dat is veel te veel dat weet je toch wel. Eerst vond ik het trouwens irritant als mensen ‘vriend’ tegen je zeiden, als je de mensen niet kent. Maar dat zeggen ze hier allemaal en betekent dan niet echt vriend maar meer een soort van groet? Snap je het nog?, haha.

Maar goed, hij overlegt met zijn vriend en uiteindelijk kunnen we goedkoper mee. Ik probeer het eigenlijk nu bijna altijd wel, vooral als je prijzen kan vergelijken, dan weet je ook dat je gelijk hebt. Ik probeer het dan of heel vriendelijk te doen, maar met vervoer doe ik het meestal op deze manier. Ben nog steeds niet de beste erin maar ik begin het onder de (verwonde) knie te krijgen, hihi.

Paspoort vergeten
We worden netjes afgezet bij ons hostel waar alleen maar Nederlanders zijn. De volgende dag vertrekken we vroeg naar het Tayrona park. Als we daar zijn, wordt ons naar ons paspoort gevraagd. Paspoort? Dat hebben we niet bij ons? Het is ons ook niet verteld om het mee te nemen. We proberen in Robins telefoon kopietjes van onze paspoorten te vinden, maar het lukt ons niet en met z’n tweeën op 1 telefoon kijken werkt al helemaal niet bij ons. En ik had altijd de paspoorten in mijn telefoon… dusja. Robin wil al terug naar het hostel gaan, als ik denk: ja verdomme ik ga niet helemaal terug om 2 paspoorten… Ik ga naar een ander loket en vraag aan de man of hij onze paspoorten echt nodig heeft. Hij zegt dat hij de paspoortnummers nodig heeft. Oh alleen de nummers? Ja die weten we ondertussen wel uit ons hoofd. Dus ik roep Robin, en wenk hem dat hij terug moet komen. Dus wij geven onze nummers door en dan mogen we dus doorlopen. Ook iets dat ik heb geleerd: altijd nog even extra proberen, vaak kan het wel op een andere manier.

We stappen in een busje en raken aan de praat met een Nederlands stel dat ook in ons hostel verblijft. Het is gezellig en uiteindelijk brengen we de hele dag met hun door. We zien aapjes, indianen en mooie strandjes en we kletsen veel. ’s Avonds kletsen we nog met zijn viertjes en daarna gaan we naar bed want de volgende dag komt een busje ons ophalen om naar Cartagena te gaan. We komen einde middag aan en de volgende ochtend vertrekt ons vliegtuig naar… San Andres. Een mooi bounty eiland, zo mogen wij geloven.

Het bounty eiland
We slapen twee nachtjes redelijk dichtbij het centrum. Als we aankomen zijn er donkere wolken en als we onze tassen hebben gedumpt en wat willen eten begint het toch een partij te regenen. Welkom op het bounty eiland! Als we na onze lunch naar ons appartement willen, stappen we in de verkeerde bus. Wat eigenlijk ook wel weer grappig is. We laten ons een beetje meevoeren maar stappen daarna toch uit. Oke hoe nu naar huis? We slenteren nog wat rond en houden dan toch een taxi aan.

Eerste indruk van het eiland: eigenlijk ben ik er niet zo kapot van. Het is best een rommeltje en veel gebouwen staan leeg, meer een beetje griezelig. Robin vindt dit juist weer cool. Ja, het water is wel heel mooi, maar ik krijg meer het gevoel van een drukke, populaire Spaanse badplaats.

Robin is de 28e jarig en hij wil heel graag op een jetski. Eigenlijk vinden we dit al best toeristisch en staat het ons een beetje tegen, maar je moet het een keer geprobeerd hebben, toch? Eerst gaat Robin voorop en ik achterop (zoals op de motor) maar daarna wil ik ook even ‘rijden’. Ik moet even wennen maar als ik het eenmaal door heb schater ik het uit van het lachen. Wat is dat gaaf, we lachen ons kapot. ’s Avonds gaan we bij een (schijnt) heel goed restaurant uit eten. We denken dat we minstens een uur moeten wachten maar ze hebben nog een plekje voor twee zonder reservering, jippie! We hebben een super mooi plekje!

Na twee nachtjes gaan we naar het zuiden van het eiland en dit is veel fijner. Minder toeristen, lekker rustig en je krijgt meer het idee dat je op een mooi eiland bent. Als we aankomen staat er een hond op ons te wachten, een pitbull (volgens mij ik heb niet zoveel verstand van honden en anders zie je de hond hieronder), en die honden zijn meestal niet de liefste. Maar al snel merken we dat dit zo’n lieve hond is en we worden vrienden met Pirata (piraat, echt die naam is toch al heerlijk). Hij doet geen vlieg kwaad, hij rent alleen achter de kippen aan, is ontzettend lui en komt altijd met zijn smeek oogjes naar ons toe als we aan het eten zijn. De eigenaar is trouwens ook echt top!

We huren mountainbikes en daarmee verkennen we dit deel van het eiland. We zijn de enige die op een fiets zitten, verder zie je van die golfkarretjes met toeristen rijden. Na een tijdje word ik hier persoonlijk ook een beetje naar van. Je kan alles makkelijk op de fiets doen, maar overal zie je scootertjes en van die karretjes. Verpest een beetje dat mooie eiland gevoel naar mijn idee. Robin zegt dat ik er niet te veel over moet nadenken. (Oke dan).

We komen bij een schattig stukje strand aan waar het lekker rustig is en gaan bij een strandtentje zitten. Daar is iedereen gezellig bezig met zijn of haar telefoon. De hele dag foto’s maken en dan op social media zetten (denk ik). Het valt je op als je geen telefoon hebt he.

Opa zei 2 jaar geleden al tegen mij dat het een ziekte was, die ‘rare dingen’. Nou opa, ik denk dat u steeds meer gelijk krijgt. En ik denk als ik er zo meteen weer 1 heb dat ik er ook weer snel aan verslaafd ben, maar ik moet zeggen dat ik het nu helemaal niet mis. Oke oke, nu heb ik ook wel Robins telefoon en dat is soms best fijn (dat moet ik niet ontkennen). Maar soms maak ik me echt een beetje zorgen en denk ik: hoe gaat dit over 10 jaar eruitzien? Bah, ik wil er niet over nadenken.

1 meter diep duiken…
Die dag erna gaan we duiken. Ik heb nog nooit gedoken en eigenlijk weet ik ook niet of ik dit leuk vind. Ik word er een beetje claustrofobisch van. Die ochtend voel ik me ook niet zo goed, ik krijg geen hap door mijn keel. ‘Eet nou wat’, zegt Robin ‘komt vast door de zenuwen maar komt allemaal goed.’  ‘Ja, ja’, zeg ik maar stiekem leg ik mijn bordje in de koelkast, komt later wel. Ik neem een paar crackers mee. Maar eenmaal daar voel ik me ook nog niet echt goed, misselijk en zenuwen, wat is het nu eigenlijk? De eigenaar van het hostel is ook mee en hij is zo relaxed ‘het hoeft niet he, als je niet wil’, dan besluit ik die zenuwen op zij te schuiven en het maar gewoon te doen. Ik ga mee duiken en ik voel me niet meer misselijk. Maar op de een of andere manier lukt het niet mijn oren te klaren dus ik kom denk op 1 meter diep, haha. Ik ben blij dat ik het heb geprobeerd maar nog steeds weet ik niet of duiken echt mijn ding is (kan ik dat wel zeggen na deze ervaring)?

Het zal vast wel mooi zijn allemaal maar ik heb het nou niet echt op vissen. Ik herinner me nog goed dat ik als 9-jarig meisje in Mexico was en een vis aan mijn teen sabbelde. Niemand geloofde me (Manon ligt nu in een deuk als ze dit leest), maar het was echt zo. Toen ik 17 was had een kwal me te pakken, ik schreeuwde heel het strand bij elkaar, ze moeten vast gedacht hebben dat mijn been er was afgebeten door een haai, maar nee (nu ligt de familie van Leest in een duik ;)). (Een beetje zelfspot is belangrijk bij dit duikverhaal ;))

Anyway, het was leuk die ene meter onder water duiken, maar ik denk dat snorkelen toch meer mijn ding is. Dan ben je ook tussen de vissen ja, maar dan kan ik er meteen uit wanneer ik wil. Een beetje claustrofobisch idee krijg ik bij duiken of dat ik geen tot weinig controle heb.

We zijn nog geen 10 minuten terug als de misselijkheid een staartje krijgt (haha letterlijk). Het komt er van beide kanten uit, zal ik maar zeggen. Vandaar die misselijkheid vanochtend. We upgraden onze kamer want onze huidige kamer heeft geen airco en voor de badkamer moet je 2 trappen naar beneden. Niet ideaal in dit stadium. En het is maar goed ook dat we dat gedaan hebben want die dag breng ik in bed en op het toilet door.

Er wordt super goed voor me gezorgd, zowel door Robin als door het personeel. Ze brengen me soep, water, sapjes, van alles. Robin voert me zelfs soep en ik moet ‘meer eten’. Ik kan echt niet meer en na 2 minuten komt al de soep er weer gezellig uit. Gelukkig is het na 1 dag al over, ook al voel ik me nog wel alsof ik door een vrachtwagen ben overgereden en ik breng nog een dag in bed door. Die dag erna vliegen we alweer naar Bogota. Gelukkig voel ik me dan weer wat beter. Die dag erna gaat het weer een stapje beter en krijg ik mijn eetlust weer terug, en dat is fijn want ik moet echt waar even wat extra eten om aan te sterken.

In Bogota gaan we naar Monserrate, waar vandaan je een mooi uitzicht over de stad hebt. En we doen weer mee aan een Free walking tour, iets dat we bijna altijd doen als we in een stad zijn. Ik doe nog een ochtendje yoga in het hostel, wat zo ontzettend fijn is en we ontmoeten een Engels stel waar we het erg gezellig mee hebben en waar we de laatste avond iets te veel cocktails mee drinken (of laat ik voor mezelf spreken). Die ochtend moet ik er namelijk om 04.30u uit voor mijn vlucht naar Quito (Ecuador). Robin maakt me wakker (want Anouk heeft geen telefoon, dus geen alarm), hij bestelt een uber (want Anouk heeft geen telefoon) en daar ga ik! Robin heeft een vlucht in de middag en hij vertrekt naar Nederland. Ik kijk heel erg uit naar wat er de laatste maand nog gaat gebeuren maar tegelijkertijd ben ik ook een beetje jaloers op Robin: Ik wil ook Amsterdam, mijn familie en vrienden weer zien! Oja en het Nederlandse eten want daar hebben we de laatste week alleen maar over gepraat.

A: Wat ga je als eerst eten als je thuis bent?
R: Truffel pizza van Pazzi
A: Ah neeee dat wil ik ook!
R: En friet met pindasaus van de markt.
A: En appeltaart van Winckel! En normaal brood met oude kaas.
R: Oja en de pesto van de markt, en ik ga denk ik dat broodje maken dat we toen in Chili hadden gemaakt met Old Amsterdam.
A: En zo’n kaasbroodje van de markt.
R: Of van de Hema een kaasbroodje!
A: Nee die vind ik niet lekker, ik bedoel die kaasvlinders op de Ten Kate. Of Red Velvet Cake van de drie graefjes, maar daar ga ik vast wel met Britt heen.

En zo geschiedde. Robin is ondertussen thuis en stuurt me iedere dag foto’s van wat hij eet. Super lief. Maar ik mag zeker niet geklagen… wordt vervolgd.

De helse fietstocht, toen het nog leuk was 

Tayrona park 

Mooie knieën na de val 

Helemaal gek op Pirata

,

Welcome to the jungle

Na een paar maanden gereisd te hebben, en op allerlei soorten plaatsen te zijn geweest, ben ik eruit. Ik houd van een jungle omgeving en van het strand. Bergen vind ik wat minder interessant (klinkt zo verwend…). Vandaar dat ik waarschijnlijk helemaal onder de indruk van Brazilië was en ook van deze jungle experience…je kan er maar achter komen he 😉

Dan nog iets: Ik merk dat de tijd voor mezelf me goed heeft gedaan. Ik merk dat als ik alleen ben, ik veel meer tijd neem om de dood van papa te verwerken. En als je beide in een relatie door een moeilijke tijd gaat is het lastig om elkaar te helpen. Eerst jezelf helpen is dan belangrijker zodat je er daarna weer voor elkaar kan zijn. (Ook al ben ik heel blij dat we samen naar de jungle zijn gegaan want dat was ontzettend leuk!)

We hebben nog een vlucht naar Iquitos staan (de jungle) en daarna een vlucht naar Colombia. We besluiten om in Colombia opnieuw even alleen te reizen en te kijken hoe dat gaat. En dan nog iets leuks: de eerste 1,5 week in Colombia komt Shannon langs. Daarover volgende x meer want dat is ook nog een leuk verhaal.

Nog een oja: vrijdagavond is mijn telefoon gestolen. We waren uit geweest (Shannon en ik), alles ging dicht en we stonden buiten nog even te kletsen. Er stonden een paar verkopers om ons heen en hoogstwaarschijnlijk hebben ze mijn telefoon uit mijn tasje gehaald. Verder heb ik er gelukkig niets van gemerkt (je hoort weleens van die horror verhalen) en mijn pasjes etc heb ik ook nog. Natuurlijk is het ontzettend balen, maar er zijn ergere dingen in de wereld. Na even wikken en wegen heb ik besloten om geen nieuwe (tijdelijke) telefoon hier te kopen omdat dit uiteindelijk maar voor 4 weken zou zijn. Ik heb mijn laptop bij me en eigenlijk vind ik het wel een avontuur om even zonder telefoon te reizen… ben benieuwd!

Tijdens het verblijf in de Jungle ben ik weer eens gaan schrijven in mijn boekje. Eigenlijk zijn dat de beste momenten: schrijven op het moment dat je er bent, en niet 3 weken laten (OEPS). Dus ik ga even stukjes ervan overschrijven.

Dagboek in de jungle

30 april, 7.30 u ‘s ochtends

“Ik voel me eigenlijk best op mijn plek in de jungle. Ik had verwacht dat ik het wat meer wennen zou zijn maar ik dat is niet zo. Alleen de muggen zijn meer dan irritant.

Vanochtend werd ik wakker met de geluiden van de jungle. Alle dieren worden wakker, vooral de vogels en aapjes hoor je… Het geluid is eigenlijk niet te beschrijven, maar het is zo ontzettend mooi en fijn om zo wakker te worden. Vannacht zijn we op zoek gegaan naar krokodillen. In een klein bootje, op elkaar gepropt ga je het donker in. Echt heeeel donker. We hebben geen grote krokodil gezien (die houden zich goed verstopt) Maar de tourguide had een kleintje gepakt en die mochten we vasthouden maar dat vond ik maar niks dus dat heb ik niet gedaan (vond het een beetje zielig).

Overdag ook op de boot gezeten en pink dolphins gezien. Daar stel je je iets heel moois en romantisch bij voor maar eigenlijk zijn ze best lelijk, haha! Oh en: aapjes gezien! Dat was zooo leuk! We kregen allemaal een stukje banaan en we gingen dichter aan de kant met de boot en opeens lopen er 3 apen de boot op. Op dat moment vond ik het best spannend: durfde echt die banaan niet te geven. Even de kat (of beter gezegd: aap) uit de boom kijken en toen durfde ik wel. Uiteindelijk had ik een wild aapje vast zo ontzettend schattig, als een baby lag ie in mijn armen. Maar toen werd er een andere aap jaloers en sprong op mijn hoofd/schouder. Daar heeft Robin een paar leuke foto’s van genomen, haha! (Overigens zijn de aapjes hier heel anders dan in Azie want ik hoor dat ze daar niet zo leuk zijn en alles afpakken omdat ze het willen ruilen voor eten, maar daar heb ik dus geen ervaring mee 😉 ).

Ook merk ik dat 1 dag jungle je al zoveel rust geeft. Geen WIFI, geen andere afleidingen en ’s avonds doen we fanatiek het spel : Weerwolven. Voor wie dit nog nooit heeft gedaan: ga dit een keer doen. Eigenlijk heb je alleen een groepje mensen nodig en een paar kaarten en spelen maar. Ik was de eerste avond dus continue de wolf en dat zag je vaak aan mijn hoofd (vooral Robin natuurlijk), maar de dag erna ging het steeds beter en lukte me het om steeds beter het spel te spelen (eigenlijk een partijtje bluffen en liegen als je de wolf bent, haha).

Echt tof ook om dit met vreemde mensen te spelen, maakt het nog moeilijker ook. En goed ook dat er geen wifi was want dan hadden we nooit zulke leuke avonden gehad als deze!

De vlucht van Lima naar Iquitos zat ik… (3 x raden) niet naast Robin maar naast een opaatje! Haha, kon ook niet anders. Het was een Canadese opa en hij had gevochten in de oorlog en in Duitsland, Vietnam en weet ik veel waar allemaal gewoond. Het was zo’n poepie! En hij zei dat hij jarenlang alcoholist was geweest en dat hij in die periode ook  zijn huidige vrouw had leren kennen maar het op dat moment niet werkte. Daarna is hij gestopt met alcohol drinken en 1,5 jaar daarna kwam hij haar opeens weer tegen op straat. ‘When it is meant to be, it is meant to be’, zei hij toen. Ahhhh mijn hartje stroomde over van liefde. (Zijn vrouw zat trouwens weer naast hem tijdens dit gesprek, ook al zo’n schat).”

30 april 14.00 u ’s middags

“We komen net uit een wandeltocht door de jungle. Echt geweldig, maar VOL MET MUGGEN, niet normaal. Na een paar uur was ik er wel weer klaar mee want ik zit helemaal onder. Maar het was zo interessant. Even een paar dingetjes die we gedaan hebben

– We kwamen bij een boom aan en daar liepen termieten op. De tourguide plaatste zijn hand op de boom en de termieten liepen zo zijn hand op, bijna vol was zijn hand! Daarna haalde hij zijn hand eraf en scrubt hij als het ware met zijn andere hand, de termieten over beide handen. En dan heb je dus een natuurlijke muggenspray want de termieten ruiken naar lemon! Dat wilden wij ook wel met al die muggen (jammer dat dit een beetje op het einde was want het had wel eerder van pas gekomen, haha).
– Robin at een worm die smaakt naar cashew (volgens Robin). Volgens mij werden ze Coco wormen genoemd? Onze guide vertelde dat als mensen dagen door de jungle lopen en ze hebben honger, ze een stuk of 10 van die wormen eten en dat voldoet aan een volledige lunch!
-En Robin had de eerste avond een thee op met een plant erin, waarvan je diarree overgaat. En ook nog een andere plant hadden we in de jungle gedronken (de guide hakt een beetje schors van een boom en dan knijpt hij erin en krijg je een soort sap) dat schijnt heel gezond te zijn en ook voor diarree. (Best handig)
-Oja en schors van een boom dat je kan koken en dan kan drinken als je het koud hebt want daar krijg je het weer warm van.

Ik vind dit allemaal zo bijzonder! Na een paar uur in de jungle denk je toch echt: er is veel meer dan wij denken. Wij maar naar de apotheek en dan werkt het soms nog niet, of is het niet goed voor je. Na zo’n dag denk je echt: wij gebruiken en waarderen te natuur veel te weinig! Ik bedoel, in Nederland kan je niet schors van een boom afhalen en opdrinken, dat snap ik ook wel. Maar ik denk dat we de natuur te weinig waarderen. Hier leven ze echt samen met de natuur en dat is heel mooi om te zien.

Voor mij is het nu echt zo dat als je in de jungle bent, even weg van alles, ‘back to basics’ je weer tot jezelf komt en weer snapt waar het leven allemaal over gaat en wat ertoe doet in het leven. En ik ben pas 24 uur hier, kan je nagaan. Ik denk dat het iets is dat je echt zelf moet ervaren, want misschien klink ik nu veel te ‘ver’ met mijn ‘back to basics’ verhaal.

Ook net gezwommen in de Amazone. Ulgh ik dacht eerst: ga ik echt niet doen (het is zegmaar bruin water). Maar gewoon badpak aan (er is nog geen nieuwe bikini) en zwemmen en niet denken wat voor beesten er allemaal in leven. Daarna lekker lunchen en een uurtje chillen.

In Nederland is alles zo gehaast. Begrijp me niet verkeerd, ik ben Nederland ook echt wel meer gaan waarderen na die maanden reizen, maar ik denk dat het best een tandje minder kan. We werken hard en voor ons werk doen we heel veel, maar hierdoor eten we achter onze computer? Als we zoveel voor ons werk of voor anderen kunnen doen, dan kunnen we toch ook beter voor onszelf zorgen of meer tijd voor onszelf nemen? Iets dat we soms best wel vergeten. Het is leuk om hierover na te denken, vooral in de jungle want dan krijgt je allemaal ideeën en je creativiteit staat op 100%. Ook leuk om het hier samen met Robin over te hebben omdat we beide merken wat de tijd in de jungle met ons doet.”

1 mei 12.00 uur

Gistermiddag zijn we weer het water opgegaan. Dit keer de andere richting op en veel aapjes gezien! En een stukje op het ‘donkere’ stuk gevaren, hier zitten de gevaarlijke dieren, zoals de Anaconda. Haha ik zei altijd Alaconder, (zat nog een beetje met de vogels in m’n hoofd) toen lachte Robin me keihard uit en leerde hij mij op 26jarige leeftijd hoe die grote, dikke slang nu echt heet.

’s Avonds zouden we een tocht gaan maken door de jungle maar ik had niet zoveel zin eigenlijk. Weer al die muggen… laat maar. Maar uiteindelijk toch meegegaan en dat was toooof! Haha ik was helemaal niet bang, vond het heerlijk in de modder banjeren in het donker. Word er steeds beter in. Voelde me best op m’n gemak met mijn zaklampje. We zagen zo’n harige, donkere spin: tarantula, een slang en een mega kikker, die laatste hebben Robin en ik ook aangeraakt. Echt een mega beest is dat joh.

Daarna nog een paar potjes wolven met de club en toen naar bed. Om 4.45 ging de wekker om te varen en de ochtendgeluiden te beluisteren. Echt die geluiden… ik heb het al gezegd maar ben echt verliefd op die geluiden. Na de boottocht weer slapen, ontbijten en… VISSEN haha. Ik dacht eerst; zal ik wel meegaan, ik vind vissen echt saai en niet leuk, maar (wederom) toch meegegaan. Robin vond het helemaal geweldig, en dat vond ik dan weer leuk om te zien, die grote lach op zijn gezicht (vooral als ie een piranha aan de haak had). Maar ik had ook een belangrijke functie, namelijk: water uit de boot scheppen haha. Want die kwam langzaam onder water te staan. Op het einde heb ik ook nog even gevist, zo’n 5 minuten, maar ik had beet. Ik trok ‘m uit het water en toen ontsnapte de vis (vond ik niet erg). Robin had zo’n 5 vissen gevangen. ‘Nooit gedacht dat ik nog eens met jou zou vissen!’, zei Robin. Daarna heeft Robin de vissen ook nog schoongemaakt in de keuken. ‘Als je vis eet, moet je ze ook kunnen vangen en schoonmaken’, zei hij. En daar ben ik het ook wel mee eens 😉

Tot zo ver de verhalen uit de jungle. We hebben er 2 nachtjes geslapen en het was ontzettend leuk maar ook fijn om weer terug te gaan om een goede douche te kunnen nemen (er kwam een straaltje koud water uit de kraan, wat voor in de jungle prima is maar daarna is het wel lekker om weer iets meer luxe te hebben) en een beter bed!

Terug naar het vaste land

Die dag erna zijn we lekker aan het chillen. ’s Middags zitten we op het terras en we ontmoeten leuke mensen. Een man uit Londen die sinds 3 maanden in Iquitos woont. Hij werkt voor de protestantse kerk en hij vertelde daarover. Anders zou ik zo iemand niet zo snel spreken en het was een hele relaxte, aardige man. En daarna 2 Amerikaanse stellen, ook heel gezellig mee gehad. Dat zijn toch wel de meest bijzondere momenten aan het reizen. Een dag niks doen en dan van alles op je pad komt, en met van alles bedoel ik deze keer de mensen die we ontmoeten.

’s Avonds gaan we met de jungle groep eten. De volgende dag bezoeken we de grote markt met de jungle groep. Een bijzondere ervaring… maar zo vies. Jeetje hoe kunnen mensen hier zo leven, denk je dan. Grappig want dat denk je soms in de negatieve vorm maar ook in de positieve vorm.

Maar op zo’n markt… ik hoef vast niet te vertellen dat er allemaal dode beesten liggen op een houten plank waar allemaal vliegen op af komen… We lopen een uurtje een beetje rond en dan is het ook wel weer klaar. Ik ben ook heel gevoelig voor geur en die geuren daar… oef. Twee jongens van de groep hebben allemaal inkopen gedaan want ze gaan ’s avonds thaise curry maken, woooow en die is lekker! Jammie.

Robin heeft een fan!

Oja en dan vergeet ik nog bijna iets, als we op de markt lopen horen we opeens harde muziek. We lopen in die richting en lopen langs een dansende jongen die grote mannen heel leuk vindt. Want eerst probeert hij met een jongen van onze groep te dansen maar die duwt hem weg. Dan gaat hij naar Robin, en Robin loopt rustig door terwijl de jongen voor hem danst. Het is heel grappig om te zien. Dan gaat de jongen achter Robin lopen en springt opeens op zijn rug en doet een dansje. Ik ga erachter lopen en het is zo’n grappig gezicht. Echt net een klein aapje op Robin. En Robin loopt rustig door, haha alsof er niets aan de hand is. (Ik ging er ook achter lopen om te kijken of hij niet stiekem zijn portemonnee of iets uit zijn broekzak haalde natuurlijk;) )

Die middag gaan Robin en ik naar een restaurant met zwembad, midden op het water. Het is mooi hoe ze het allemaal hebben opgezet, zelfs het bootje naar het restaurant. Het eten vinden wij helaas wat minder, maar het is er wel erg mooi. Vooral als het de zon wat gaat zakken (en Robin foto’s maakt).

En dan komt er een einde aan ons Peru verhaal. De volgende ochtend vertrekken we naar het vliegveld voor onze vlucht naar Lima, om vervolgens van Lima naar Colombia te vliegen. Op het vliegveld willen we beide een luchtje kopen. Robin is er al snel uit: hij neemt die hij altijd had. Maar ik wil iets nieuws. En Robin vindt niets lekker ruiken. Volgens hem ruikt alles ‘alsof er een bos bloemen binnenkomt’, waarop ik met mijn ogen rol. Uiteindelijk vind ik toch een lekker luchtje, en Robin vindt het ook lekker, dit ruikt niet naar ‘een bos bloemen’. Allebei blij.

Hij noemde me Tarzan, ik zei: Nee Jane!

Robin en één van de piranha’s

De aapjes!

Robin en de worm die naar cashew smaakt

 

 

,

Travel solo

(Dus… ik dacht ik ga even mijn blog plaatsen in de jungle maar nee dat gaat niet want de WiFi is niet zo best. Nu weer wifi en we zijn ondertussen in Medellin! Dit blog is een week geleden geschreven, vandaar de link naar Koningsdag) Liefs!

Terwijl ik allemaal oranje foto’s voorbij zie komen en ik toch wel een beetje jaloers scroll door Facebook en Instagram schrijf ik dit blog vanuit Lima. Ik was zo ontzettend goed bij met blogs schrijven maar ik heb het de laatste weken even laten varen, terwijl ik er toch zat tijd voor had. Maar even geen zin. Wel aantekeningen gemaakt anders heb ik echt geen idee meer wat ik allemaal heb gedaan.

Pablo de Parasiet
Om maar eerst even iets duidelijk te maken (want hier kreeg ik vragen over) Pablo de Parasiet is ergens in Cusco achter gebleven. Of waar dan ook. Ik heb eigenlijk ook geen idee hoe zo’n parasiet verdwijnt, was ik me aan het bedenken. Valt ie zo uit je lichaam ergens in je bed? Of lost ie vanzelf op? Brrr eigenlijk wil ik er niet aan denken en ik weet ook niet of ik het antwoord wil weten. Wel weet ik dat door die geweldige spray en een paar pillen Pablo is vertrokken. De spray heb ik bewaard, want je weet maar nooit wanneer z’n neef op bezoek komt…

Verkeer in Peru…
Verder waar we zijn gebleven: want Machu Picchu was onze laatste stop en daarna gaan Robin en ik apart reizen. Ik moet zeggen dat ik na twee weken ook wel een beetje klaar ben met Cusco. Ik hoor van heel veel mensen dat ze het echt geweldig vinden maar ik vind het vooral heel druk en mega veel getoeter van het vele verkeer. En dan zal je denken: ja maar Anouk jij woont toch zelf ook in de stad. Dat klopt inderdaad, maar Cusco is echt de eerste stad voor mij die ontzettend druk aanvoelt. En dat getoeter, ja daar zijn ze in Peru ontzettend goed in. Als je gewoon op straat loopt, en een auto rijdt op de weg zonder ook maar een auto voor of achter zich, dan toetert ie? En dan kijk ik van: wat is er aan de hand? Maar dus helemaal niks. En ik schrik nogal snel van geluiden dus nouja, dat iedere dag dus 1000x haha. In het begin had ik zin om tegen die auto’s te schoppen, omdat ik me helemaal rot schrok, maar al snel heb je door dat het er gewoon bij hoort.

Ik kan dan ook niet wachten om naar Arequipa te gaan. Ik vind het een fijnere stad, wat rustiger. Hier zijn Robin en ik al 2 dagen geweest maar toen vooral gegeten, hehe en niet zoveel gezien.

Omdat de bussen in Peru niet altijd heel veilig zijn (je hoort veel verhalen over bussen waar je beroofd wordt) besluit ik met een busorganisatie te gaan die ook trips organiseren en waar vooral veel toeristen zijn. Aan de ene kant staat het me tegen maar aan de andere kant voelt het ook veilig, vooral nu ik voor het eerst alleen reis (en uiteindelijk blij dat ik het heb gedaan want van de NL’ers waar we mee hebben gereisd horen we nu dat ze beroofd zijn in een bus terwijl ze lagen te slapen). Bij de busorganisatie waarmee ik heb gereisd kon je gewoon onbezorgd slapen zonder je zorgen te maken over je spullen, en dat is toch wel een fijn gevoel.

’s Ochtends vroeg komt de bus aan in Arequipa en ik krijg meteen een bed toegewezen dus ik ga meteen even een paar uur slapen. Daarna loop ik de stad in en ga naar een klein pleintje waar ze een restaurant, antiek winkel, cafe en … chocoladewinkel hebben. En daar kan je dus zelf chocolade maken.

Nu ben ik dus echt een chocoladefan, dus dit moet ik natuurlijk een keer gedaan hebben. Ik loop naar binnen en wil me aanmelden en dan hoor ik: ‘He noukie!’, ik draai me om en daar zit Robin te lunchen. Ik draai me voor de grap om en wil weglopen. Maar natuurlijk draai ik me wee om naar hem. ‘Neeee, niet nu al!’, zeg ik. En ik kan alvast vertellen dat dit de rode draad van dit verhaal zal worden…

Chocolade maken
Maar eerst loop ik naar binnen om mijn chocolade cursus te boeken voor die middag. Daarna ga ik bij Robin zitten en gaan we samen lunchen. Ook ontmoeten we bij het restaurant een Nederlands meisje en zij en ik wisselen nummers uit. Na de lunch ga ik chocolade maken en dat is zoooo leuk. Onze leraar is ontzettend goed, echt een passie voor chocolade en les geven, heeft die man. We leren de geschiedenis van chocolade, hoe het gemaakt wordt (en dit proces doorlopen we ook zelf), en we leren hoe we echte chocolade van neppe kunnen onderscheiden. En nu ik zoveel echte, goede chocolade heb geproefd en weet te onderscheiden hoop ik dat ik die neppe zooi nooit meer hoef, haha. Want in principe zit daar dus alleen maar heel veel suiker in en weinig cacao. We maken dus zelf ook chocolade en ik stop net de laatste in mijn mond. Ik snap niet dat ik er zo lang over heb gedaan want ondertussen zijn we twee weken verder en een gedeelte zit ook bij Robin in zijn buik, maar het is echt helemaal lekker! En chocolade is dus ook heel gezond voor je, maar dan moet je dus wel de goede kopen. Want echte chocolade heeft dus maar 3 ingrediënten: cacaoboter, cacaobonen en suiker. En er was ook nog iets met vanille, maar volgens mij was dat alleen met witte chocolade. Oke kan dus best dat ik hier wat verkeerds zeg, maar wat ik ermee wil zeggen dat goede chocolade niet veel ingrediënten bevat.

Na de chocolade cursus loop ik naar de winkel en ik kan het niet laten, maar als ik ergens fan van ben, dan wil ik alles kopen. Dus ik koop lippenbalsem, zeep en bodylotion met cacaoboter erin! Ik heb altijd al een zwak voor beautyproducten gehad en vooral als je het verhaal erachter weet en dat het natuurlijke producten zijn.

Die avond ga ik pizza eten met een jongen van mijn hostel. Ik begin ook net te denken dat ik tijdens mijn reis veel mannen vrienden maak maar waar blijven die vrouwen? (min mijn grote vriendin Ellen dan he).

Colca Canyon
Nou dat komt dus die avond daarna, want het NL’se meisje die ik die vorige dag in het restaurant heb ontmoet, stelt voor om samen te eten met nog een ander meisje. We besluiten weer die heerlijke vegan sushi te eten. Echt de beste, kan er geen genoeg van krijgen. Die dag vertrek ik ook naar een ander hostel en ben ik veel aan het schrijven, lekker rustig dagje dus. Dat is maar goed ook want die nacht moet ik om 3 uur klaar staan omdat ik de Colca Canyon tour ga doen. En ik vind het best spannend want dit is dus de eerste, meerdaagse hike die ik ga doen. Maar ik heb er vertrouwen in want ik heb die knappe knieband bij me. En echt, dat heeft me veel geholpen sinds ik het heb. Anders had ik dit niet kunnen doen. En ja, als ik terug kom moet ik maar even bij een fysio langs want ik blijf er last van hebben (maar dat is weer een ander verhaal).

Na een paar uur in de bus te hebben geslapen, stappen we ergens uit om te ontbijten. Onze tourguide roept iets en wijst naar een tafel dat die alleen voor een bepaalde groep is. Ik luister er eigenlijk niet zo naar, ben ook net wakker en een paar Nederlanders schuiven aan die tafel dus ik ga er gezellig bij zitten, er is tenslotte ook nog 1 plekje over. En met deze mensen zit ik toch ook in het busje? Ik denk er niet veel over na maar als ik aan het heerlijke, uitgebreide ontbijt begin, komt onze tourguide en vraagt hij of ik bij blablaTours heb geboekt. Uuuuh, weet ik veel? Gewoon bij m’n hostel. We zitten toch allemaal bij dezelfde? Niet dus. Haha ik zit bij het luxe ontbijt en ik heb geen luxe prijs betaald. Ik moet 2 euro extra neerleggen omdat ik bij het luxe ontbijt ben gaan zitten. Haha, ik moet lachen en vind het tegelijk ook een beetje onzin maarja voor die 2 euro wil ik best wel graag een uitgebreid ontbijt hoor! Dat kan ik wel gebruiken.

Daarna stappen we uit bij een punt waar we condors spotten. De één na grootste vogel ter wereld heb ik me laten vertellen. Meteen als we uitstappen zien we er 2 vliegen. Ze zweven heel langzaam door de lucht. Ik ga bij een hek staan en we blijven kijken naar boven maar daarna komt er weinig voorbij helaas.

Opeens voel ik een hand op mijn zij, en ik weet dat dit geen condor is. Drie keer raden wie het is. Als ik me omdraai zie ik die mooie blauwgroengrijze ogen en die groene zweetpet (hahahaha hij heeft sinds Brazilië een pet en die heeft hij iedere dag op en ondertussen zie je een zweetrand op die pet en daar plaag ik hem natuurlijk mee). Jij weer hier?! En ja hoor, hij heeft dezelfde tour geboekt als ik op dezelfde dag.

Even later gaan we de bus weer in en niet veel later worden we weer ergens afgezet. De ‘luxe’ groep gaat verder met de luxe tourguide en ik en een paar andere moeten wachten op onze tourguide. Ik blijf over met een tweeling uit de buurt van Londen en een jongen uit Zwitserland. Al snel hebben we de grootste lol en ik heb meteen een klik met de tweeling. Dan komt Robin aan bij het punt, en het blijkt dat we niet bij elkaar in de groep zitten. Uiteindelijk hebben we een leuke groep en daarmee beginnen we onze wandeling naar beneden, met echt een topgids trouwens, Hubert. Naar beneden gaat het eigenlijk best prima met die knie van me. Na een tijdje moeten we stijl naar boven en dat is toch best pittig. We komen bij een klein hutje boven en ik wil een flesje water kopen bij de meneer maar hij is heel oud en kan amper praten, echt te schattig meneertje. Ook zo ongeveer 3 tanden in zijn mond. Ja ik heb een zwak voor opa’s maar dat wist iedereen al… Daarna lopen we langs zijn schuurtje en ik zie allemaal cavia’s lopen. ‘Aaaah schattig’, zeg ik. Maar een seconde later kan ik wel janken want dan bedenk ik me dat die daar niet voor de lol lopen maar dat cavia’s hier worden gegeten in Peru. Vind ik niet minder erg dan een kip, koe of varken (dat vind ik namelijk nogal hypocriet) maar het is even niet wat je gewend bent.

We lopen verder en ik praat even met mijn gids. Echt een topvent vind ik het. Echt passie voor zijn werk en hij loopt als een malle met die korte beentjes. Als hij even later mijn fles water van 2,5L draagt (dit vraag ik niet, hij bood het zelf aan, echt waar. En dan zeg ik geen nee 😉 ) vind ik hem al helemaal een schat haha. Het einde van de dag komen we helemaal beneden aan, bij hele primitieve hutjes maar zo leuk om daar een keer te slapen. Ik deel een kamer met de tweeling. Het zijn echt de slechtste bedden ooit haha, het hutje is van bamboe gemaakt met een gat in het hutje dat een raam moet voorstellen. Even wennen maar dat is toch gewoon geweldig… De douche is ook heel primitief maar ik vind het heerlijk. Niet te veel nadenken, niet naar die beesten kijken en gewoon de kraan open zetten. Echt het idee dat je aan het reizen bent. Als we daar zijn aangekomen roep ik ook 100x hoe trots ik op iedereen ben. Sommige zullen vast denken wat een idioot maar mijn hoofd is tegelijk ook bij 3 jaar geleden toen ik amper in staat was om een paar minuten te wandelen. En dat maakt het genieten nog groter voor mij. Tijdens zo’n wandeling krijg je ook veel tijd om na te denken en ik vind het dan ook heerlijk om lekker te lopen (of fietsen, ook fijn trouwens) en lekker je gedachten te laten gaan.

Die avond vertelt onze gids een verhaal over de condor. De condor is zijn of haar leven trouw aan 1 partner. Als de partner overlijdt en de ander heeft zoveel pijn en kan niet leven met het verdriet, dan gaat de achtergebleven condor naar de hoogste berg, plukt zichzelf kaal en laat zich vallen van de berg. Zelfmoord bij een condor dus. Ik moet een paar keer slikken want dit verhaal komt best wel hard aan. Vooral na zo’n hele dag inspanning en als je dus heel moe bent.

Zooooo trots
De volgende ochtend lopen we tegen 5 uur ‘s ochtends de berg op. Het is leuk maar ik vind het ook zwaar. Ik ben ook echt nul getraind voor hikes en dat voel ik wel. Ook denk ik: had ik dit nou beter gekund als ik geen chemo’s had gehad? Had ik dan beter gepresteerd? Maar aan de andere kant: wat maakt het ook uit, het gaat erom hoe het nu gaat. Als we nog 40 minuten moeten lopen tot we aan de top zijn, ben ik kapot en ik zie ezels naar boven lopen met personen erop. Ik wil echt niet het laatste stuk op een ezel, ik wil het zelf doen. Maar ik zou die tas op mijn rug toch wel graag kwijt willen. Ik houd een meneertje aan op een ezel en ik vraag of mijn tas mee kan. ’10 soles!’, begint hij. ‘Noooo’, zeg ik meteen. ‘Ok, ok, 5 soles’, zegt ie meteen. Het is echt bizar hoe je hier continue moet afdingen. Ik had het de vorige keer al verteld, maar af en toe word je er wel moe van. Dus mijn tas gaat mee op de ezel en ik voel me als een vogeltje zo licht. Ik ren bijna die berg op! (Oke de eerste minuut dan, hahah)

Uiteindelijk komen we boven en jeeeeej zo trots dat we (of nouja eigenlijk vooral ook mezelf) dit geflikt hebben. Als ik bijna boven ben zie ik Robin met zijn camera staan, hij filmt me en ik steek mijn tong uit want dit zijn niet de momenten dat ik gefilmd wil worden (opa zou dit een schande vinden, haha). We maken een groepsfoto met onze geweldige groep en natuurlijk maken Robin en ik ook samen een foto.

Volgende bestemming: Alaska 😉
Daarna gaan we met de groep ontbijten en worden de tweeling en ik in een andere bus gezet: bij de luxe mensen. Ik zit naast een Frans stel en al snel hebben we een praatje. Ze vertellen dat ze al heel lang in Alaska wonen. Ik schat ze eind 60. Ze vertellen vol trots over Alaska en ik vertel dat ik aan het reizen ben.

Uiteindelijk geven ze hun e-mailadres en zeggen ze dat ik echt een keer langs moet komen in Alaska. Ze willen me ophalen van het vliegveld, ze willen voor me koken en ik mag daar zelfs kerst vieren. Ze hebben vroeger een restaurant gehad en de man is zelf chefkok geweest. Ze benadrukken me echt drie keer dat ik wel echt moet langskomen en ze vragen of ik volgend jaar al kom. Dus jongens: volgend jaar blogs vanuit Alaska.

Nee maar even serieus: ik denk wel dat ik het ga doen maar ik weet vrij weinig over Alaska (alleen dat het koud is, toch? Weinig bevolking maar erg mooi, zo mag ik de Fransen geloven.) Nu ik het hierover heb, bedenk ik me dat ik ze even ga mailen, dus dat heb ik nu even tussendoor gedaan. Ze hebben ook hun website doorgegeven want ze organiseren nu tours voor Fransen in Alaska. Echt een heerlijk leven als ik het zo allemaal hoor. Oja en ze dachten in het begin dat ik Amerikaans was omdat ik zo goed Engels spreek. Zo steek die maar in je zak. Ik ben namelijk altijd een beetje onzeker geweest over mijn Engels maar als je het iedere dag spreekt, zoals nu, dan denk je er uiteindelijk niet meer over na en ga je Engels denken. Ja en ik weet dat dit Spaans zou moeten zijn, maar ook dat blijf ik oefenen 😉

Vervolgens gaan we met de bus naar de hotsprings, lekker warme badjes dus. En ik moet zeggen dat dat echt heerlijk is na zoveel wandelen. Wel merken de tweeling en ik dat de prive tourguide vooral heel erg op zijn groep gericht is en ons geen aandacht schenkt, en al snel noemen we onszelf de cheapies hahaha. Op het einde zegt hij nog even: ‘Jongens we hoeven geen fooi maar als je het wil geven dan mag dat natuurlijk. Maar wij zijn al rijk in ons hart en dat is het belangrijkste’, zulk geneuzel. Haha, ik denk dat dit zoiets is als: je had erbij moeten zijn want de tweeling en ik kunnen wel kotsen van hoe hij het brengt en hoe hij is.

3 koffiebonen voor 1 nachtje…
Uiteindelijk neem ik afscheid van de tweeling en ik kom doodop aan in mijn kamer. Daar vertelt het meisje uit mijn kamer, dat ik al eerder had ontmoet, dat er iemand ziek is op onze kamer. Het meisje dat ik al kende moet weg, dus of ik op het zieke meisje wil letten. Ik ben moe, heb honger en wil slapen en weet niet zo goed wat ik ermee aan moet. Er komt een dokter, ze wordt aan een infuus gelegd en ik vraag of ik iets kan doen maar dat hoeft niet dus ik weet het ook niet.

Ik duik vroeg mijn bed in en de volgende morgen vraag ik aan het zieke meisje of ik anders boodschappen voor haar zal doen. Eerst zegt ze van niet maar uiteindelijk vraagt ze toch of ik dat wil doen. Dus ik haal wat spulletjes voor haar. Daarna ga ik lunchen met een NL meisje die in mijn groep zat van de Colca Canyon en dat is heel gezellig!

Gevolgd door een tour door Arequipa, met een Italiaans meisje uit mijn kamer. En daar vertelt de beste man dat een vrouw vroeger voor 20 koffiebonen werd verkocht of 3 koffiebonen voor 1 nacht. ‘Niet zo boos kijken, dat heb ik niet verzonnen!’ roept hij meteen daarna en ik denk dat hij het ook over mijn gezicht had, haha.

Relatie man-vrouw
Je merkt ook wel dat hier de relatie tussen man en vrouw heel anders is en ik prijs me maar weer gelukkig dat ik in Nederland ben geboren. Ook merk ik dat mannen anders tegen je doen nu ik niet meer met Robin over straat wandel. Sowieso zijn de Peruanen wat flirteriger. Ik had dat juist gedacht bij de Brazilianen en ik had de Peruanen als van die schattige, lieve mannetjes verwacht maar dat neem ik maar terug.

Mijn Spaanse lerares zei trouwens ook dat Zuid-Amerikaanse mannen denken dat witte vrouwen (om het zo maar even plat te noemen) makkelijk zijn, omdat ze dat altijd op televisie zien. Maar ook in reclames of op straat op billboards bijvoorbeeld. Als je blote vrouwen ziet, zijn het bijna altijd witte vrouwen. Maar ook als je een bril wilt kopen bij een opticien, allemaal gezichten van blanke mensen als foto’s in de etalage. Daar schrik ik toch wel best van… En ik denk dat als je als vrouw alleen reist door Z-A dat dit heel goed te doen is maar je moet wel goed opletten en je grenzen kunnen en durven aangeven en dan ben ik toch wel blij dat ik nu 26 ben dat ik hier reis, in plaats van 18.

Wat ik dan wel weer grappig vind, is dat mannen iets naroepen of fluiten oid, dat ze zo klein zijn (ja sorry hoor). Dat je dan omlaag kan kijken van: wat denk je nou? En dat geeft toch wel een veiliger gevoel dan als ze een kop groter dan je zijn. Eerlijk is eerlijk.

Huacachina
Na Arequipa reis ik door naar Huacachina. Een klein dorpje midden in de woestijn. Het is een lange busrit langs de kust. Echt geweldig mooi om te zien en ik voel me helemaal happy. Die blauwgroene zee met niks. En bergen. Wel beetje eng om daar te rijden want je rijdt dus echt op bergen vlak langs de rand waar de afgrond is en je in de zee beland. En al die kruisjes langs de weg, het is niet normaal. Maar ook al voelt het een beetje spannend af en toe, ik vind het heerlijk om die lange busreis naar buiten te staren met een muziekje op. Onderweg stoppen we nog ergens om te lunchen en we stoppen bij de Nasca lijnen. We bekijken het vanuit een soort uitkijk toren. Maar vanuit daar maakt het eigenlijk niet heel veel indruk op me en daarom besluit ik het daarbij te laten. Later hoor ik dat Robin het vanuit een vliegtuig heeft gezien. Hij heeft het nog gefilmd dus die ga ik maar eens een keer bekijken.

’s Avonds komen we aan in Huacachina en daar heb ik in een hostel een soort luxe tent gehuurd. Er staan 2 tweepersoonsbedden en het is ruim, vooral in je eentje. Onze tourguide van de bus vertelde ons bij het uitstappen dat ze vanavond met z’n alle gaan eten en een drankje doen. En daar heb ik dus wel zin in. Als ik erheen loop, kom ik een Duitse jongen tegen die bij me in de bus zat. En hij heeft dezelfde bestemming als ik dus we lopen er samen heen. Als we er aankomen zijn er nog 2 andere meiden en 3 tourguides. Met z’n alle gaan we naar het restaurant en daar zitten nog 2 andere stellen en een Oostenrijkse vrouw vanuit de bus komt erbij zitten. En raad eens wie ik tegenkom in het restaurant waar we gaan eten… Inderdaad, Robin.

Salsa dansen!
Ik klets veel met de vrouw en de Duitse jongen, we worden volgepropt met shotjes en cocktails en uiteindelijk gaan we naar een ‘club’. Hhaha, waar wij de eerste zijn en waar het heel klein is maar wel gezellig. Ik dans voor het eerst in mijn leven salsa. En die Peruanen zijn goede leraren moet ik zeggen! En ja sorry maar ik moet er weer op terugkomen maar het is wel echt grappig dat die mannen 3 turven hoog zijn en dat je daarmee aan het dansen bent, ik voel me echt laaang. Maar goed. De Duitse jongen heeft ook salsa lessen gehad en hij leert me als eerst dat je je als dame moet laten leiden. Ik heb geen idee hoe ik salsa moet dansen dus ik zou ook niet weten hoe ik zelf moet leiden. Maar hij maakt het een paar keer goed duidelijk. ‘Ooooh moet ik me laten leiden, dat had je nog niet verteld joh!’. Maar er schijnen dus ook flink wat vrouwen te zijn die zelf willen leiden en dan gaat het natuurlijk niet goed. Het salsa dansen vind ik mega ontzettend leuk en er wordt me gevraagd of ik ook lessen heb gehad. Zo die kan ik dus ook in mijn zak steken want ik doe ook maar wat maar blijkbaar lijkt het ergens op. En van iedere man krijg je weer andere tips en iedere man danst weer anders dus het is handig om dat te oefenen. Wel moet je een beetje op je hoede zijn, want die Latino’s weten wel van aanpakken. Ik neem het met een korrel zout en vind het grappig om te zien. Ik vind het wel interessant om te zien hoe deze cultuur vrouwen probeert te versieren, echt totaal anders dan Nederlanders. Voor mij komt het over als een beetje sneaky en ik denk dat zij dat afstoten heel interessant vinden. Misschien dat ze daarom ‘nee’ niet snappen. Gelukkig heb ik de Duitse jongen als mijn bodyguard aangesteld en ik bedenk me dat dat voor een volgende keer dansen wel makkelijk is om iemand bij je te hebben die je enigszins vertrouwd, man of vrouw maakt dan ook niet uit.

Met ski’s door de woestijn (of niet…)
Gelukkig heb ik (ook) veel water gedronken die avond en voel ik me de volgende dag prima. We gaan naar een pisco tour en daarna in een buggy over de duinen. Echt zo geweldig leuk. Zelfs de mannen zijn schoor van het schreeuwen na dit ritje. De Oostenrijkse en ik huren ski’s, de rest een board om naar beneden te gaan op de buik en de Duitse jongen snowboard. Even wennen maar heel leuk. Alleen gaan mijn ski’s lastig aan en als ik nog 2 afdalingen moet, lukt het gewoon niet meer. De Duitse jongen en ik zijn wel een half uur bezig om mijn ski’s aan te krijgen, als het niet langer is, maar het lukt niet. Uiteindelijk loop ik de eerste berg af en dan probeert de Oostenrijkse vrouw me nog te helpen maar 1 ski gaat gewoon niet.

Uiteindelijk gaan zij naar beneden om te vragen of onze chauffeer naar boven wil rijden om me op te halen maar dat wil hij niet. Er wordt naar me geroepen dat ik moet lopen. SERIEUS? Zeg ik. Ja echt. Oke oke. Dan ga ik lopen. En eigenlijk is dat best grappig want ik heb skischoenen aan en daarmee glijd je zo het zand in en lijkt het alsof je op de maan loopt. Heb ik nog nooit gedaan hoor, maar zo’n gevoel krijg ik en het is eigenlijk hartstikke leuk.

Als ik eenmaal bij de auto ben aangekomen vertelt de Oostenrijkse vrouw dat ze heel boos op de chauffeur is geworden omdat hij helemaal geen aanstalten maakt om mij maar op een dergelijke manier te helpen. Het kon hem grof gezegd geen reet schelen, zo vertelde ze het. Maar agh, uiteindelijk was het veel leuker om te lopen, denk ik. Als ik bij de ski shop aankom, vertel ik het verhaal en krijg ik mijn geld terug. Best chill. De groep vertrekt meteen naar de volgende bestemming, maar ik besluit nog 2 nachtjes te blijven want dat hostel bevalt me wel. Mijn tourguide vraagt of ik echt niet meega, dat er hier niet veel te doen valt maar ik vind het heerlijk. En ik besef me weer dat iedereen op zijn of haar eigen manier reist. Want die 2 dagen chillen aan het zwembad en lekker lezen heb ik echt nodig. Moet er niet aan denken om iedere dag weer mijn tas te pakken. Na 2 dagen chillen vertrek ik naar Paracas. Oja. Voordat ik de bus instap, spring ik nog snel onder de douche en kijk ik naar mezelf in de spiegel. Die bikini ziet er echt niet meer uit. Veel te groot geworden of ik te klein voor de bikini. Toen Robin me pas in het water gooide in het zwembad vloog m’n broekje ook al naar beneden dus ik besluit mijn bikini maar weg te gooien. Zelfs Robin zei dat m’n bikini te groot was en als een man dat zegt dan weet je dat het ook niet meer staat. Dus dat wordt zoeken naar een nieuwe!

Fietsen door het National park van Paracas
In Paracas meeten Robin en ik om naar het National park te fietsen. En dat is heel tof om te doen. We zien overal bussen met bosjes toeristen langskomen en ook al voel ik mezelf ook weleens zo’n toerist, ik ben blij dat wij of ik vaak voor de andere weg kiezen en lekker gaan fietsen bijvoorbeeld. Ik word ook steeds beter in heuvels fietsen heb ik het idee.

Als we bijna zijn aangekomen bij Playa Roja komt er een scooter op ons af en hij stopt voor Robin. Hij geeft hem een kaartje van een restaurant waar hij werkt en of we daar komen eten. Robin kijkt me aan. ‘Ja priem’, zeg ik maar eigenlijk vind ik dit niks. Ik heb potver een stuk gefietst even tranquillo (dat betekent: rustig aan) we bekijken het zo lekker zelf wel.

En dat doet me denken aan mijn moeder want ik denk dat zij hetzelfde zou reageren, haha. Het is grappig want ik merk steeds meer waarin je op je ouders lijkt. Misschien ook dat ik er nu juist veel mee bezig ben door wat er allemaal is gebeurd. En dat ik merk dat ik echt een mix ben (ja dat is iedereen natuurlijk) maar ook met mijn gedrag en uiterlijk. Zo zeg ik van die zinnen waarvan ik denk: dit zegt mijn moeder ook altijd!?

Waar gaan we eten??
Als we aankomen bij het strandje komen er letterlijk 4 mannen op ons afrennen. Of we bij hun restaurant willen eten. Ik had dit serieus moeten filmen. Het is echt een gekkenhuis. Ik zeg een paar keer dat ze rustig aan moeten doen en wil ze graag een lesje marketing geven. Ik schaam me voor de mensheid, haha ja echt. Na een tijdje zeg ik dat ze even naar MIJ moeten luisteren in plaats van door elkaar schreeuwen. We bepalen zelf waar we eten en dat helpt niet als er 4 mannen door elkaar schreeuwen, ik versta er NIKS van. Stelletje prutsers zou mijn vader zeggen. Ze blijven echter door schreeuwen en ik draai me om en wil weglopen, gewoon om van het geschreeuw af te zijn. Robin blijft opmerkelijk rustig. Ik moet lachen maar tegelijkertijd werken ze op mijn zenuwen, ze zijn echt vervelend.

Uiteindelijk begrijpen ze dat ze ons even met rust moeten laten en dat we zelf beslissen. Robin zegt: ‘Ik ken jou echt te goed want ik wist dat jij je zou omdraaien omdat jij daar echt niet tegen kan.’ En ik moet lachen want het voelt echt niet fijn als je zo bestormd wordt, ook al moet je er eigenlijk om kunnen lachen (wat we ook wel deden) maar al dat geschreeuw na een stuk fietsen met tegenwind: gewoon nee. Eigenlijk wil ik de volgende keer keihard gillen. Kijken wat ze doen dan. Gewoon om te experimenteren, lijkt me leuk.

Uiteindelijk kiezen we zelf waar we gaan zitten. En het eten is oke maar eigenlijk ben ik blij als we weer weg kunnen. We fietsen verder naar een heel hoog uitkijkpunt waar we alleen met z’n tweetjes zijn en dat is echt ontzettend mooi. Vooral omdat dat er verder niemand is. We rijden als een dolle naar beneden en deze keer ga ik niet met mijn billen op het zadel zitten want dan zou ik geen billen meer over hebben. Aan het einde van de dag leveren we de fietsen in en gaan we cocktails drinken. ’s Avonds eten we bij een heel leuk tentje met heeeele lekkere pizza. En lekkere pizza is tot nu toe nog zeldzaam voor ons in Z-A.

De volgende dag gaan we ‘s ochtends aan het strand liggen en ’s middags aan het zwembad. Robin verveelt zich een beetje omdat ik de hele dag aan het lezen ben, haha. Het is echt bizar hoe snel die boeken er bij mij doorheen gaan. Ik probeer te bedenken hoeveel ik er al verslonden heb… 14? Of ietsje minder? Echt heerlijk. ‘Noukewurmpje’, word ik dan ook genoemd. Robin vertrekt die dag en ik blijf nog een dag langer.

Je hoeft niet altijd te praten
In Paracas heb ik trouwens een 14 persoonsdorm en ik kan je vertellen dat ik dat echt nooit meer doe, haha. Ik vind het veel te groot en daardoor heb je ook niet veel contact met mensen. Ook kan ik er niet zo goed tegen als mensen tegen je praten omdat diegene alleen is en omdat jij alleen is. Omdat het anders stil is en dat is raar? Ik vermaak me prima en soms heb je gewoon geen klik met mensen. Dat merken we beide, dus waarom door blijven praten? Dat leer ik heel erg in Paracas. Ik heb daar niet echt een klik met mensen en dat is ook helemaal oke! De volgende keer kom je wel weer leuke mensen tegen, en niet met iemand praten is ook best fijn. Ik wil niet praten om het praten omdat je anders ‘alleen’ bent. Ik hoop dat jullie het nog volgen maar mensen die alleen hebben gereisd snappen waarschijnlijk wat ik bedoel 😉

Die dag erna kom ik ’s avonds laat in Lima aan. Ik duik meteen mijn bed in en de volgende dag ga ik naar een free walking tour. En jongens, Lima is groot, echt wel groot maar jullie raden al wie ik bij de walking tour tegen kom. En iedere keer zonder dat we het van elkaar weten. De tour vinden we deze keer niet heel bijzonder maar het is wel leuk dat er steeds meer puzzelstukjes in elkaar vallen. De ene tourguide in die stad vertelt dit, en de ander dat en zo knoop je zelf die verhaaltjes aan elkaar. Dat is leuk. We eten bij niet zo’n goed restaurant en we denken dat dat er nu mee te maken heeft dat we beide nog steeds een rare buik hebben.

Coupe Peruaans
De volgende dag ga ik met mijn Italiaanse vriendin vanuit Arequipa (ze is inmiddels ook in Lima aangekomen) naar een beautysalon. Daar laat ik mijn haar knippen en ik neem een pedicurebehandeling. Een ding dat ik dus heb geleerd deze reis: dat ik er tegen kan als iemand aan mijn voeten zit, haha. Dit vond ik niks maar ik wil dat mijn voeten er weer een beetje mooi uitzien en mijn nagellak is er inmiddels af na 4,5 maand. Mijn haar knippen ze weer iets korter en ze stylen het… Dat betekent dat ze het heel netjes doen, plat maken, föhnen, haha echt niks voor mij. Ik doe het altijd een beetje rommelig, of terwijl: niks aan doen. Stylen vind ik bij mezelf en met dit model echt niet mooi staan, maar goed. Is helemaal Peruaans dus. Daarna was ik het snel om het een beetje rommelig te maken.

Die avond gaan we uiteten met Ellen en Theo. Tegen Robin zeg ik voor het gemak oom en tante maar Ellen is een nicht van mijn moeder. Dat klinkt een beetje ver en ik ken niet alle nichten van mijn moeder zo goed maar Ellen toevallig wel 😉 Het is een hele gezellige avond en tegelijkertijd ook de laatste avond voordat zij weer naar huis gaan.

De volgende dag fietsen Robin en ik naar de wijk Barranco waar we ook lunchen. Een super leuke wijk, en ook echt niet overslaan als je in Lima bent. Sowieso vind ik Lima een leuke stad. Ik hoorde er niet zulke leuke verhalen over maar ik vind het juist wel een leuke stad. Agh ja, zo vindt iedereen weer wat anders leuk! Ook kom ik nog een man tegen die denkt dat ik Braziliaans ben en na 5 minuten praten zegt: ‘dat ik een mooie bloem ben en dat hij zulke vrouwen maar 2 keer in het jaar tegenkomt.’ Ik lach me kapot, slijmbal. En nog meer van die foute dingen die je dus alleen maar in Zuid-Amerika tegenkomt.

Zo dat was het weer, een aardig lang blog en de volgende keer gaan we naar de jungle… daar komen we net vandaan en ik kan je vertellen: HET WAS FANTASTISCH

 

Colca Canyon

Huacahina

Paracas op de fiets

Lima

 

,

Spaanse les, het magische Machu Picchu en op bezoek bij een sjamaan…

 

Daar ga ik dan: in mijn eentje op naar Cusco. Tijdens de busrit zit ik naast een interessante vrouw. Ze komt uit Bolivia, woont in de USA en spreekt dus Spaans en Engels. Ik ben heel blij dat ik naast haar zit, want zo’n eerste busreis alleen vind ik toch wel spannend. En je hoort ook verhalen in Peru dat ze in bussen je spullen stelen als je slaapt, maar dit voelt goedJ Tijdens de busreis slaap ik amper (het is een nachtbus). De rit is nogal hobbelig met veel bochten en van tevoren hoorde ik al dat deze rit best heftig is. Iedere keer word ik wakker in een scherpe bocht en denk ik: ‘Ja, nu gaat het gebeuren, we vallen in een ravijn.’ Dat is niet gebeurd zoals jullie begrijpen, anders had ik dit nu niet kunnen schrijven.

Ik had expres al de ‘beste’ busmaatschappij van Peru opgezocht, is dan wel duurder, maar dan denk ik altijd: ‘Beetje lullig als ik net kanker heb overleefd en dan ga ik met een minder veilige bus omdat het geld scheelt en dan beland ik in een ravijn.’
Dus ja: veiligheid gaat bij mij echt heel erg voor. Dan maar een paar tientjes meer.

Uiteindelijk kom ik aan in Cusco rond 7 uur ’s ochtends. De man van het gastgezin wacht mij op. Het is een heel vriendelijke man, hij kan een beetje Engels en met mijn Spaans komen we er wel uit. Ik word hartelijk ontvangen door de gastvrouw en kan meteen aanschuiven bij het ontbijt. Zij praat goed Engels, best fijn voor zo’n eerste dag. Ik heb een privékamer met 2 tweepersoonsbedden en een eigen badkamer. Luxeeee!

Ze raadt me aan om eerst even te slapen en ‘s middags is er een uitgebreide lunch omdat het witte donderdag is. Er is ook een andere jongen in huis, hij heeft Spaans geleerd, doet nu vrijwilligerswerk en komt uit de USA. Die avond neemt hij me mee naar vrienden van hem. We zitten in een bar met een super mooi uitzicht over de stad!

De dagen daarna verken ik de stad en rust ik veel uit want ik heb een beetje last van de hoogte dus het is belangrijk om rustig aan te doen. Tijdens deze dagen merk ik meteen in wat voor gezin ik terecht ben gekomen. Begrijp me niet verkeerd: het is een hele fijne kamer, maar ik had iets anders verwacht van het contact met de familie. Want de enige keer dat ik samen heb gegeten met het gezin is tijdens de uitgebreide lunch op de eerste dag. ’s Ochtends wordt je ontbijt klaargezet met een bord eroverheen, en lunch en avond eten hetzelfde. Als de andere jongen er niet had geweest, had ik iedere dag alleen gegeten. Terwijl ik juist voor een gastgezin had gekozen om contact te hebben met het gezin, dingen te doen samen en Spaans te oefenen. Maar goed dit is er dus niet bij. Dit heb ik ook aangegeven bij het bedrijf. Het ontbreekt me aan niets alleen had ik heel wat anders verwacht. Nu voelt het alsof ik in een hotel zit en iedere dag eten krijg voorgeschoteld. Tot zo ver mijn gezeur 😉

Maandag begint mijn eerste individuele Spaanse les en ik heb een leuke klik met de vrouw. In die week praten we veel, leer ik grammatica en nieuwe woorden. We zijn heel verschillend maar hebben ook raakvlakken. Zo vertelt ze me over een sjamaan waar ze regelmatig heen gaat en ik merk dat ik dit allemaal heel interessant is. Ik weet niet zo goed hoe ik moet uitleggen wat een sjamaan is, dus ik heb het even gegoogled:

‘Een sjamaan, vrouwelijk sjamanka, is een soort priester(es) en ziener(es) die in zijn of haar gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzekert en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen en gebeurtenissen onder controle te brengen.’

Dit dus. Mijn lerares merkt dat ik dit interessant vindt en ze geeft zijn nummer om een afspraak te maken. Dit doe ik, en op woensdagmiddag ga ik naar de sjamaan,

Vanaf Cusco neem ik een collectivo (dit is een combi tussen een bus en een taxi), het is een klein busje en brengt me naar Pisac. Daar pak ik een taxi naar een mini klein plaatsje en daar zie ik een lange, blonde man wachten.

Ik ben mega zenuwachtig want ik weet absoluut niet wat me te wachten staat. Wel weet ik dat ik op dat moment niet lekker in mijn vel zit en dat ik even hulp nodig heb, of een steuntje in de rug. Toen mijn lerares vertelde over de sjamaan, wist ik dat ik hierheen moest. Dat klinkt misschien een beetje zweverig, maar ik geloof dat dingen op het juiste moment op je pad komen. Dit was zoiets.

De sjamaan neemt me mee naar zijn huis. Heel primitief maar reuze interessant. We gaan naar een kamer waar een bed staat, een tafel en een stoel. Dit voelt een beetje vreemd en ik voel me best kwetsbaar. Hij vraagt of ik op het bed wil liggen en wil vertellen wat me hier brengt. Ik vertel over mezelf, dat ik ziek ben geweest, over mijn vader (dan begin ik keihard te janken) en over dat het af en toe best lastig is om samen te reizen na wat er afgelopen jaar allemaal gebeurd is (er spelen nog wat dingen maar voor mijn blog laat ik het even hierbij).

Dan vraagt hij of ik mijn sokken uit wil doen en begint mijn voeten te masseren. Nu vind ik het echt NIET fijn als mensen aan mijn voeten zitten maar ik laat het maar gewoon gebeuren. Door het masseren van mijn voeten voelt hij waar ik pijn of last heb. Een paar keer gil ik het uit en dan zegt ie: ‘Ja… dit is je hoofd, je bent veel te veel aan het denken jij.’ Hmm, daar kan ik niet omheen inderdaad. En nog een paar plekken waarvan ik denk: ‘Hoe kan deze man dat nou voelen?’

Ook pakt hij een groot boek erbij. Ik moet een beetje denken aan het boek van Sinterklaas. Hij vraagt wanneer ik geboren ben en begint te zoeken. ‘Hmmm, ojaaa. Hmm interessant’, zegt hij. Ik ben reuze nieuwsgierig natuurlijk en vraag wat hij nu ziet. Hij zegt dat ik een Tweeling ben van sterrenbeeld (dat weet ik) en dat mijn Ascendant Leeuw is (voor de Ascendant even googlen). Hij zegt dat dit een goede combinatie is.

‘Ohw’, zeg ik, ‘waarom dan?’

Hij vertelt dat een Tweeling best wel wispelturig is en het lastig vindt om te beslissen. Je hebt continu ‘twee kanten’, vandaar de tweeling. Maar de Leeuw staat juist met beide benen op de grond en weet heel goed wat ie wil en kan snel knopen doorhakken. Dat is grappig dat hij het zegt, want ik herken het beide heel erg in mezelf. Misschien denk je nu: ja dat is omdat je het hoort, als hij iets anders had gezegd had je het ook in jezelf gezien. Ik weet dat sommige mensen zo denken, maar ik geloof wel in sterrenbeelden (niet de wekelijkse horoscoop in een krantje).

Dan zegt hij: ‘Ik zie je vader ook tijdens je geboorte.’ Mijn vader??? Hoe dan? Dit is wat hij ongeveer zegt (natuurlijk doe ik hier even de verkorte versie): Toen ik geboren werd stonden de planeten Mars en Jupiter tegen over elkaar. Mars is een agressieve planeet of was de agressie en Jupiter de goede en is mijn vader. (Dit klinkt een beetje vaag zo, maar ik kan het even niet beter uitleggen.

Dan zegt hij of ik het goed vind als hij me onder hypnose brengt en dat hij me terugbrengt naar een vorig leven.

Misschien denk je nu: ‘Ja ho is even Anouk, je gaat echt te ver, hou alsjeblieft op.’ Ik weet ook niet wat ik zelf zou denken als ik dit zou lezen, maar op dat moment denk ik: ‘Ik lig hier nu toch, dus ja waarom niet!?’ Ik ben veel te nieuwsgierig om dit niet te proberen, ook al vind ik het reuze spannend.

En ja, ik heb het ervaren en het was mega bijzonder. Dit houd ik lekker voor mezelf, maar mocht je het willen weten, mag je het altijd vragen ;). Ik haal bepaalde lessen eruit en het geeft me een soort rust. Wat naar voren komt is dat ik niet iedereen kan helpen, dat ik dicht bij mezelf moet blijven en dat ik vertrouwen moet hebben in wat komt en vooral in mezelf.

Die ‘lessen’ kunnen nu ook een beetje vaag klinken omdat ik hier niet heel het verhaal vertel, maar voor mij heeft het op dat moment heel veel waarde. Die dagen daarna ben ik nog een beetje warrig en huilerig, maar daarna voel ik me weer beter.

Ik probeer vaak uit het huis te zijn omdat ik het daar niet heel erg naar mijn zin heb en op een middag ben ik in het hostel en spelen we een spelletje in het hostel van Robin. Ik moet een beetje aan sjoelen denken (dit deed ik vaak bij opa en oma), maar het is wat anders. Het is een bak (zie foto onderaan) met gaten erin, waar je munten in moet gooien. Er is 1 kikker en als je een munt in zijn mond gooit dan ben je echt koning, haha.

Nu ben ik reuze fanatiek en houd ik niet van verliezen, haha. En al helemaal niet van Robin (ik denk vooral dat dat het is, haha). Robin heeft al de hele middag geoefend, ja echt. Dus hij is een stuk beter. Maar na even oefenen van mijn kant, gaat het ook steeds beter bij mij. Op een gegeven moment zegt hij: ‘Wie het volgende potje wint, betaalt vanavond het eten.’ 

‘Is goed’, zeg ik stoer. Ik gooi en ik gooi niet geweldig maar ook niet slecht. Dan gooit Robin en hij gooit het allerhoogste dat hij ooit heeft gegooid. Ik vlieg hem aan en klim op hem, hij speelt vals want hij heeft de hele tijd middelmatig gegooid en als we een wedstrijd doen dan gaat hij goed gooien. Dat is mijn theorie. Robin vindt het geweldig als ik zo bloedfanatiek ben en uiteindelijk eindigt dit in de slappe lach.

Na een tijdje stelt Robin nog een weddenschap voor: wie als eerste in de kikker gooit. Niemand heeft nog in de kikker gegooid en ik weet zeker dat Robin dit niet gaat lukken. ‘Best’, zeg ik. En je raadt het nooit: meteen het eerste potje daarna gooit hij in de kikker. Ik zal mijn reactie maar even laten, haha.

Maar een paar potjes daarna… gooi ik ook in de kikker. Ik kan het bijna niet geloven maar als ik een paar jongens achter me hoor juichen, besef ik dat het echt is gelukt!.. en dan vind ik het spel weer leuk.

Een paar dagen daarna gaan we richting Machu Picchu. We rijden met een Collectivo naar Ollantaytambo. In het busje ontmoeten we 2 Brazilianen die in dezelfde stad wonen als mijn oom, is dat even toeval! Zij stellen voor om met z’n vieren de ruïnes te bezoeken en dan samen een gids te nemen. En wat zijn we blij dat we dit doen want wat ontzettend mooi en interessant is het! Die gids is ook helemaal een toegevoegde waarde, wat een geschiedenis! We slapen 1 nachtje in Ollantaytambo en de volgende ochtend vertrekken we met de trein naar Aguas Calientes, om ons voor te bereiden op de volgende ochtend. Want om 03.00 u in de ochtend staan we op om richting Machu Picchu te lopen. Als we aankomen bij de ingang moeten we nog 3 kwartier wachten voordat de ingang open gaat voordat je naar boven mag klimmen. Eerst balen we maar dan wordt de rij al sneller veel langer achter ons. En er is maar 1 iemand voor ons, dus dat voelt best stoer om als 2e en 3e naar boven te lopen. Als de poorten opengaan merken we al snel dat het helemaal niet fijn is om als eerste te beginnen want je wordt flink op de hielen gezeten door mensen die er ‘als eerste willen zijn’. Nu willen wij er ook wel op tijd zijn, maar ik denk wel: doe ff chill. En al snel maken we (of nouja in iedergeval ik) me gek dat ik snel moet lopen anders word ik ingehaald. Na een half uur denk ik: ‘Ja ammehoela, wie houd ik nou voor de gek?’ Ik gooi mijn ego opzij en we nemen een korte pauze om op adem te komen. En dit voelt veel fijner want dan heb je niet al die snelle jelle’s die vlak achter je lopen.

Het is even flink doorbijten maar als je dan boven komt, dan ben je toch een partij trots (en bezweet). Echt een heerlijke work-out zo in de ochtend. Dat bezweette is echt mega erg en gelukkig hebben we van tevoren de tip gekregen om een schoon shirt mee te nemen. Dus na uitgestoomd te zijn, trekken we een schoon shirt aan (zo ontzettend blij met die tip).

En dan Machu Picchu: wat ontzettend magisch om daar om 6 u ’s ochtends rond te lopen. Ik had wel wat van Machu Picchu verwacht, maar dit… De hele dag loop ik met zo’n ontzettende grote glimlach rond, van hier tot in Holland. Ik zeg wel 1000 keer tegen Robin: ‘Dit is zoooo mooi, zooo bijzonder’. En als we later de foto’s terugkijken zegt Robin: ‘Jij hebt echt overal een mega grote smile op je gezicht.’

En jaaaa, dat klopt. Wauw, wauw, wauw wat ontzettend mooi. Ook probeer ik nieuwe ruïnes te ontdekken haha, want stel je voor als ik dat ontdek! Maar als ik denk dat ik iets heb gevonden zegt Robin: ‘Daar lopen al allemaal mensen heen, dat is al ontdekt.’ Ik geef mijn zoektocht niet op, maar ik kan helaas niets vinden verder 😉

Oja: en ik ben heel blij dat ik Spaanse lessen heb gevolgd want het gaat steeds beter! Nee ik kan nog lang niet vloeiend spreken maar dit heeft zeker geholpen en misschien doe ik nog wel een weekje of een paar dagen Spaanse les!

Nog een oja: Als je voor allemaal mooie, prachtige en geweldige momenten tijdens het reizen wil lezen; dan merk je waarschijnlijk al dat je bij mij niet aan het juiste adres bent 😉 Wel voor de eerlijke en echte verhalen.

Mijn diploma in the pocket!

Het kikkerspel…

Zo magisch!

Machu Picchu!

Doei reisdip! Hallo parasiet…

Onze laatste stop van de tour met z’n zessen: San Miguel de Tucuman. Van Cafayate rijden we binnen een paar uur van ruwe (PRACHTIGE) bergen naar ‘de jungle’. Maar onderweg eten we ergens wat en er is… een midgetgolfbaan!

Als ik aan midgetgolf denk, denk ik mijn broertje, mijn vader en ik op een baan. Sven en papa zijn heel goed, en ik ging blijkbaar mee omdat er iemand moest verliezen en haar club in een bosje gooide omdat ze wilde winnen. Kan het me niet letterlijk herinneren, maar het zal vast een van de scenario’s zijn geweest.

En toch denk ik vandaag: oke ik doe wel mee. Wat onze vader vooral leerde tijdens golfen is (ongeveer) dit:
1.Eerst de baan even inspecteren en alle losse blaadjes weghalen (ja mijn vader was een pietje precies)
2. Dan rustig gaan staan en een paar keer in de richting kijken en dan weer naar de bal voordat je de bal raakt.
3. Niet te hard slaan en rustig blijven

Ik ben als een van de laatste en ik merk dat dit best handig is want dan kan je lekker afkijken, Ellen is als eerst en na een paar banen zegt Ellen dan ook: ‘Nu moet degene die als eerste staat als eerst!’ Hehe, slimme zet van Ellen. En verdomd: ik sta eerste van de zes. Heb ik toch nog wat geleerd van de golflessen van mijn vader.

Ik loop een tijdje als eerste en dan komen Thomas en Robin me ook vergezellen: niet leuk natuurlijk want nu wil ik winnen ook. De laatste baan gaat tussen Thomas en mij, want wij staan bovenaan. Maar 1 punt onder ons staat Robin. Robin slaat super goed: als ik het goed heb onthouden in 2 x erin. Thomas doet er (dacht ik) 5 keer over, dus Robin staat nu bovenaan. Dan ben ik en ik sla de bal in 3 x erin. Dat betekent dus dat de finale tussen Robin en mij is.

We gaan naar de moeilijkste baan en ik begin. Nu ga ik dit niet spannend maken want ik ben er nog steeds niet overheen: Ik sla m in 5 x erin en Robin in 3 x. De hele dag zeg ik niks meer tegen Robin. Ahw nee grapje hoor, haha. Maar de eerst volgende midgetgolf die we nog tegenkomen wil ik revanche, dat begrijpen jullie wel.

Na een lange zoektocht komen we aan bij het huis. In deze plaats hebben we nog drie nachtjes en eigenlijk doen we vrij weinig hier. We gaan de stad in, doen drankjes, maar verder weinig activiteit, wat we blijkbaar allemaal wel prima vinden. De laatste avond hebben we een spelletjesavond (ik weet even niet meer hoe het heet) maar wel weet ik dat Lorraine en ik hebben gewonnen, hehe.

Oja, dan nog iets. De laatste dag in San Miguel gaan Robin en ik even samen de stad in omdat we nog wat spulletjes moeten halen. Als we terug rijden, op een tweebaansweg waar je 60 mag, komt er opeens van de rechterkant (de kant waar ik op dat moment zit, Robin rijdt) een hond keihard de weg oprennen. Het gaat allemaal heel snel. Ik kan alleen maar gillen en Robin ziet de hond nog later dan ik en dan BAM! We durven beiden niet achterom te kijken en ik weet ook niet meer zo goed wat er daarna gebeurt, maar ik kan alleen maar mijn handen voor mijn mond houden.

Dan komt er een man naast ons rijden en hij wijst naar het voorwiel aan mijn kant. Ik begin te janken omdat ik denk dat die hond ertussen zit. We stoppen ergens en Robin stapt de auto uit. Ik durf niet en blijf zitten, ik ben zo bang dat er een stuk hond ergens zit. Robin kijkt: de auto heeft flinke schade maar er is geen stuk hond te zien, pfjeuuuuw.

We besluiten om iets verder door te rijden en daar even wat te drinken om van de schrik te bekomen. Al snel zeg ik: ‘Je had echt niets anders kunnen doen dan doorrijden. Je kon de hond niet ontwijken, je kon niet stoppen omdat er auto’s achter ons reden… en we hadden daarna kunnen stoppen maar wat dan?’

Ook ben ik blij hoe Robin heeft gereageerd want misschien als ik achter het stuur had gezeten, dat ik dan had geprobeerd de hond te ontwijken en dan waren we verder van huis (denk ik). Al met al super zielig voor de hond maar ook weer ‘blij’ dat het zo is afgelopen. Klinkt misschien gek, want we vinden het beiden verschrikkelijk voor die hond maar het had ook veel slechter kunnen aflopen als Robin anders had gereageerd.

Als we een paar dagen later de auto in Salta terugbrengen, wordt er ons verteld dat het goed is dat we in die buurt niet meteen zijn gestopt. Want het zou zomaar kunnen dat er dan allemaal mensen naar je toe komen die claimen dat de hond van hun is en geld eisen, gaan dreigen of weet ik veel allemaal wat. Na dit verhaal zijn we helemaal opgelucht in hoe we hebben gehandeld.

We slapen 1 nachtje in Salta, nemen afscheid van Lorraine en Patrick en de volgende ochtend vertrekken we met z’n vieren met de bus naar San pedro de Atacama. Bij de grens word ik onwel –ik denk door de hoogte?- Ellen neemt me mee naar de EHBO en ik krijg zo’n kapje op voor beademing. Ellen werkt zelf in de zorg en ze gebaart of ze iets hebben om bloeddruk op te meten. De man komt met zo’n apparaat (bloeddrukmeter) naar haar toe en wilt dat bij haar doen. Ellen kijkt hem aan alsof ie gek is en zegt ‘No her! Not me!’ Die blik van Ellen maakt me aan het lachen, heerlijk! Ook wordt mijn bloedsuikerspiegel gemeten maar dat is ook in orde. Ellen vraagt of die beademing helpt maar ik zeg dat ik me nog steeds raar voel. Uit alle testen blijkt dat alles prima is dus waar het allemaal aan ligt: geen idee!

Als we in San Pedro aankomen scheiden onze wegen (voor even), wij gaan naar een hostel en zij naar een Airbnb. (Ondertussen voel ik me ook weer wat beter). Als we aanbellen is er niemand aanwezig in het hostel. We bellen een nummer en we horen dat er over 5 minuten iemand aankomt. Ik moet nodig naar de wc en besluit in het hotel ernaast te gaan. Als ik terug kom (ik denk dat we zo’n 20 min hebben gewacht) ben ik best pissig (waarschijnlijk combi van lange busreis, het heel raar vinden dat er niemand bij het hostel is, nodig naar de wc en wachten) en dan kom je binnen en is er ook nog een kind keihard aan het janken en krijsen. Waar zijn we beland!? Robin en ik kijken elkaar aan en we denken hetzelfde: voorlopig nog geen kinderen!

We gaan vrijwel meteen de stad in om te kijken wat voor tours we willen doen. Er wordt je natuurlijk van alles aangeraden maar we besluiten nog even te wachten met beslissen. We eten heerlijke pizza en die avond appt Ellen of we interesse hebben om een auto te huren ipv de toeristische tours. Dat hebben wij wel! De volgende dag huren Robin en ik ’s ochtends een auto, om de auto later die middag rond 5 op te halen. Die middag rijden we naar Valley de Luna, we lopen door zoutgrotten waar het soms pikkedonker is en bekijken de zonsondergang (die best toeristisch is maar wel mooi met alle kleuren)

We rijden terug en parkeren de auto in onze garage om vervolgens door te gaan naar het sterren kijken. Want het schijnt dat hier een van de mooiste sterrenhemel is. En ja inderdaad prachtig. Robin is alleen maar foto’s aan het maken maar het resultaat mag er zeker zijn, echt heel goed gelukt!

De volgende dag gaan we toeren met de auto. En wat ben ik blij dat we dit gedaan hebben, want we doen zo ongeveer 3 tours in 1 en bepalen helemaal zelf waar we stoppen en hoe lang we ergens blijven. Gekleurde bergen, drijven in zout water… Oja, nu ik dat zeg:

We rijden het terrein op en Ellen en ik lopen naar de man die de kaartjes verkoopt. Hij vertelt ons dat je voordat je het water in gaat, je je goed moet insmeren en daarna niet doen! ‘OKE!’, zeggen wij en zonder er echt over na te denken lopen we naar de mannen. Daar vertellen we het verhaal vd zonnebrand en ze vragen waarom dat is. ‘Uuuh? Weet niet’ We denken er verder niet te veel over na, smeren ons goed in en gaan het water in. Ellen en Thomas liggen er, ingesmeerd en wel, al in als ik het water inloop. Een Duitse vrouw roept naar me en zegt dat ik er niet in mag als ik me net heb ingesmeerd. Ik sta op dat moment tot mijn knieën in het water. Ik roep terug dat je je juist eerst moet insmeren en daarna niet meer. Maar de vrouw beweert van niet. Ja dan is het haar woord tegen het mijne en dan weet ik het ook niet meer. Ik weet 1000% zeker dat de man dat zei, en Ellen ook. Ik loop verder het water in en dan zegt Ellen: ‘Eigenlijk klinkt dat wat die vrouw zegt wel logisch… Anders komt al het zonnebrand in het zoute water.’ Oja dat klinkt best logisch, maar het is al te laat. Stiekem verdenk ik de vrouw ervan dat ze tegen de meneer van de kaartjes gaat zeggen dat ik er ingesmeerd en wel in lig. Maar zodra ik het drijven op het zoute water ontdek, denk ik niet meer aan de vrouw. Na het badderen rijden we naar een gebied met flamingo’s om vervolgens naar een andere plek te rijden waar we de zonsondergang bekijken. We reden trouwens in een 4×4 en ik heb ook gereden en dat was leeuuheuuuk!

Die dag erna ga ik naar de yogaschool die om de hoek is en volg een yogales, de volgende dag neem ik nog een les en wat is dat fijn! Soms heb je het gevoel dat je alles moet doen op zo’n mooie plek als San pedro de atacama. Maar we (of ik denk dat Robin dit al een beetje had, dus ik denk vooral ik) word er steeds beter in om ook gewoon niet ergens heen te gaan en gewoon een dag lekker te schrijven en een yogales te volgen en me daarna helemaal chill voelen.

Vooral na het ziek zijn en een lange dag als die dag ervoor doet het zoveel goed! Ik zou het iedereen kunnen aanraden, dus bij deze. Ondertussen zijn we ook bevriend gemaakt met het dreinventje van de eerste dag. Die loopt namelijk 24/7 rond in het hostel en is hyperactief. Wel een schattig ventje uiteindelijk.

Die avond vertrekken we naar Arica, het puntje van Chili. In de avondbus zit een man, aan de andere kant van het pad eerst achter ons, dan gaat hij naast ons zitten en vervolgens voor ons. Hij kijkt een beetje op zijn telefoon en kijkt constant rond en ook naar ons. Ik weet niet waarom maar ik krijg een raar gevoel van hem en houd hem in de gaten. Als hij omdraait hebben we een paar keer oogcontact en ik kijk hem strak aan (klinkt stoer haha maar voor mijn gevoel deed ik dat ook) en dan draait hij zich weer snel om. We hebben een tussenstop in Calama, 1 straat verder gaat onze volgende bus. Het voelt niet veilig en ik ben blij als we bij het station zijn want het is ook donker. Daar pakken we de bus naar Arica waar we rond 5 uur ’s ochtends aankomen. We lopen naar het hostel en rond 5.20 bellen we aan. Dat vind ik best spannend want ik heb geen idee of er een 24/7 receptie is! Misschien moeten we hier wel buiten wachten? Dan doet er iemand aan de zijkant open en zegt: ‘Come in!’ Het is een opaatje in zijn pyjama (SCHATTIG!) en Robin begrijpt meteen waarom ik dit hostel heb geboekt 😉 (Opa’s zijn te schattig en op de een of andere manier kan ik het altijd goed vinden met opa’s. ‘Jij gaat er nog een x vandoor met een opa!’, zegt ie weleens).

De opa vertelt ons dat we kunnen slapen op de bank die in de woonkamer staat en hij gaat weer zijn bed in. Er zit al een meisje en ze blijkt uit Duitsland te komen. We fluisteren wat en gaan dan slapen. Na een paar uur staat de opa op en maakt ontbijt. We worden uitgenodigd om ook mee te eten terwijl we hier eigenlijk niet voor betaald hebben (lief toch van de opa!?). Onze kamer is pas rond 12 klaar dus we besluiten daarna naar het strand te gaan, we drinken daar wat, doen daarna boodschappen en kletsen met wat andere backpackers in het hostel. We besluiten om de volgende ochtend met nog een andere jongen en het Duitse meisje naar Peru te reizen. Het plan is om vanaf het station van Arica een taxi te pakken naar de grens, en dat de taxi ons daarna brengt naar de eerste stad van Peru (kost geen drol hebben we gehoord).

Als we die ochtend bij het station aankomen, worden we aangehouden door een man die zegt dat hij ons naar Peru kan brengen voor een goede prijs. We gaan met hem mee en stappen in met de veronderstelling dat we meteen weg kunnen. Maar dan loopt hij weer weg. Het is een grote ootoo (grapje voor Thomas en Ellen) dus blijkbaar wil hij meer mensen meekrijgen, wel handig als hij dat van tevoren zegt. We kletsen even wat met elkaar maar na een kwartier gaan het Duitse meisje en ik even op onderzoek uit.

We lopen wat verder het station in en komen onze chauffeur tegen. Hij gebaart dat wij in de auto moeten wachten maar we lachen vriendelijk en lopen door, hier is meer aan de hand. We komen erachter dat er een grote taxistandplaats is, waar taxi’s klaar staan om je te brengen naar Peru. We informeren wat, overleggen met de mannen en besluiten naar onze chauffeur toe te lopen, dat we nu willen gaan.

Het is ondertussen 40 minuten verder en de chauffeer doet vreemd. Hij heeft door dat we niet langer willen wachten (we gaan toch niet voor niets zo vroeg ons bed uit 😉 ) Hij loopt mee naar de auto en we pakken onze spullen en lopen naar de officiële taxiplaats. We stappen met z’n 4’en in de taxi maar er is nog een persoon nodig. Hoe dan? Het is gewoon een simpele auto? Hoe ga je daar met z’n zessen in? Voorin zijn er naast de chauffeur nog twee ‘plekken’. Ja echt, eigenlijk had ik er een foto van moeten maken. 2 mannen had ook niet gepast voorin. Het Duitse meisje en ik gaan samen voorin zitten. Gelukkig biedt de 5e persoon zich aan. En de drie mannen gaan achterin zitten.

De oversteek naar het andere land gaat vlot en voor we het weten zijn we in Peru. We komen binnen op het station en voelen ons echte toeristen want niemand ziet er hier uit als een toerist. Er komen meteen mensen op ons af die iets van ons willen. Daar krijg ik dus echt de kriebels van. Een man is erop uit om ons in een bus te zetten.

Hij lijkt me een agressief typje en daarom durf ik niet te zeggen dat ie letterlijk moet oprotten want hij is ons flink aan het pushen en ik ben hem al snel mega zat. Ik wil dolgraag een andere bus dan dat de man wil waarmee we gaan, al is het maar om hem te jengen, maar ik weet niet welke busmaatschappijen hier veilig zijn…

En de wegen schijnen hier gevaarlijk te zijn. Die van het rare mannetje ziet er wel veilig uit… maar toch, het knaagt aan me. Uiteindelijk weten de mannen me te overtuigen dat de maatschappij van het rare mannetje er wel goed uitziet… oke oke, laten we dan maar met die gaan want ik zou ook echt niet weten hoe anders! (Ik ga er dan maar vanuit dat papa over ons waakt). Het Duitse meisje gaat de andere kant op, richting Lima en wij gaan naar Arequipa. Na een dag in de bus zitten, komen we er einde van de middag aan, we nemen een taxi en de taxichauffeur noemt een prijs: 8 sol voor iedere plek (we moeten naar 2 plekken toe want de jongen heeft een ander hostel) Ik zeg: 15 sol. Hij zegt meteen: is goed! Dan bedenk ik me dat ik er zojuist 1 sol heb afgepraat en dat is letterlijk 25 cent. Robin en ik lachen om mijn actie maar uiteindelijk gaat het ook om het doen en niet om die euro die je er afpraat. (Ik moet zeggen dat je in Peru echt alles moet onderhandelen en dat ben ik nu al een beetje zat om het bij ieder ding dat je koopt te doen. Meestal doe ik het wel maar soms denk ik ook: ja is prima)

De komende 2 dagen doen we niet veel. (Of jawel: VEEL eten want het eten is echt super goed) Verder ben ik veel aan het regelen voor mijn Spaanse lessen en OJA, dit had ik nog niet verteld: de dokter komt langs. En waarom? Nou dit wordt echt een smulverhaal. Komt ie:

Muggen vinden mij heerlijk. En in Brazilië was ik nogal vaak geprikt en zo kwam er een driehoekje van muggenbulten op mijn onderrug/ net mijn bil. Ik blijf maar krabben en krabben en kruisjes erin maken en na een tijdje leek het wel een soort uitslag! Ik denk dat ik na een maand even navraag ging doen bij ons hostel (toen in Bariloche) en iemand zei dat ik een spray moest halen en dan zou het binnen een week weg zijn. Bij de apotheek liet ik een foto zien van mijn prachtige rug/bil met uitslag en die raadde me hetzelfde product aan. Dus ik sprayen en sprayen maar na 8 weken was het nog niet weg, of nouja de eerste plekken waren weg maar het verplaatste zich als het ware. Robin begon al over een parasiet maar daar wilde ik niets van weten. De zin: ‘Robin wil je mijn bil inspuiten?’ is denk het vaakst gezegd door mij de hele reis want het moest 3 x per dag.

Maar in Arequipa was ik het zat (en ook na aandringen van Robin) liet ik de dokter komen en ze zei inderdaad: volgens mij is dit een parasiet. Ik kreeg medicatie en een nieuwe spray en ik moest 100% katoenen ondergoed kopen.

Na de eerste 2 x sprayen zegt Robin: ‘Volgens mij zie ik hem zitten!’
‘Rot op, je loopt nu geen grapjes te maken, dit is echt niet leuk’, Robin houdt er namelijk erg van om mij te pesten.
‘Nee ik meen het serieus, volgens mij zie ik m echt!’
Op dat moment begin ik een partij te janken, gadverdamme een parasiet in je en dan wordt ie ook nog gezien, ik voel me echt mega vies. En dat vind ik dan ook wel weer verrassend want toen ik kanker had kwam er geen traan uit maar bij een parasiet is het allemaal eng en vies. Snap jij het?

Maar ik ben zo ontzettend blij dat we naar de dokter zijn gegaan, want die parasiet jeukte als een gek en hierdoor was slapen ook niet fijn. Ik snap ook niet dat ik er zo lang nog mee heb rondgelopen eigenlijk maar ik had goede hoop. En de parasiet krijgt een naam (om het een beetje luchtig te houden): Pablo de Parasiet!

Oja dan nog iets: dit mag echt niet missen in het verhaal. De dokter vraagt Robin of hij ergens last van heeft omdat hij het misschien ook kan hebben van mij. Hij schrikt, zegt nee maar blijft geschokt. Hij krijgt ook 2 pillen voor de zekerheid. Vanaf dat moment heeft hij overal jeuk en denkt ie ook dat ie een parasiet heeft. Zelfs als de hostel eigenaar vraagt hoe het is gegaan bij de dokter en ik zeg dat ik een parasiet heb, zegt Robin: Ik heb er misschien ook 1!! Ik lach me kapot. Ik loop al 2 maanden met een parasiet maar stel dat hij heel misschien ook 1 heeft. Oké genoeg hierover 😉 wel heel komisch.

En hiermee sluit ik mijn lange blog af maar ik moet zeggen dat ik er nog meer plezier in had en een paar keer weer flink heb gelachen om wat er allemaal weer is gebeurd.

Volgende week:

Ga ik beginnen aan mijn cursus Spaans en slaap ik in mijn eentje bij een gastgezin!

Adios amigos!

Met z’n zessen

San Pedro de Atacama

Sterrenhemel

Sterrenhemel

Touren met z’n viertjes

In het zoute water met zonnebrand…